Afbouw nazorg door aanleg helofytenfilter op een stortplaats : onderzoek met pilotopstelling bij locatie Groenewoud
Auteur(s) |
M. van de Wijngaard-Frambach
|
N.K. Hoekstra
Publicatie type | Rapport Deltares
In de polder Kortenhoef bevindt zich de voormalige stortplaats Groenewoud met een oppervlakte van 31,5 ha. De stortplaats is aangelegd zonder bodembeschermende voorzieningen, waardoor het stortlichaam van meer dan 1.000.000 m3 in contact staat met het grondwater. Uitloging uit het stortlichaam is onwenselijk, aangezien de stortlocatie onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en grenst aan het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Ook loopt de grondwaterstroming af naar de Horstermeerpolder, waar plannen zijn voor drinkwaterwinning.
Het is de wens van nazorgorganisatie Bodemzorg om locaties in hun beheer, zoals de stortplaats Groenewoud, duurzaam te saneren en in te zetten op ecologische/natuurlijke saneringstechnieken. Voor locatie Groenewoud is er daarom onderzocht wat de effectiviteit zou zijn voor een ecologische/natuurlijke sanering door een natuurlijke inrichting (internationaal ‘Nature based Solution’ of in het kort NbS genoemd) in plaats van een conventionele sanering, met saneringstechnieken zoals afgraven of door isoleren-beheersencontroleren (IBC). Dit project is onderdeel van TKI (Topconsortia voor Kennis en Innovatie), een publiek-private samenwerking voor het ontwikkelen van technologie. De doelstelling van dit project is om te onderzoeken of optimalisatie van nazorg van IBC-locaties in Nederland kan plaatsvinden en, indien mogelijk, welke maatregelen ingezet kunnen worden om de nazorg af te bouwen.
De huidige verontreinigingssituatie van de stortplaats is in kaart gebracht middels literatuuronderzoek, aangevuld met een actualiserend waterbodemonderzoek. De waterbodem wordt vanwege de adsorberende eigenschappen gezien als een archief voor de nalevering en uitspoeling uit het stortlichaam. De waterbodem is heterogeen verontreinigd met zware metalen (licht tot sterk verhoogde gehalten) en matig verontreinigd met (som) PAK. Het grondwater ter plaatse van de stort is sterk verontreinigd met arseen en chroom (concentraties boven de interventiewaarde) en licht verontreinigd (concentraties boven de streefwaarde) met benzeen. Het onderzoek bevestigd dat er nog nalevering plaatsvindt van verontreinigende stoffen uit het stortlichaam.
Op basis van de onderzoeksresultaten is onderzocht welke locatie het meest effectief kan worden ingericht met een helofytenfilter. Een helofytenfilter is een gecontroleerde groene omgeving, waarbij verontreinigingen door planten worden gefixeerd of afgebroken. Vanwege de groene omgeving en de verontreinigingssituatie is beoordeeld dat de inpassing van een helofytenfilter als NbS het meest geschikt zou zijn voor de locatie. Voor het inrichten van het helofytenfilter is gekozen voor een slootlichaam met reducerende eigenschappen en relatief hoge aanwezigheid van verontreinigingen van zware metalen en PAK’s in de waterbodem.
Vervolgens is een voorstel gedaan voor de inrichting van het helofytenfilter en is een monitoringsplan voorgesteld voor het oppervlaktewater. De instroom en uitstroom van de verontreinigingen in het oppervlaktewater worden volgens dit voorstel gemonitord om de effectiviteit van het helofytenfilter te bepalen. In het ontwerp is voorgesteld om in het slootlichaam riet te planten in een organisch rijke substraat, waarin de zware metalen uit het oppervlaktewater gefilterd en gefixeerd kunnen worden in de plant zelf en in de wortelzone van het riet. De aromaten kunnen in het filter afgebroken worden door oxiderende condities in het oppervlaktewater te creëren middels doorstroming en hoogteverschillen in het slootlichaam.
In juni 2024 heeft Bodemzorg een scenariostudie uitgevoerd naar saneringsvarianten van de stortplaats Groenewoud. In de studie is geadviseerd om een pilot met helofytenfilters toe te passen. Echter is er in oktober 2024 door de provincie Noord-Holland voor gekozen om de locatie te saneren volgens een scenario waarin de slootbodems worden bedekt met een kleilaag om contact met het stortlichaam en het oppervlaktewater op de stortplaats zoveel mogelijk te beperken. Door deze keuze van de saneringsvariant is het als te lastig beoordeeld om een helofytenfilter in te passen op de stortplaats Groenewoud.
De resultaten van het onderzoek op de stortplaats Groenewoud zijn belangrijk voor de ontwikkeling van kennis voor het inpassen van helofytenfilters. De verwachting is dat bij een vergelijkbaar verontreinigingsbeeld van zware metalen en PAK de inpassing van een helofytenfilter effectief kan zijn voor het fixeren, dan wel afbreken van de verontreinigingen in het milieu. Om de effectiviteit te bepalen van een NbS op de uitspoeling vanuit de stortplaats Groenewoud is het echter nodig om een dergelijke pilot in te richten, dan wel op de stortplaats of op een locatie met een vergelijkbaar verontreinigingsbeeld.
De ervaringen met het onderzoek ten behoeve van de inrichting van het helofytenfilter op de stortplaats Groenewoud worden meegenomen in een handboek met maatregelen die de afbouw van nazorg ondersteunen. In het handboek worden ervaringen en kennis over het afbouwen van nazorg van IBC-locaties meegenomen van alle projecten onder de TKI privaatpubliekelijke samenwerking. De verwachting is dat het handboek in 2026 wordt gepubliceerd.