Naar hoofdcontent

Droogte, bodemdaling en lage grondwaterstanden kunnen leiden tot scheefstand, zakking en schade aan woningen, gebouwen, wegen en leidingen. Voor woningeigenaren gaat het om schade die direct ingrijpt op wooncomfort, veiligheid en waardevastheid. Voor gemeenten, provincies en het Rijk betekent dit toenemende beheer- en herstelkosten.

Met een veranderend klimaat waarin droogte en extreme regenval vaker voorkomen en intenser worden, neemt de urgentie toe om funderingsrisico’s tijdig te herkennen en aan te pakken.

Deltares onderzoekt de samenhang tussen bodemprocessen, klimaatinvloeden en funderingen. Deze kennis helpt overheden en professionals om funderingsrisico's beter te begrijpen, in beeld te brengen en mee te nemen in de voorbereiding van beleid en maatregelen.

Je hebt nog niet aangegeven of je cookies wilt accepteren of weigeren. Hierdoor kan dit element niet worden getoond.

Pas je cookie instellingen aan

Of ga direct naar:

https://www.youtube.com/watch?v=Cg-ntMSQli4

Funderingsschade uitgelegd door Mandy Korff, Deltares-expert ondergrondse constructies

Aard en omvang van funderingsproblematiek

Funderingsproblemen ontstaan door verschillende processen in de bodem, het watersysteem en de constructie zelf. Veranderingen door droogte, ophogingen of veranderende grondwaterstanden kunnen bewegingen in de ondergrond veroorzaken die funderingen beïnvloeden.

Hoe kwetsbaar een fundering is, hangt af van het type: diepe betonnen palen zijn meestal stabiel, terwijl ondiepe funderingen en korte of houten palen veel gevoeliger zijn. De wisselwerking tussen bodem en fundering bepaalt uiteindelijk of er schade optreedt en wat dit betekent voor gebouwen, infrastructuur en de openbare ruimte.

Belangrijke bodemprocessen die tot bodemdaling en funderingsschade kunnen leiden zijn:

  • Consolidatie en kruip: bodemdaling in verzadigde grond onder de grondwaterstand door samendrukking door belasting van de ondergrond, door de constructie zelf, door een ophooglaag of verlaging van de grondwaterstand (consolidatie) en langzaam optredende herschikking van het korrelskelet (kruip).
  • Oxidatie van veen: Veen verteert als het boven de grondwaterstand ligt en daardoor in aanraking met zuurstof komt. Dit proces versnelt door warmere en drogere omstandigheden.
  • Krimp en zwel van klei: Bij droogte krimpt klei; bij nattere omstandigheden zwelt deze. De cycli kunnen seizoensmatig centimeters aan zakking en stijging onder delen van een fundering veroorzaken en grote krachten genereren. De gevoeligheid hangt sterk samen met de eigenschappen en dikte van de kleilaag en factoren die bepalen hoe uitdroging en vernatting doorwerkt onder een gebouw.
Het ontstaan van schade aan gebouwen als gevolg van schade aan de fundering veroorzaakt door processen in de bodem na veranderingen in de omgeving.

Funderingsrisico’s en kosten

In Nederland is niet precies bekend welke gebouwen een kwetsbare fundering hebben en hoe de kwaliteit van de funderingen zich ontwikkelt. Om dit beter in beeld te brengen ontwikkelde Deltares een funderingsrisicomodel dat kennis over bodemdaling, grondwaterstanden en klimaateffecten samenbrengt.

Uit dit model blijkt dat ongeveer 425.000 gebouwen een verhoogd risico lopen of zonder maatregelen binnen vijftien jaar hun technische levensduur bereiken. Een kwart daarvan staat op houten palen, de rest vooral op ondiepe funderingen. Door klimaatverandering kan dit aantal de komende decennia verder toenemen.

Resultaten risicoanalyse Deltares met de verwachte schade voor paalrot en verschilzettingen van gebouwen met ondiepe fundering in 2050 inclusief klimaateffect.

De totale kosten van de funderingsproblematiek zijn op dit moment nog niet exact te bepalen, omdat er onzekerheden bestaan in zowel de risicoschattingen als de schaderamingen. Zonder preventieve maatregelen zal het aantal gebouwen met funderingsschade fors toenemen. Het totale schadebedrag kan oplopen tot € 54 miljard.

