Risicogestuurd B&O en beheersbaarheid : omgaan met schade in de faalpadenbenadering
Auteur(s) |
W.J. Klerk
|
B.C. Noyons
Publicatie type | Rapport Deltares
Uit recent onderzoek blijkt dat er een aanzienlijk gat is tussen beoordeling en beheer & onderhoud (B&O), waardoor effectieve risicosturing lastig is. In dit rapport wordt gekeken hoe de faalpadenbenadering kan worden benut om dit gat te overbruggen. Essentieel daarin is gestructureerde kennisdeling tussen beoordelaars en beheerders. Om dat te faciliteren is een actiewijzer ontwikkelt die daarbij kan helpen.
In Nederland worden primaire waterkeringen beoordeeld middels een faalpadanalyse. Daarin wordt een reeks van gebeurtenissen geanalyseerd die leiden tot een overstroming, en zo wordt de overstromingskans ingeschat. Hoewel de kans op een overstroming voor 2 afzonderlijke keringen hetzelfde kan zijn, kan er een heel ander type gedrag aan ten grondslag liggen. Bij ductiel falende keringen kan bijvoorbeeld de bekleding beschadigd raken, zonder dat het dijklichaam ook faalt. Wanneer het dijklichaam bijvoorbeeld een lage erosiebestendigheid heeft kan de kering ‘ineens’ doorbreken wanneer de bekleding faalt, we spreken dan van bros falen. Vanuit een beoordeling wordt hiertussen in principe geen onderscheid gemaakt omdat er alleen naar de overstromingskans wordt gekeken.
Dit onderscheid in gedrag is cruciaal vanuit een beheer en onderhoudscontext: wanneer keringen bijvoorbeeld vaak schade ondervinden vereist dit een ander type beheer en onderhoud dan wanneer keringen door stormen geen schade ondervinden, maar bijvoorbeeld wel sterk afhankelijk zijn van het goed geklemd zijn van de steenzetting. In dit rapport is op basis van concepten uit bijvoorbeeld de Eurocode en de constructieve veiligheid gepoogd om de faalpadanalyse te verbinden aan concepten als constructieve robuustheid en veerkracht. Dit is vertaald naar een actiewijzer waarmee het gesprek over de relatie tussen B&O en beoordeling beter kan worden gevoerd.
In dit rapport is onderscheid gemaakt tussen 3 typen schade:
1. Schade die ontstaat los van een (extreem) hoogwater (‘in de koude’) (bijv. rijsporen)
2. Schade die ontstaat tijdens hoogwater en direct de faalkans verhoogt (bijv. bevergraverij)
3. Schade door hoogwater, (sterk) verhoogde faalkans na storm. (bijv. erosieafslag)
Met voorbeelden uit eerdere onderzoeken naar risicogestuurd B&O is uitgewerkt wat de effecten zijn van deze verschillende typen schade, en bij welke faalpaden ze een belangrijke rol spelen. Dit is gebruikt om een actiewijzer op te stellen waarmee in de context van de beoordeling een meer gestructureerd gesprek gevoerd kan worden over de effecten van de verschillende typen schade, en de handelingsperspectieven voor B&O. Het doel is om de verbinding tussen B&O en beoordeling te versterken en zo tot realistischere faalpadanalyses leidt.
De actiewijzer is getoetst met een concrete casus bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Daaruit blijkt dat de schades van type 1 op dit traject een wezenlijk bijdrage leveren aan de faalkans door overslag: rijschades door maaiwerk bij de teen verhogen de faalkans met een orde grootte, en leiden zo tot een onacceptabel hoge overstromingskans. Een beheersmaatregel is intensiever op deze plekken herstel uitvoeren en aanleggen van goede onderhoudsstroken.
Bij de Noorse steen bekleding op dit traject blijkt dat er frequent schade ontstaat. Beheersmaatregelen zijn hier het in beeld brengen en eventueel vergroten van de herstelcapaciteit voor grootschalige schade, en het kijken naar permanente oplossingen om zowel de kans op schade als de overstromingskans te verminderen zoals aanleg van een zwaardere stortberm. Aanbevolen wordt om de actiewijzer voor deze casus nog verder uit te werken gedurende de rest van de beoordeling, en deze ook te toetsen bij andere beoordelingen en waterschappen.