Jaarsom RMM 2024 : validatie SOBEK Rijn-Maasmonding
Auteur(s) |
T.D. Zijker
Publicatie type | Rapport Deltares
Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid stelt jaarlijks een jaarsom op voor de Rijn-Maasmonding, waarin de waterbeweging over een volledig kalenderjaar wordt doorgerekend op basis van gemeten condities. Deze jaarsom dient om te toetsen of het vigerende hydrodynamische model de werkelijkheid adequaat reproduceert. Dit rapport beschrijft de validatie van de jaarsom 2024 voor het SOBEK-model sobek-rmm_vzm-j15_5-v4, aangeleverd door RWS-WNZ en geanalyseerd door Deltares. Naast 2024 zijn ook geactualiseerde jaarsommen over 2019–2023 opnieuw beoordeeld, waarbij gebruik is gemaakt van zowel de jaarsomtoolbox als de tidal_plottools. Het jaar 2024 kenmerkte zich door relatief rustige omstandigheden, zonder extreme stormopzet of uitzonderlijke rivierafvoeren.
De validatieresultaten laten zien dat de gemiddelde RMSE van waterstanden in 2024 vergelijkbaar is met voorgaande jaren. Wel is sinds 2023 sprake van een trendbreuk, waarbij waterstanden op met name de Waal structureel worden onderschat, met doorwerking naar omliggende gebieden zoals Dordrecht en de (Bergsche) Maas. Hoogwaters langs de Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas worden over de gehele periode 2019–2024 overschat, terwijl verder landinwaarts juist sprake is van onderschatting, vooral in 2023 en 2024. Ondanks deze afwijkingen is het model geschikt bevonden voor het bepalen van verziltingskansen met de 1.5-GGV-methode.
Vanwege het belang voor de Maeslantkering en de Hollandsche IJsselkering is de modelprestatie bij Rotterdam, Dordrecht en Krimpen aan den IJssel nader onderzocht. Voor gemiddelde waterstanden voldoet het model hier grotendeels aan de kwaliteitseisen, maar voor hoogwaters treden afwijkingen op, met overschatting bij Rotterdam en onderschatting bij Dordrecht. Bij extreme omstandigheden blijven de fouten in scheve opzet beperkt, al is er een lichte onderschatting richting de extremen. Voor toekomstige modelactualisaties wordt aanbevolen aandacht te besteden aan de trendbreuk op de Waal, getijfouten en hoogwateroverschatting in het benedenrivierengebied, en mogelijke verbeteringen in de modellering van windeffecten in de Rijn-Maasmonding.