Deltares bracht in opdracht van de Rli (Raad voor de leefomgeving en infrastructuur) de actuele technische kennis over funderingsproblemen in kaart, onderzocht de oorzaken en de interactie tussen ondergrond en fundering. Deze kennis vormt een belangrijk fundament onder het Rli‑advies ‘Goed gefundeerd’ en geeft inzicht in risico’s, beoordeling van funderingsstaat en mogelijke herstel- en preventiemaatregelen.

Lees het rapport 'Goed gefundeerd'

Krimp en zwel: een steeds belangrijker schademechanisme

Krimp-zwel van klei is in grote delen van de wereld (o.a. Engeland, Frankrijk, VS, Australië) een bekende en belangrijke schadeveroorzaker. Tot recent werd gedacht dat krimp-zwel in Nederland niet of nauwelijks relevant is voor funderingsschade. Sinds de droge zomer van 2018 is daar verandering in gekomen door veel schademeldingen van woningen die op klei zijn gefundeerd.

Onderstaand figuur geeft een beeld van hoeveel klei onder funderingen aanwezig kan zijn die kan bijdragen aan krimp-zwel bewegingen.

Een overzicht van hoeveel klei onder funderingen aanwezig kan zijn die kan bijdragen aan krimp-wel bewegingen.

Deltares werkt aan een risico-beoordelingssysteem dat in kaart brengt welke gebieden het meest kwetsbaar zijn en welke voorzorgsmaatregelen kunnen worden getroffen om schade te voorkomen.

Het onderzoek omvat geotechnisch laboratoriumonderzoek aan kleimonsters uit heel Nederland, veldmonitoring, en modellering van krimp-zwel bij en onder funderingen. Ook wordt gebruik gemaakt van kennis en praktische ervaring met krimp-zwel in landen waar krimp-zwel al langer een probleem is.

In het Deltares Geotechnisch Laboratorium onderzoeken we klei uit verschillende delen van Nederland op hun krimp-en zwelgedrag. Ook in het veld meten en monitoren we op verschillende plekken in Nederland o.a. Rekken, Groningen, Arnhem.

Daarbij kijken we naar de opbouw en samenstelling van de ondergrond, de belasting, fluctuaties in grondwaterstanden, bodemvochtgehaltes en de invloed van vegetatie. Deze kennis zetten we in voor modellen waarmee we o.a. de risico’s kunnen voorspellen en maatregelen kunnen beoordelen.

Beluister de podcast over krimp-zwel klei

Schadeprocessen in funderingen

Het ontwerp van de fundering, de belastingen en de mate van veranderingen in de omgeving zijn factoren die van invloed zijn of funderingsschade ook echt ontstaat.

De belangrijkste schadeprocessen zijn:

  • Aantasting van houten palen: Houten funderingen kunnen worden aangetast door schimmels of bacteriën wanneer de palen (tijdelijk) droog komen te staan door verlaging van het grondwater of door droogte.
  • Negatieve kleef: Bij bodemdaling kan de omringende grond aan funderingspalen gaan ‘kleven’ en extra belasting veroorzaken, vooral wanneer de maaiveldbelasting toeneemt, bijvoorbeeld door ophoging.
  • Verschilzetting: Bodemprocessen zoals droogte, bodemdaling, veranderende grondwaterstanden kunnen ervoor zorgen dat de bodem onder het ene deel van een fundering anders zakt of stijgt dan onder het andere deel van de fundering. Als de fundering deze ongelijkmatige bewegingen niet goed kan opvangen, ontstaan scheuren en vervormingen.
  • Verlies van draagkracht bij ondiepe funderingen: Een hogere grondwaterstand kan de bodem onder ondiepe funderingen verzwakken, wat leidt tot verzakkingen.
  • Schade door bouwwerkzaamheden: Zowel directe vervormingen van de bodem als indirecte effecten (bijvoorbeeld door beïnvloeding van de grondwaterstand) kunnen schade veroorzaken aan nabijgelegen funderingen.

