Hydro-morfologische verkenning Krabbenkreek : mogelijke toepassing van baggersediment voor behoud en ontwikkeling van schorren bij Sint Annaland
Auteur(s) |
N.P. Vermeer
|
P.W.J.M. Willemsen
|
L. de Vet
Publicatie type | Rapport Deltares
De schorren in de Oosterschelde staan onder druk door aanhoudende erosie, terwijl sinds de aanleg van de Deltawerken nauwelijks nog natuurlijke opbouw plaatsvindt. Hierdoor verdwijnen schorren geleidelijk, bijvoorbeeld door erosie van de schorrand, maar ook doordat vegetatie verdwijnt zonder duidelijke klifvorming. Rijkswaterstaat heeft op enkele locaties stenen schorrandverdedigingen aangelegd om deze erosie tegen te gaan, wat lokaal effectief is. Dergelijke harde ingrepen passen echter minder goed bij het natuurlijke, dynamische karakter van de Oosterschelde en worden daarom bij voorkeur vermeden.
Deze studie onderzoekt of suppleties een kansrijk alternatief kunnen vormen voor schorrandverdedigingen en of daarbij sediment uit toekomstige baggerwerkzaamheden in de Krabbenkreek kan worden benut. Het schor/slikgebied bij Sint Annaland is aangewezen als potentiële proeflocatie, mede vanwege de geplande baggerwerkzaamheden rond 2030. Het vrijkomende sediment zou kunnen worden ingezet om bestaande schorren te beschermen en vegetatieloze intergetijdengebieden op te hogen, zodat nieuwe schorvorming mogelijk wordt.
Suppleties lijken met name kansrijk voor het onbeschermde schor in het oosten van Sint Annaland, waar het milde golfklimaat de erosiedruk beperkt. Een suppletie kan het schor afschermen tegen golven en daarmee een vergelijkbare functie vervullen als stenen verdedigingen. Ook suppleties op aangrenzend kaal slik (het zogenoemde Van Haaftenschor) bieden perspectief voor nieuwe schorontwikkeling, bijvoorbeeld door vestiging van pioniervegetatie of het creëren van beschutting. Bij verdere uitwerking is aandacht nodig voor ontwerpkeuzes en mogelijke neveneffecten, zoals slibverspreiding en veranderingen in sedimentdynamiek door baggerwerkzaamheden.