Nieuwe modelrandvoorwaarden ten behoeve van BOI2023 : Maas, Rijntakken en Rijn-Maasmonding
Auteur(s) |
E.C. van der Deijl
|
A.M. van den Hoek
|
T.D. Zijlker
Publicatie type | Rapport Deltares
Het Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium voor primaire waterkeringen heet afgekort BOI. Het basisinstrumentarium voor BOI bestaat uit handleidingen, technische leidraden, softwareapplicaties en databases. Dit wettelijke BOI-instrumentarium (WBI) kan worden gebruikt om de overstromingskans van een dijktraject te bepalen. Met het WBI2023 moeten beheerders de nieuwe beoordelingsronde 2023-2035 uitvoeren en versterkingsmaatregelen ontwerpen die voldoen aan de veiligheidsnorm (Rijkswaterstaat-WVL, 2019).
In de beoordelingsfase van het Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium (BOI2023) wordt voor de Bovenrivieren (Rijn(takken) en Maas) en het benedenrivierengebied (Rijn- en Maasmonding (RMM)) gebruik gemaakt van hiervoor speciaal ontwikkelde zesde-generatie-netwerkmodellen (D-HYDRO/ D-Flow FM; “_6” in naamgeving van modellen). Onderstaande modellen worden gebruikt voor het bepalen van de hydraulische randvoorwaarden (HR) voor de 2023-beoordelingsronde (hr2023), die nodig zijn voor de beoordeling en het ontwerp van de primaire keringen:
• Rijntakken: dflowfm2d-rijn-hr2023_6-v1a (Kosters, 2022) en dflowfm2d-rijn-hr2023_6-v1b (Van den Hoek, 2026);
• Maas: dflowfm2d-maas-hr2023_6-v2b en dflowfm2d-maas-hr2023_mknov_6-v2b (Van der Deijl & Van den Hoek, 2026);
• RMM: dflowfm2d-rmm_vzm-hr2023_6-v2b (Zijlker, 2026).
Dit rapport beschrijft de volledige afleiding van alle BOI2023-randvoorwaarden om de hr2023_6-modellen van de Rijn, Maas en RMM mee te kunnen draaien. Deze modellen worden op hun beurt gebruikt door BOI2023 voor het bepalen van de hydraulische randvoorwaarden.