Evaluatie effecten vernatting omliggende veenweidegebieden op grondwatersituatie Middelburg-Tempelpolder
Auteur(s) |
J.R. Delsman
|
T. van Woerkom
|
G. Emidio Horta Nogueira
Publicatie type | Rapport Deltares
Dit rapport beschrijft een modelstudie naar de effecten van vernatting in omliggende veenweidepolders op de grondwatersituatie en opbarsting in de Middelburg-Tempelpolder (MT-polder). Vernatting is een maatregel om bodemdaling en CO₂-uitstoot door veenoxidatie te beperken. De Provincie Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap van Rijnland hebben Deltares gevraagd deze effecten te analyseren.
Het onderzoek maakt gebruik van een bestaand zoet-zout grondwatermodel (COASTAR MT-polder model), dat is aangepast op basis van een uitgebreide analyse van de weerstand van de Holocene deklaag. Deze weerstand wordt in hoge mate bepaald door de aanwezigheid van slecht doorlatend basisveen. Uit een combinatie van analyse van boringen, laboratoriummetingen van de doorlatendheid van basisveen en model-gevoeligheidsanalyses blijkt dat basisveen overal aanwezig is en een lage doorlatendheid heeft. Dit is anders dan op basis van GeoTOP verwacht werd, de basisveenlaag is in GeoTOP niet overal aanwezig, en de toegepaste doorlatendheid is hoger dan blijkt uit een representatief monster uit de omgeving van de MT-polder. Aangenomen continue aanwezigheid van basisveen gecombineerd met een lagere doorlatendheid resulteert in een hoge deklaagweerstand van zo’n 150.000 dagen rondom de MT-polder. Beschikbare stijghoogtemetingen werden met deze weerstand het beste benaderd. Deze deklaagweerstand is duidelijk hoger dan eerdere inschattingen. Een extra analyse is daarom uitgevoerd met een eerder toegepaste weerstand van 10.000 dagen, het effect op het modelresultaat bleek daarbij minimaal.
Een modelscenario is doorgerekend waarbij een vorm van vernatting (Actief WaterInfiltratieSysteem, AWIS) is geïmplementeerd op graslandpercelen in het veenweidegebied rondom de MT-polder, met uitzondering van deelgebied Boskoop. Een AWIS infiltreert water in onderling verbonden drainagebuizen, waarbij het infiltratiepeil onafhankelijk van het slootpeil kan worden ingesteld. De gekozen implementatie verhoogt in de zomer de grondwaterstand op de betreffende veenweidepercelen tot circa 20 cm onder maaiveld. In de winter daalt de grondwaterstand op de betreffende percelen doordat de aangelegde AWIS infiltratiebuizen in de winter extra water afvoeren. De grote weerstand van de Holocene deklaag dempt de doorwerking van het effect van AWIS naar het diepe grondwater sterk; effecten op de stijghoogte in het eerste watervoerende pakket zijn beperkt tot enkele centimeters. Effecten op de stijghoogte onder de MT-polder zijn verwaarloosbaar.
Met een verwaarloosbaar effect op de stijghoogte is er ook geen merkbaar effect van AWIS implementatie in de omliggende veenweidepercelen op het opbarstrisico, kwel, zoutvracht of bodemdaling in de MT-polder. Het risico op opbarsting in de MT-polder neemt door voortgaande bodemdaling in de MT-polder zelf in de toekomst wel toe, implementatie van AWIS in de omgeving heeft hier geen merkbaar effect op. Het opbarstrisico is in de winter hoger dan in de zomer; de hogere grondwaterdruk in de winter blijkt van groter belang dan het hogere gewicht (tegendruk) door de hogere grondwaterstand.
Aanbevolen wordt om bij eventuele aanleg van AWIS het effect op de stijghoogte en daarmee opbarstrisico te monitoren, gezien de onvermijdelijke onzekerheden in het gebruikte grondwatermodel en de daarbij aangenomen hoge weerstand van de Holocene deklaag in het omliggende veenweidegebied.