Aanlandingsbanken Schiermonnikoog
Auteur(s) |
E.P.L. Elias
Publicatie type | Rapport Deltares
In het kader van het onderzoeksprogramma KPP B&O Kust is een onderzoek uitgevoerd naar de sediment volumes van de aanlandingsbanken voorliggend aan de eilandkop van Schiermonnikoog. Deze eilandkop vertoont perioden van uitbouw en terugtrekking. Na verheling van de Strandhaak van het Friesche Zeegat met het eiland rond 1991 is een langdurige periode van terugtrekking van de kustlijn opgetreden. Vrijwel de gehele eilandkop, met uitzondering van het zuidwestelijk deel, vertoont een landwaarts gerichte trend. Aan de noordwestzijde wordt daarbij de BasisKustLijn (BKL) overschreden. Herstel van de kustlijn, zodat een ligging zeewaarts van de BKL wordt verkregen, kan worden bereikt door suppleren. Er bestaat echter ook de mogelijkheid dat er in de toekomst op natuurlijke wijze herstel optreedt.
Zeewaarts van de probleemzone, op het buiten-deltaplatform de Plaat-gronden bevinden zich meerdere banken die bij aanlanding het zandvolume van de kustlijn mogelijk kunnen herstellen tot zeewaarts van de BKL. De hoeveelheid zand die zich in de aanlandingsbanken bevindt is tot op heden echter nog niet gekwantificeerd.
Een nieuwe methodiek op basis van de ‘actieve’ bodemlaagdikte is toegepast om een inschatting te maken van de volumes van de aanlandingsbanken. Op basis van de uitgevoerde analyses wordt geconcludeerd dat 31 miljoen m3 aan sedimentvolume in de aanlandingsbanken aanwezig is. Dit volume is vergelijkbaar met die van de eerdergenoemde Strandhaak. Net voor aanlanding in 1987 bedroeg het geschatte volume hiervan 30 miljoen m3.
Op basis van de landwaartse verplaatsing van de aanlandingsbank is het zeer waarschijnlijk dat er in de toekomst weer een grote bankaanlanding zal plaatsvinden. Aangezien het volume van de aanlandingsbanken vergelijkbaar is met die van de Strandhaak, lijkt het ook waarschijnlijk dat er bij aanlanding voldoende zandvolume aanwezig zal zijn om de kustlijn voor langere tijd zeewaarts van de BKL te positioneren.
Een exacte voorspelling wanneer deze aanlanding zal optreden is op basis van de uitgevoerde analyses in dit onderzoek niet mogelijk. Het is daarom een aanbeveling de aanlandingsbanken frequent te monitoren. Een beter begrip van de vorming en verplaatsing van deze aanlandingsbanken is niet alleen van belang voor de lokale kustlijnontwikkeling van Schiermonnikoog, maar ook voor kennisontwikkeling van het kustsysteem in het algemeen.