Morfologisch onderzoek zeegat van Ameland : een verdiepend onderzoek naar de uitwisseling tussen buitendelta, kust en bekken
Auteur(s) |
E.P.L. Elias
|
N.P. Vermeer
|
H.J.W. van der Vegt
Publicatie type | Rapport Deltares
De afgelopen jaren is binnen KPP B&O Kust en Kustgenese 2 uitvoerig onderzoek gedaan in het zeegat van Ameland om het morfologische gedrag van de buitendelta’s, de bijbehorende sedimenttransporten en de uitwisseling tussen buitendelta en eilandkust beter te begrijpen. Eén van de uitkomsten van deze studies is de identificatie van sediment-bypassing cycli die optreden op de buitendelta. Een onderdeel van sediment-bypassing kan de vorming van aanlandingsbanken zijn die uiteindelijk verhelen met de kust, waarna de kust sterk uitbouwt. Sinds 1989 zijn twee van deze aanlandingen geobserveerd, terwijl een derde cyclus van aanlandingsbanken is gevormd.
In de voorliggende studie zijn de sedimentvolumes van het Zeegat van Ameland, met een focus op de aanlandingsbanken, gekwantificeerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van nieuwe inzichten rondom sediment-bypassing en is er gewerkt met een nieuwe methode die gebruik maakt van het actieve sedimentvolume zoals beschreven in Pearson et al. (2022).
In totaal nemen het bekken, de buitendelta en eilandkoppen van het Amelander Zeegat met 72 miljoen m3 in sedimentvolume toe tussen 1989 en 2017. De grootste toename treedt op in het bekken (43 miljoen m3) door opvulling van geulen. De buitendelta neemt 29 miljoen m3 in volume toe. Erosie van de Boschplaat (30 miljoen m3) en de uitgevoerde suppleties (13 miljoen m3) vormen de grootste lokale zandbronnen voor deze aanzanding.
De bankaanlandingen van de Bornrif Strandhaak (1985 – heden) en het Bornrif Bankje (2017 - heden) hebben ieder geresulteerd in een kustvolumetoename van 40 tot 50 miljoen m3. Binnen de huidige sediment-bypassing cyclus zijn er grote ebschilden gevormd. Deze ebschilden vormen de basis van de toekomstige aanlandingsbanken en bevinden zich nu nog ver zeewaarts op de buitendelta. De ebschilden bevatten op dit moment al meer dan 45 miljoen m3 zand. Het is waarschijnlijk dat een nieuwe aanlanding op een tijdschaal van ~10 jaar zal plaatsvinden.
Een beter begrip van de vorming en verplaatsing van de aanlandingsbanken en de sedimentvolumes binnen deze banken ondersteunt Technisch Management van Kustlijnzorg bij het lokale kustbeheer van Ameland. Daarnaast draagt dit onderzoek bij aan kennisontwikkeling rondom het uitvoeren van systeemsuppleties op buitendelta’s. Continuering van de metingen, het morfologisch onderzoek en verdieping van de kennis is hiervoor essentieel.