Morfologische analyse strand Brouwersdam
Auteur(s) |
E.P.L. Elias
Publicatie type | Rapport Deltares
In 1971 werd de Brouwersdam voltooid, waarmee de Grevelingen van de Noordzee werd gescheiden. Na de aanleg van de Brouwersdam is het Strand Brouwersdam ontstaan door ophoping van sediment tegen de dam. Dit strand speelt geen directe rol binnen het programma Kustlijnzorg, omdat er geen Basiskustlijn is gedefinieerd en de Brouwersdam ook zonder strand aan de veiligheidseisen voldoet. Het strand heeft echter wel recreatieve en economische waarde voor de provincie en de lokale overheden.
Ter ondersteuning van Rijkswaterstaat bij de afweging of, en zo ja hoe, het strand onderhouden zou kunnen worden, is een morfologische analyse van het Strand Brouwersdam uitgevoerd. De ontwikkeling van het strand kent drie fasen:
• Vorming (tot ca. 1994): Het strand is ontstaan door landwaartse verplaatsing van een plaat in het mondingsgebied (de Middelplaat), waardoor sediment zich ophoopte aan de zuidzijde van de Brouwersdam. Rond 1994 vormde zich hier een strandvlakte.
• Verplaatsing (1994-2015): Tussen 1994 en 2015 migreerde de strandvlakte noordwaarts langs de Brouwersdam: erosie trad op aan de zuidzijde, terwijl aan de noordzijde sedimentatie plaatsvond, totdat het strand zijn huidige positie bereikte.
• Huidige gedrag (sinds 2015): Sinds 2015 is de uitbouw aan de noordzijde beperkt, omdat het strand hier nu grenst aan de voormalige geul Springersdiep en veel sediment zeewaarts wordt afgevoerd naar de vooroever. De zuidzijde blijft echter structureel eroderen, wat leidt tot een afname in volume en omvang. De in 2015-2016 uitgevoerde suppletie van 500.000 m3 zand aan de zuidflank heeft dit verlies grotendeels gecompenseerd en de ontwikkeling feitelijk 7 jaar teruggedraaid. Daardoor is het strand tussen 2015 en 2023 vrijwel stabiel gebleven in omvang .
Op korte termijn worden geen significante veranderingen verwacht in de hydrodynamische processen (getij en golfwerking) langs het Strand Brouwersdam. De monding voor het strand is relatief stabiel en wordt deels afgeschermd door de langgerekte zandbank de Bollen van Ooster. Zolang deze bank aanwezig blijft, zullen de morfologische processen in het achterliggende gebied en langs het strand zich naar verwachting niet sterk wijzigen in de komende 5 tot 10 jaar.
Het huidige strand is morfologische gezien niet in evenwicht en vertoont een netto trend van afname. De erosie zal zich blijven voortzetten: zand verdwijnt van de zuidzijde, waarbij slechts een klein deel op het strand of in de duinen terechtkomt; het merendeel verdwijnt via de noordzijde in de diepe vooroever. Ook na het eventueel doorbreken van de Bollen van de Ooster zal het nog geruime tijd duren voordat dit leidt tot significante veranderingen in het achterliggende mondingsgebied en eventuele natuurlijke aanvoer van sediment naar het strand. Het is waarschijnlijk dat het strand tegen die tijd in zijn huidige vorm en omvang niet meer aanwezig zal zijn.