Ruimtelijke verkenning duurzaam gebruik van de ondergrond : kansen, beperkingen en ruimtelijke samenhang in het gebruik van de Nederlandse ondergrond
Auteur(s) |
C.G.C. van Baak
|
E.K. Leentvaar
|
T. van Woerkom
|
K.H. Wesdorp
|
A. Marsman
|
H. Cremer
Publicatie type | Rapport Deltares
Deze ruimtelijke verkenning biedt een integraal beeld van het huidige en toekomstige gebruik van de Nederlandse ondergrond met als doel inzichten aan te reiken, denkrichtingen te openen en ruimtelijke samenhang te laten zien. Waar de ondergrond traditioneel werd gezien als een technische voorziening onder de maaiveldruimte, laat deze verkenning zien dat de ondergrond inmiddels een volwaardig onderdeel vormt van de nationale ruimtelijke opgave.
Deze verkenning sluit daarmee aan bij de Nota Ruimte, waarin het Rijk onder andere inzet op een integrale benadering van ondergrondse ruimtelijke opgaven gericht op het mogelijk maken van bodemenergiesystemen en geothermie, in balans met de kwaliteit van bodem, ondergrond en grondwater.
Centraal in deze verkenning staat het inzicht dat het gebruik van de ondergrond in toenemende mate een driedimensionaal vraagstuk is. Waar ruimtelijke afwegingen in de ondergrond traditioneel vooral tweedimensionaal worden gemaakt, gelinkt aan het gebruik aan het oppervlak, wordt het in toenemende mate belangrijk voor beleid of en hoe ondergrondse functies elkaar ook verticaal kunnen beïnvloeden. Niet alleen de gebruiksdiepte, maar ook invloedzones, toegangstrajecten en de fysische opbouw van de ondergrond bepalen of functies elkaar versterken, beperken of uitsluiten. Daarmee verschuift de ruimtelijke ordening van de ondergrond van een benadering per afzonderlijke laag naar het beschouwen van één samenhangend 3D-systeem.
De verkenning maakt gebruik van een verdiepend lagenkader waarin de ondergrond op hoofdlijnen wordt onderverdeeld in een contactlaag, waterlaag en diepe ondergrond, gebaseerd op geologische en geohydrologische kenmerken. Deze fysieke indeling wordt expliciet onderscheiden van de traditionele ruimtelijke ordeningslagen (occupatie-, netwerk- en ondergrondlaag) en dient als hulpmiddel om gebruiksvormen, ruimteclaims en interacties tussen functies in de ondergrond inzichtelijk te maken. Daarbij wordt benadrukt dat fysieke, geohydrologische en juridische grenzen niet samenvallen en regionaal sterk kunnen verschillen. Uniforme bestuurlijke dieptegrenzen, zoals de 100- en 500-meter dieptegrenzen, zijn juridisch relevant maar vormen geen natuurlijke scheidslijnen in het functioneren van het ondergrondsysteem en daarmee het gebruik van de ondergrond.
Naast het conceptuele lagenkader maakt de verkenning duidelijk dat ondergrondgebruik in de praktijk niet alleen een ruimtelijk vraagstuk is. Bij ondergrondse activiteiten spelen ook technische haalbaarheid, juridische randvoorwaarden, bestuurlijke verantwoordelijkheden en sociaal-maatschappelijke factoren een rol. Deze bredere set aan aandachtspunten bepaalt in belangrijke mate of en hoe functies in de ondergrond gerealiseerd en gecombineerd kunnen worden.
Aan de hand van kaartbeelden en schematische doorsneden laat het rapport zien dat de ruimtelijke druk in de ondergrond sterk varieert per regio en per diepte. In de contactlaag is sprake van een hoge concentratie aan functies met relatief kleine ruimteclaims, terwijl in de waterlaag minder functies voorkomen met juist grotere invloedsgebieden, bijvoorbeeld door grondwaterstroming of thermische effecten. In de diepe ondergrond is het aantal functies beperkt, maar zijn toegangstrajecten door de bovenliggende lagen belangrijk voor de haalbaarheid van toepassingen. De analyse laat zien dat aandachtspunten tussen functies zich niet uitsluitend voordoen op dezelfde diepte, maar ook ontstaan door interacties tussen ondiepe en diepe toepassingen binnen dezelfde verticale kolom.
Specifieke aandacht wordt besteed aan de samenloop van maatschappelijke opgaven, zoals de bescherming van grondwatervoorraden voor drinkwater en de ontwikkeling van duurzame warmtevoorziening via geothermie. De verkenning maakt zichtbaar waar deze belangen ruimtelijk overlappen en welke typen aandachtspunten daarbij een rol spelen, zonder locaties aan te wijzen of normatieve keuzes te maken. Daarmee wordt duidelijk dat bestaande
ordenings- en beschermingskaders grotendeels sectoraal en per specifieke laag zijn ingericht, terwijl fysieke processen en gebruikseffecten zich driedimensionaal en in de tijd manifesteren.
Dit rapport is geen afwegingskader en wijst geen functies toe aan locaties. Het biedt wel een samenhangend analytisch kader en een systematische inventarisatie van aandachtspunten die relevant zijn bij het duurzaam, veilig en toekomstbestendig gebruik van de ondergrond. De verkenning ondersteunt daarmee beleidsmakers en andere betrokken partijen bij het expliciet meenemen van de dieptecomponent en de natuurlijke opbouw van de ondergrond in ruimtelijke afwegingen, en vormt een bouwsteen voor verdere beleidsontwikkeling, onderzoek ensamenwerking rond de 3D-ordening van de Nederlandse ondergrond.