Infrastructuur en openbare ruimte

Ook infrastructuur zoals bruggen, viaducten, kademuren, spoorwegen, kabels, leidingen en rioleringen is gevoelig voor bodembewegingen. Door toenemende belastingen, intensiever verkeer en extremere variaties in neerslag en verdamping kunnen funderingen ongelijkmatige zettingen ondervinden. Dit leidt tot hogere onderhoudskosten, beperkingen in gebruik en, in sommige gevallen, veiligheidsrisico’s.

Daarnaast verzakken in gebieden met slappe bodems ook pleinen, parken en andere openbare ruimtes sneller. Dat beïnvloedt de leefbaarheid en vraagt om frequente herinrichting. Voor bewoners kan dit betekenen dat tuinen en stoepen herhaaldelijk moeten worden opgehoogd.

Deze ontwikkelingen onderstrepen het belang van een gebiedsgerichte aanpak en goed begrip van bodem‑ en funderingsgedrag, zodat we samen kunnen werken aan toekomstbestendige infrastructuur en een veilige leefomgeving.

Funderingsproblematiek raakt niet alleen individuele gebouwen. Ook de openbare ruimte, infrastructuur, woningwaarde en leefbaarheid kunnen onder druk komen te staan. Hierdoor ontstaat een maatschappelijke opgave waarin wonen, klimaatadaptatie, waterbeheer en beheer van infrastructuur samenkomen.

Toekomstverwachtingen funderingen

De nieuwste KNMI‑scenario’s laten zien dat drogere zomers en nattere winters leiden tot sterkere schommelingen in grondwaterstanden. Dit vergroot de kans op bodemdaling en -stijging en droogstand van houten palen, en zorgt ervoor dat bestaande risicogebieden verder onder druk komen te staan, terwijl nieuwe kwetsbare gebieden ontstaan.

Ook kan een hogere bodemtemperatuur de afbraak van organisch materiaal versnellen, wat extra zettingen veroorzaakt. Naast deze klimatologische factoren zijn ook de ontwikkeling van grondwaterwinning voor drinkwaterwinning en industrie en veranderingen en ingrepen bij de grote rivieren van invloed op de grondwaterstanden, en daarmee op funderingsschade.

Maatregelen zoals vernatting (passend binnen het beleid Water en bodem sturend) kunnen bodemdaling deels remmen, maar te hoge grondwaterstanden brengen weer risico’s mee, zoals verlies van draagkracht. Moderne funderingen zijn beter bestand tegen deze variatie, maar infrastructuur, kabels en leidingen blijven kwetsbaar, vooral in gebieden met slappe ondergrond.

Omdat actief grondwaterbeheer in stedelijke gebieden maar beperkt effect heeft, is verdere kennisontwikkeling, met name over krimp-zwel, essentieel om beter te bepalen waar de opgaven het grootst worden en welke maatregelen effectief zijn.

Wat betekent dit voor overheden?

Gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk krijgen steeds vaker te maken met funderingsproblematiek. Daarbij spelen vragen over risico's voor woningen, infrastructuur, grondwaterbeheer, klimaatadaptatie en gebiedsontwikkeling.

Om tijdig maatregelen te kunnen nemen zijn inzicht in funderingsrisico's, betrouwbare data en kennis over bodem- en klimaatprocessen essentieel. Deltares ondersteunt overheden met onderzoek, risicomodellen en kennisontwikkeling die helpen bij beleidsvoorbereiding en besluitvorming.

Wat doet Deltares?

Deltares onderzoekt de samenhang tussen bodemprocessen, klimaatinvloeden en funderingen. Deze kennis helpt overheden, onderzoekers, adviseurs en andere professionals om funderingsrisico's beter te begrijpen, in beeld te brengen en mee te nemen in de voorbereiding van beleid en maatregelen.

We zijn nauw betrokken bij de Nationale Aanpak Funderingen. In opdracht van RVO maakte Deltares samen met TNO de kennisvragen concreet in de Kennisagenda voor een effectieve aanpak van funderingsproblematiek en ontwikkelden we een raamwerk voor de risicomodellering. We werken nauw samen met Kenniscentrum Bodemdaling en Funderingen (KBF) om onze kennis te delen en praktische tools te ontwikkelen voor professionals.

