KZH : Validatie van afvoer-chloride relaties voor toepassing in het waterverdeelmodel QWAST ten behoeve van berekeningen voor Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem (KZH)
Auteur(s) |
Y. Huismans
|
M.C.H. Tiessen
|
T. de Wilde
Publicatie type | Rapport Deltares
In deze studie is onderzocht of afvoer‑chloriderelaties (Q‑s relaties), afgeleid uit 3D‑modellen, geschikt zijn voor toepassing binnen het QWAST‑model in het kader van het Programma Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem (KZH). Omdat QWAST zelf geen verzilting berekent, is behoefte aan vereenvoudigde relaties die de invloed van afvoer op chlorideconcentraties beschrijven. De toepasbaarheid is getoetst via een stappenplan met het bepalen van de context en validatiemethodiek, kwantitatieve validatie met meetdata en gevoeligheidstesten. Het rapport beschrijft de validatie-uitkomsten, de aanbevolen onzekerheidsmarge en het gezamenlijke oordeel van Rijkswaterstaat, Deltares en Hydrologic over de bruikbaarheid van deze relaties.
Voor Krimpen aan den IJssel blijken de Q‑s relaties de verziltingspatronen goed te reproduceren, al is er sprake van overschatting bij afvoergedreven verzilting en onderschatting bij situaties met sterke windopzet. Dit leidt onder meer tot een overschatting van het moment waarop maatregelen zoals de Klimaatbestendige Water Aanvoervoorziening (KWA) nodig zijn. De afwijking blijft echter binnen de bandbreedte van de meetonzekerheid, en daarom wordt aanbevolen om in gevoeligheidsanalyses een verschuiving van circa 50 m³/s toe te passen. Voor de Krimpenerwaardinlaat was validatie lastiger door beperkte data en complexe dynamiek; bovendien blijkt deze locatie ongeschikt als indicator omdat verzilting daar juist voorkomen moet worden. Als alternatief is een Q‑Q relatie ontwikkeld op basis van 3D‑berekeningen.
De gevoeligheidsanalyse laat zien dat onzekerheid in verzilting invloed heeft op de beoordeling van maatregelen en wijst op een mogelijk knelpunt in de doorvoercapaciteit bij de Bernhardsluizen. Over het geheel genomen worden de Q‑s‑ en Q‑Q‑relaties als voldoende geschikt beschouwd voor deze toepassing, mits onzekerheden expliciet worden meegenomen. De relaties zijn vooral bruikbaar voor globale analyses waarin rivierafvoer de dominante factor is. Voor toepassingen met hogere nauwkeurigheid zijn ze te eenvoudig en worden alternatieven aanbevolen, zoals snelle 3D‑modellen of daarop gebaseerde machine‑learning‑toepassingen.