Verkenning van de effecten van twee adaptatiescenario's op zoetwaterbeschikbaarheid
Author(s) |
M.J.P. Mens
|
G.P. Jansen
Publication type | Report Deltares
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) voert samen met de kennisinstituten een
beleidsondersteunend kennisprogramma uit voor de Nationale Adaptatie Strategie (NAS).
Een van de stappen hierin is het uitwerken en doordenken van twee normatieve (beleidsrijke) scenario’s voor klimaatadaptatie: transformeren en intensiveren. Deltares levert kennis ten
aanzien van de ‘sectoren’ waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit, infrastructuur en natuurbranden. Het doel van onderliggend rapport is een analyse van de gevolgen van de twee
normatieve scenario’s voor de zoetwatervoorziening.
De gevolgen voor de zoetwatervoorziening zijn in beeld gebracht door te kijken naar
watertekort (wateraanvoergebieden in laag-Nederland) en grondwaterregime (vrij
afwaterende zandgebieden). Voor watertekorten in laag-Nederland zijn tevens verkennende berekeningen met een quick
scan waterverdelingstool (QWAST) uitgevoerd.
De adaptatiescenario’s in dit rapport weerspiegelen twee fundamenteel verschillende insteken in het adaptatiebeleid, die voor een belangrijk deel normatief zijn. Beide scenario’s streven naar een meer klimaatbestendig Nederland, maar resulteren in een andere invulling en vorm van klimaatbestendigheid, en in een ander ruimtelijke verdeling van activiteiten en
functies.
De resultaten laten zien dat beleid gericht op Intensiveren de afhankelijkheid van
wateraanvoer uit het hoofdwatersysteem vergroot, waardoor de concurrentie tussen regio’s toeneemt. Dit leidt ertoe dat grote systeemkeuzes na 2050 snel nodig zijn. Bij Transformeren is de bovenregionale concurrentie om water uit het hoofdwatersysteem minder groot. Bij
adaptatiebeleid gericht op Intensiveren hoort ook een politieke keuze over het waarborgen
van gewenste abiotische condities in grondwaterafhankelijke natuurgebieden. Bij
Transformeren is de effectiviteit van de maatregelen meer vlakdekkend, zodat een groter areaal grondwaterafhankelijke natuur behouden kan blijven. Tegelijk zal het nodig zijn om in Transformeren sommige natuurdoelen aan te passen in gebieden waar verzilting toeneemt omdat er minder of niet meer wordt doorgespoeld.