Actualisatie Rijn-Maasmonding modellen naar beno24 : baseline en D-HYDRO beno24_6
Auteur(s) |
T.D. Zijlker
|
S.J.H.A. Gradussen
Publicatie type | Rapport Deltares
Dit rapport behandelt de actualisatie van de tweedimensionale, hydrodynamische D-HYDRO modellen voor beheer en onderhoud (beno) van de Rijn-Maasmonding. Het betreft twee modellen:
• een totaalmodel van de volledige Rijn-Maasmonding, inclusief het Volkerak-Zoommeer: dflowfm2d-rmm_vzm-beno24_6-v1a;
• een deelmodel van het gebied rond de Biesbosch, dat tweemaal is verfijnd ten opzichte van het totaalmodel: dflowfm2d-rmm_vzm-beno24_6_20m_bbosch-v1a.
De modelschematisaties zijn gebaseerd op een Baseline-gebiedschematisatie, opgebouwd uit baseline-nl_land-beno24_6-v1 en baseline-nl_zee-j24_6-v11. In deze schematisaties zijn, ten opzichte van baseline-nl_land-j24_6-v1, een set actualisatiemaatregelen, de vegetatielegger 2024, en verleende vergunningen toegevoegd in de Rijn-Maasmonding, de Maas en de Rijntakken om zo een accurate beschrijving van het systeem te geven die past bij te voeren beleid. Vervolgens is met clip_contour_rmm_vzm_beno24_6_v1 een uitsnede van het RMM-gebied gemaakt, wat geleid heeft tot de baselineprojectie baseline-rmm-beno24_6-v1.
De modelschematisaties zijn met een Baselineprojectie afgeleid. Ten opzichte van de vigerende beno-modellen voor RMM zijn enkele relevante aanpassingen en verbeteringen doorgevoerd:
• Instellingen overstroombaarheid Kromme Nol- en Volkeraksluizen (RMM-totaalmodel);
• Wijziging RTC-sturing Kromme Nol (RMM-totaalmodel);
• Wijziging RTC-sturing Hollandse IJsselkering (RMM-totaalmodel);
• Toevoeging partitiepolygonen (beide modellen);
• Enkele kleine handmatige toevoegingen aan de D-HYDRO-modelgeometrie ten behoeve van modelstabiliteit en correctheid van het model (beide modellen).
Om enkele correcties aan de (Baseline-)gebiedsschematisatie te doen zijn twee correctiemaatregelen opgesteld door RWS-WNZ. Deze dienen altijd ingemixt te worden bij het afleiden van nieuwe varianten.
Resultaten met het geactualiseerde Biesbosch-deelmodel en het RMM-totaalmodel zijn voor de zes standaardsommen tba-tbf vergeleken met de respectievelijke voorgangers dflowfm2d-rmm_vzm-beno19_6_20m_bbosch-v2a en dflowfm2d-rmm_vzm-beno19_6-v2a. Voor het RMM-totaalmodel wordt ook vergeleken met dflowfm2d-rmm_vzm-j24_6-v1b, het vigerende actuele model.
Over het algemeen zijn de verschillen in maximale waterstand op de rivieras voor het Biesbosch-deelmodel in de orde van 1 tot enkele centimeters. Op de Waal, en op het bovenstroomse deel van de Boven-Merwede neemt de maximale waterstand tussen de 2 en 8 centimeter toe, variërend tussen de verschillende modelscenario’s.
Voor het RMM-totaalmodel zijn de verschillen in maximale waterstand op de rivieras over het algemeen in de orde van 1 tot enkele centimeters en goed te verklaren aan de hand van de doorgevoerde actualisatiemaatregelen. Op de Waal, en op het bovenstroomse deel van de Boven-Merwede neemt de maximale waterstand tussen de 2 en 12 centimeter toe,
toenemend met afvoer. De aangepaste sturing van de Kromme Nol-kering en de Hollandse IJsselkering leidt in het direct achterliggende gebied lokaal tot verschillen. Deze veranderingen zijn enkel dominant aanwezig voor de scenario’s waarbij de keringen sluiten.
De modelresultaten van de nieuwe modelschematisaties worden hiermee plausibel geacht.