Debietbepaling voor vrachtberekening van opgeloste stoffen in de Rijn
Auteur(s) |
F.A. Buschman
|
T.A. Troost
Publicatie type | Rapport Deltares
De landen in het Rijnstroomgebied streven naar een reductie van de emissies van microverontreinigingen naar het water uit systemen voor de inzameling en behandeling van stedelijk afvalwater, industrie en landbouw. In 2040 moeten deze emissies met minstens 30% verminderd zijn ten opzichte van de periode 2016-2018. Omdat het voor veel stoffen lastig is om emissies via verschillende routes te kwantificeren, wordt de reductie gemonitord aan de hand van trends in de stoffenvracht. In Nederland worden momenteel de stoffenvrachten alleen bij Lobith geëvalueerd. De landen in het Rijnstroomgebied hebben afgesproken dat de vrachten ook verder stroomafwaarts bepaald gaan worden. Er worden al stoffenconcentraties bepaald bij Nieuwegein, Nieuwersluis, Andijk en Maassluis. Er ontbreekt echter nog een methode om een representatief debiet te bepalen waarmee de vracht kan worden bepaald.
Riwa-Rijn heeft Deltares gevraagd om advies te geven over methode(n) om een representatief debiet te bepalen op deze locaties. De stoffenconcentratie bepaald bij Nieuwegein wordt momenteel vermenigvuldigd met het debiet in de Lek bij Hagestein om de dagvracht te bepalen. Feitelijk wordt de concentratie bepaald in het Lekkanaal en niet in de Lek. Aangezien de stoffenconcentraties in de Lek mogelijk aanzienlijk kunnen verschillen van die in het vrijwel stagnante Lekkanaal, adviseren we om de vracht in de Lek te bepalen uit de MWTL meting bij Hagestein. De meetlocatie Nieuwegein beschouwen we niet als representatief voor het bepalen van een vracht in de Lek. De stoffenconcentratie bepaald bij Nieuwersluis in het Amsterdam-Rijnkanaal kan volgens onze informatie het beste vermenigvuldigd worden met het daggemiddelde debiet van debietstation Maarssen om de dagvracht bij Nieuwersluis te bepalen. Bij Andijk is het niet zinvol om een vracht te bereken, aangezien de stoffenconcentraties niet homogeen zijn verdeeld in het IJsselmeer. De trend kan het beste worden bepaald uit de stoffenconcentraties. Voor Maassluis is geen gemeten debiet beschikbaar in de Nieuwe Waterweg. Bovendien maakt de dynamiek veroorzaakt door getij, wind en rivierafvoer een vracht van een stof aanzienlijk minder betrouwbaar dan de vracht bepaald in een riviertak zonder getij (bijvoorbeeld bij Tiel in de Waal). We adviseren de locatiekeuze te heroverwegen. Als toch de vracht van stoffen bij Maassluis bepaald gaat worden, adviseren we gebruik te maken van debiet dat wordt berekend met het SOBEK 3 Rijnmaasmonding model. Ieder jaar wordt een simulatie van een jaar uitgevoerd met de invoer van waterstand, wind en afvoer op verschillende locaties, inclusief de Haringvlietsluizen. Het meest representatieve debiet wordt verkregen door het berekende debiet te middelen over een periode van 74,5 uur.