Morfologische analyse vooroeversuppletie Callantsoog
Auteur(s) |
E.P.L. Elias
|
E. Quataert
|
S. Pearson
Publicatie type | Rapport Deltares
Rijkswaterstaat en Deltares onderzoeken samen de impact van suppleties op het morfologische gedrag van de kust en de onderhoudsbehoefte. Bij Callantsoog, gelegen tussen Den Helder en de Hondsbossche en Pettemer Zeewering (HPZ), is de kust onderhevig aan structurele erosie. Frequent suppleren door Rijkswaterstaat is nodig om de kustlijn in stand te houden. Bij Callantsoog, tussen raai 1320 en 1421, treedt relatief veel erosie op en de BasisKustLijn wordt hier (na de laatste strandsuppletie in 2019) in 2022 alweer overschreden. Een voorliggend geultje, gelegen tussen de brekerbank en de kust met een zeewaartse uitstroom gelegen tussen raaien 1600 – 1700, is een mogelijke oorzaak van de zandverliezen. Door Rijkswaterstaat wordt daarom overwogen een suppletie toe te passen, waarbij de rechtstreekse verbinding van de geul met de vooroever wordt dichtgezet.
Deze studie beoogt antwoord te geven op de vraag “Wat is de rol van het geultje gelegen tussen de brekerbank en de kust en kunnen verliezen in de strandzone tussen raai 1320-1421 worden beperkt door het aanleggen van de vooroeversuppletie?”. Dit is gedaan door het systeem in 4 stappen te analyseren: (1) grootschalige analyse van het gehele kustvak tussen Den Helder en de HPZ, (2) kleinschalige analyse van het vak tussen raai 1000-2009, (3 en 4) morfostatische modellering van de situatie vóór en ná suppletie. Deze analyses vormen de basis voor de beschrijving van de morfologische veranderingen en de sedimenttransport-stromen in het kustvak.
Op basis van de modellering vóór en ná de suppletie kan geconcludeerd worden dat de residuele transporten noordwaarts gericht zijn en vooral optreden op de voorliggende brekerbank en in de brandingszone langs de kust. Het geultje, gelegen tussen de brekerbank en de kust, speelt geen primaire rol in de geobserveerde erosie. Er is geen dominante sedimenttransportstroom door het geultje, noch een zeewaartse uitstroom via het geultje, te zien. Daarom wordt verwacht dat dichtzetten van het geultje geen effect heeft op de sedimentverliezen.
Op basis van de modellering wordt geconcludeerd dat de suppletie zal werken als een reguliere vooroeversuppletie. Golfbreking op de suppletie tijdens stormcondities zorgt ervoor dat de achterliggende kust wordt beschermt tegen golfaanval. Het golfbrekende effect is het sterkst ter plaatse van het geultje, omdat hier vóór de suppletie geen of een lagere brekerbank aanwezig was. Op deze wijze kan de vooroeversuppletie wel bijdragen aan een reductie van de erosie van de achterliggende kust (rond raai 1606). Op basis van de eerder uitgevoerde suppleties is het waarschijnlijk dat de vooroeversuppletie verheelt met de al aanwezige brekerbank. Deze bank zal dan langzaam richting de kust migreren en voor lange tijd aanwezig blijven in het profiel. Of deze bank zich ook ter plaatse van het geultje handhaaft, is op basis van de uitgevoerde analyses niet te voorspellen.