Morfologische ontwikkeling van het Eierlandse Gat
Auteur(s) |
E.P.L. Elias
Publicatie type | Rapport Deltares
Het onderzoeksprogramma Kennis Primaire Processen Beheer & Onderhoud Kust (KPP B&O Kust) ondersteunt Rijkswaterstaat bij het onderhoud en beheer van de kust. Om de eilandkusten langs zeegatsystemen zowel op de korte termijn te kunnen handhaven als op de lange termijn te laten meegroeien met zeespiegelstijging, is begrip van het morfologische systeem en de sedimentuitwisselingen tussen kust, zeegat en bekken belangrijk. In deze studie is de grootschalige morfodynamiek van het Eierlandse Gat bestudeerd.
Het Eierlandse Gat is gelegen in de Westelijke Waddenzee en ligt ingeklemd tussen de eilanden Texel en Vlieland. Menselijk ingrepen speelt al een lange tijd een grote rol in het Eierlandse Gat. Door aanleg van bolwerken (1948 en 1958) is de noordwestpunt van Texel, en daarmee ook de ligging van het Eierlandse Gat, vastgelegd en heeft het huidige zeegat zich gevormd. De meest recente ingreep betreft de aanleg van de Eierlandse dam in 1995. Naast de vorming van een breed strand om de dam heen, heeft de dam ook de morfodynamiek van de buitendelta (tijdelijk) verstoord.
Ondanks dat het Eierlandse Gat het kleinste zeegat van de Westelijke Waddenzee is, is het morfologische gedrag complex. Door de aanwezigheid van twee uitstroomgeulen is er een verschil in gedrag tussen het zuidelijke en het noordelijke deel van de buitendelta te onderscheiden. Het Robbengat domineert de ontwikkeling van het zuidelijke deel. Er zijn hier perioden aanwezig waarin het Robbengat een enkele hoofduitstroming heeft, perioden met meerdere kleine uitstroomgeulen en perioden waarin juist ebschaar- en ebschildsystemen voorkomen. Een duidelijke periodiciteit of voorspelbaarheid is hierin niet te onderscheiden.
Een periodieke ontwikkeling treedt wel op in het noordelijke deel van de buitendelta dat onder invloed staat van het Engelsmangat. Het Engelsmansgat en de bijbehorende banken vertonen een periodieke ontwikkeling, waarbij de geul roteert van een westelijke naar een noordwestelijke uitstroomrichting en er een grote aanlandingsbank wordt gevormd die verheelt met de Vliehors. Deze ontwikkeling herhaalt zich om de 15 tot 25 jaar. De aanleg van de Eierlandse dam heeft het aanlandingsproces tijdelijk verstoord. Gedurende een periode van 20 jaar vormde zich geen nieuwe aanlandingsbank meer. Zo’n aanlandingsbank is in de meest recente bodemdata echter weer terug te zien, dit laat zien dat de natuurlijke dynamiek zich heeft hersteld.
Het aanlanden van banken speelt een belangrijke rol in de uitwisseling van zand tussen het zeegat en het eiland. Een sedimentbalans opgesteld over de periode 1987-2017 laat zien dat zowel de buitendelta als het bekken sediment verliezen. Het verlies van de buitendelta bedraagt 7 miljoen m3 en dat van het bekken 10 miljoen m3. Dit verlies is nagenoeg gelijk aan de toename in sedimentvolume van de aanliggende eilandenkop en - staart; Eierland neemt met 2 miljoen m3 in volume toe, de Vliehors met 12 miljoen m3. De totale volumebalans van zeegat en eilanden is hiermee vrijwel sluitend.