INF14 Maatregelen ter reductie wateroverlast langs kanalen : korrelverdelingen top 1e watervoerende pakket langs ARK
Publicatie type | Rapport Deltares
Deltares voert binnen het SITO-PS thema infrastructuur onderzoeken uit die oplossingen moeten aandragen voor vraagstukken die optreden bij nieuwe infrastructuur en/of instandhouding van reeds bestaande infrastructuur, waaronder kanalen. Verbredingen en/of verdiepingen van kanalen zoals die in het verleden zijn uitgevoerd om meer scheepvaart en schepen van zwaardere klasse toe te staan, zijn in de toekomst niet zondermeer mogelijk. De beperkte beschikbare ruimte langs kanalen en de invloed die verbreding en verdieping op de omgeving hebben, kan een bezwaar of belemmering inhouden. De invloed op de omgeving kan door aanpassing van kanalen toenemen, o.a. in de vorm van wateroverlast, bijvoorbeeld als het kanaal hoger ligt dan de omgeving. Het is voor kanaalbeheerder noodzakelijk inzicht te hebben in de mogelijke maatregelen ter verbetering van de kanalen (met reductie van wateroverlast) en de consequenties daarvan om onderbouwde keuzes te kunnen maken. Dit staat centraal in het SITO-PS onderzoek “Maatregelen ter reductie wateroverlast langs kanalen (ARK)” waarbij het Amsterdam Rijn Kanaal tussen Breukelen en Nigtevecht als case wordt gebruikt.
Deze rapportage is een product binnen Deelproject 2 waarin data wordt ingewonnen als onderdeel van het systeembegrip. Het doel van deze activiteit is het uitvoeren van korrelgrootte verdelingen op de zandmonsters uit de top van het 1e watervoerende pakket. De uit te voeren korrelverdelingen geven informatie over de samenstelling en eigenschappen van deze grondlaag. Deze informatie kan gebruikt worden in andere deelprojecten, bijvoorbeeld voor de vertaling naar erosiegevoeligheid of doorlatendheid.
De resultaten van de korrelgrootteverdelingsproeven zijn gerapporteerd. Gebruik makend van de norm NEN-EN-ISO 14688-2:2019 +NEN8991:2020 blijkt dat de uitgevoerde proeven aangeven dat we te maken hebben met fijnkorrelig zand met enkele
uitschieters naar middelgrofkorrelig zand. Tevens blijkt een uniforme verdeling op basis van gelijkmatigheid coëfficiënt Cu en een goede verdeling op basis van de kromming coëfficiënt Cc . Beide verdelingen laten zien dat er geen sprake is van discontinue sorteringen. Deze bevindingen sluiten aan bij de beschrijving van deze zandlaag als onderdeel van de Formatie van Boxtel.