Download het raamwerk risicomodel voor funderingen

Betere funderingsdata, een duidelijk onderscheid tussen funderingstypen en een aanpak op basis van gebouwtypologieën zijn nodig om gericht prioriteiten te kunnen stellen en effectieve maatregelen te ontwikkelen.

Ook kennis over bodemprocessen en klimaatinvloeden zijn essentieel om funderingsrisico’s goed te kunnen inschatten. Daarom werkt Deltares continu aan het verbeteren van data, modellen en kennis, zodat overheden, professionals en bewoners, gerichte maatregelen kunnen nemen om deze risico's te beperken.

Veelgestelde vragen

Funderingsproblematiek roept vragen op bij beleidsmakers, bestuurders, beheerders van infrastructuur en andere professionals. Hieronder beantwoorden we een aantal veelgestelde vragen op basis van actuele kennis en onderzoek.

Wat zijn funderingsrisico’s?

Funderingsrisico’s hebben meestal te maken met twee soorten funderingen:

  1. Ondiepe funderingen, dat zijn funderingen die direct op de ondergrond zijn aangelegd. Meestal gaat het om betonnen stroken, poeren of platen of metselwerk op niet meer dan 60-80cm diepte. Ook komt het voor dat huizen een kruipruimte, souterrain of kelder hebben. Ook die funderingen worden als ondiep gezien. Er zijn dus geen palen aanwezig.
  2. Funderingen op houten palen, onder de funderingsbalk zijn houten palen aanwezig. Deze zijn meestal tussen 5 en 20 m lang. Houten palen zijn vaak toegepast in gebieden in West Nederland met een slappe bodem. Na 1970 zijn er veel minder houten palen toegepast dan daarvoor.

Huizen waar betonnen palen onder staan kennen geen tot zeer weinig funderingsrisico’s.

Bij funderingen van type 1 (ondiepe funderingen) komen de risico’s niet uit de fundering zelf maar uit de ondergrond. Door bodemdaling (vooral door samendrukking van de ondergrond), die door droogte kan verergeren, kan de fundering ongelijk zakken en kunnen scheuren ontstaan of kan de woning te dicht op het grondwater komen waardoor vochtproblemen in de woning ontstaan. Ook kunnen ramen en deuren gaan klemmen.

Bij funderingen van type 2 (houten palen) komen de risico’s door veroudering en aantasting van de houten palen of door zakking van de bodem in de omgeving. De hoogte van het grondwater en de afmetingen en de afmetingen en het type hout spelen hierbij een rol. Als de fundering is aangetast kan deze het gewicht van de woning niet meer dragen en ontstaat op termijn een onveilige situatie.

Oplossingen voor funderingsproblemen zijn in het uiterste geval het aanbrengen van een nieuwe fundering. Dit is ingrijpend en kostbaar. Daarom is het belangrijk de staat van een fundering te kennen en te beoordelen, zeker bij de aan/verkoop van een woning.

Waarom neemt funderingsschade toe?

Door bodemdaling, droogte, veranderende grondwaterstanden en klimaatverandering nemen funderingsrisico's toe.

Hoe groot is de funderingsopgave in Nederland?

Uit het funderingsrisicomodel blijkt dat ongeveer 425.000 gebouwen een verhoogd funderingsrisico hebben of zonder aanvullende maatregelen voor 2035 hun technische levensduur kunnen bereiken. Het exacte aantal kwetsbare gebouwen is niet bekend.

Waarom is funderingsproblematiek relevant voor overheden?

Funderingsproblematiek kan gevolgen hebben voor woningen, gebouwen, infrastructuur en openbare ruimte. Daarnaast kan het vraagstukken raken op het gebied van klimaatadaptatie, waterbeheer, leefbaarheid en beheer van de openbare ruimte. Hierdoor hebben gemeenten, provincies en het Rijk regelmatig te maken met afwegingen rondom funderingsrisico's en mogelijke maatregelen.

Welke rol kan klimaatverandering spelen bij funderingsschade?

Volgens de KNMI-scenario's kunnen drogere zomers en nattere winters leiden tot grotere schommelingen in grondwaterstanden. Deze veranderingen kunnen van invloed zijn op bodemprocessen en daarmee op funderingsrisico's. Deltares onderzoekt hoe deze effecten zich kunnen ontwikkelen en welke gebieden mogelijk kwetsbaar zijn.

