Doorrekening hydrologische maatregelen uit het Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering (PSN) met het Landelijk Hydrologisch Model
Author(s) |
E.M. Schoonderwoerd
|
R.J.M. Meeusen
|
P.G.B. de Louw
Publication type | Report Deltares
Dit onderzoek richt zich op het doorrekenen van hydrologische maatregelen uit het overheidsprogramma Stikstofreductie en Natuurverbetering (PSN, SPUK tranche 1 en 2) met het Landelijk Hydrologisch Model (LHM). Het doel is om inzicht te krijgen in het effect van deze maatregelen op grondwaterstanden (GLG-Gemiddeld Laagste Grondwaterstand, GVG-Gemiddelde Voorjaars Grondwaterstand, GHG-Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand) en kwelflux. Deze informatie kan ook gebruikt worden voor verdere verbetering van de MetaNatuurPlanner / Model for Nature Policy (MNP).
De methode bestond uit het selecteren van hydrologische maatregelen uit de tabel met PSN-maatregelen, het ruimtelijk toekennen van deze maatregelen en koppelen aan maatregelen die met het LHM doorgerekend kunnen worden, het doorrekenen van dit scenario met het LHM en het analyseren van de verschillen met de referentiesituatie. Om deze methode toe te passen was het nodig om meerdere aannames te doen, onder andere bij de ruimtelijke toekenning en uniforme instellingen van maatregelen. Hierdoor zijn de resultaten globale inschattingen en niet geschikt voor detailanalyses. De resolutie van het LHM (250x250 meter) is bovendien te grof voor gebiedsspecifieke studies.
De resultaten laten zien dat de effecten van de hydrologische maatregelen die in het LHM zijn toegepast, beperkt en lokaal zijn. Binnen de gebieden waar maatregelen zijn toegepast stijgt de GVG gemiddeld met circa negen centimeter en de GLG met zes centimeter. Het oppervlak waar een substantieel effect optreedt (minimaal 5 cm stijging GVG of GLG) is kleiner dan het oppervlak waar maatregelen zijn getroffen. Het effect op de GLG is meestal kleiner dan op de GVG. De kwelflux stijgt nauwelijks en daalt soms zelfs door hogere freatische grondwaterstanden.