Morfologische analyse Noordzeekust Goeree
Auteur(s) |
E.P.L. Elias
Publicatie type | Rapport Deltares
In het onderzoeksprogramma KPP B&O Kust werken Deltares en Rijkswaterstaat samen om meer inzicht in de ontwikkeling van het zandige kustsysteem te krijgen en met deze kennis het beheer en onderhoud ervan te ondersteunen. De Noordzeekust van Goeree is één van de locaties langs de Nederlandse kust waar aanvullend inzicht benodigd is.
Na afsluiting van de achterliggende estuaria, het Haringvliet door de Haringvlietdam (1957-1970) en de Grevelingen door de Brouwersdam (1962-1971) zijn grote veranderingen in de mondingsgebieden opgetreden. Deze hebben ook de kustlijn van Goeree beïnvloed. Zo zorgde het wegvallen van de kustdwarse getijstroming in de Grevelingmonding voor een meer golfgedomineerde omgeving, wat resulteerde in het landwaarts verplaatsen en verdwijnen van de buitendelta van de Grevelingen. Dit sediment accumuleert enerzijds in het landwaartse deel van de monding waar het banken vormt zoals de Bollen van de Ooster, anderzijds wordt het sediment noordwaarts langs de kust van Goeree afgevoerd. Daar heeft het o.a. gezorgd voor de sterke uitbouw van de Kwade Hoek. Het verlies van getijdewerking in het Slijkgat, door afsluiting van het Haringvliet, zorgde, in combinatie met een grote zandtoevoer, ervoor dat de brede getijgeul niet kon worden behouden. Intensief baggeren van een aantal drempelgebieden in het Slijkgat is nu nodig om de vaargeul op de gewenste diepte te behouden.
De huidige erosieproblematiek aan de zuidwestkop van Goeree hangt samen met de groei en noordwaartse verplaatsing van de bank ‘Bollen van de Ooster’ en het kortsluitgeultje dat tussen die bank en de kust is ingeklemd. Dit geultje verplaatst zich noordelijk, met de Bollen van de Ooster mee, waardoor er lokaal sterke erosie is. Zolang de Bollen van de Ooster aanwezig blijft zal de erosie blijven bestaan. Het al dan niet doorbreken of aanlanden van de Bollen van de Ooster is nu niet te voorspellen. Het is noodzakelijk de Bollen van de Ooster goed te blijven monitoren. Innovatieve meettechnieken zoals satellietbeelden en Satelite Derived Bathymetry kunnen hierin een waardevolle rol te spelen.