Welke kennis is nodig voor een effectieve aanpak?

Betere funderingsdata, inzicht in funderingstypen, kennis over bodemprocessen en klimaateffecten helpen om risico's beter in te schatten en gerichte maatregelen te ontwikkelen.

Wat doet Deltares op het gebied van funderingsproblematiek?

Deltares onderzoekt de samenhang tussen bodemprocessen, klimaatinvloeden en funderingen. Daarnaast ontwikkelt Deltares kennis, data en modellen die overheden en professionals kunnen ondersteunen bij het begrijpen en beoordelen van funderingsrisico's. Daarbij werkt Deltares samen met diverse partners, waaronder TNO, binnen onder meer de Nationale Aanpak Funderingen.

Wat is het doel van het funderingsrisicomodel?

Het funderingsrisicomodel brengt kennis over bodemdaling, grondwaterstanden en klimaateffecten samen om beter inzicht te geven in mogelijke funderingsrisico's. Het model ondersteunt onderzoek naar de aard, omvang en ontwikkeling van funderingsproblematiek in Nederland.

Wat betekent “een verhoogd risico”?

Het Deltares risicomodel deelt panden in in 5 klassen, de laagste risicoklasse is verwaarloosbaar, bij panden in die klasse verwachten we geen tot nauwelijks (zichtbare) schade.

Vanaf klasse 3 tellen we de panden mee bij het totaal van 425.000. In die klasse zijn er al zichtbare scheuren, deuren en ramen kunnen klemmen en maatregelen zijn nodig om het pand waterdicht te houden. Meer dan 70% van de panden met een verhoogd risico behoren tot klasse 3.

Bij klasse 4 spreken we van ernstigere schade, vervormde kozijnen, scheve vloeren en gevels en grotere scheuren (tot 25mm) horen bij deze klasse.

Bij de ernstigste klasse (5) verwachten we scheuren groter dan 25mm en eventueel gevaar voor instabiliteit. Van de 425.000 genoemde panden met een verhoogd risico gaat het in deze groep om circa 27.500 panden. Dit is dus een klein percentage (ongeveer 0,5%) van alle panden in Nederland, maar heeft voor die panden wel ernstige gevolgen, gedeeltelijke of gehele sloop/nieuwbouw is hier vaak aan de orde.

Wat betekent “einde technische levensduur”?

Het einde van de technische levensduur is het moment waarop een gebouw of bouwdeel door veroudering, slijtage of schade niet meer veilig en betrouwbaar aan de technische eisen kan voldoen zonder ingrijpende maatregelen. Het gebouw staat er nog, maar is zodanig versleten dat groot onderhoud, renovatie of vervanging nodig is om het gebouw veilig te kunnen blijven gebruiken.

Een woning met houten funderingspalen kan er aan de buitenkant nog goed uitzien. Wanneer de fundering echter zover is aangetast dat niet meer aan de veiligheidseisen wordt voldaan, is de technische levensduur van de fundering bereikt. Het gebouw kan dan alleen veilig blijven functioneren na funderingsherstel of een andere ingrijpende maatregel.

Welke gebouwen hebben de hoogste risico’s?

De oudste gebouwen hebben de hoogste risicoscores. Gebouwen tot 1930 hebben een duidelijk hoger funderingsrisico dan gebouwen na 1930. Gebouwen met betonpalen hebben juist nauwelijks risico.

425.000 huizen, hoe komen jullie bij dat getal?

Goed om te weten is dat het hier om een schatting gaat. We weten niet precies om welke huizen het gaat, maar op basis van bouwjaren, bouwhistorie en gegevens over de ondergrond en het grondwater kunnen we deze inschatting gemiddeld over het hele land wel maken.

Welke kennisvragen verdienen de komende jaren aandacht?

Volgens Deltares zijn onder meer betere funderingsdata, inzicht in verschillende funderingstypen, kennis over bodemprocessen en onderzoek naar klimaatinvloeden belangrijk om funderingsrisico's beter te kunnen beoordelen. Ook onderzoek naar krimp en zwel van klei krijgt daarbij aandacht.

Deze pagina delen.