Synthese recente onderzoeken zand-bentoniet kanaalafdichting
Auteur(s) |
L. de Wit
Publicatie type | Rapport Deltares
Deze rapportage is een product binnen Deelproject 3.1 Maatregelen van het SITO-PS onderzoek “Maatregelen ter reductie wateroverlast langs kanalen (ARK)” waarbij het ARK tussen Breukelen en Nigtevecht als case wordt gebruikt. De omgeving van het Amsterdam-Rijnkanaal (ARK) tussen Breukelen en Nigtevecht ondervindt overmatige kwel en wateroverlast. In dit rapport wordt een beknopte synthese gegeven van recente schaalproeven en veldmetingen van de toepassing van een zand-bentoniet mengsel (ZBM) als kanaalafdichting en een doorkijk gegeven voor toepassing van ZBM op het ARK.
Gezien de positieve bevindingen van toepassing van ZBM om de doorlatendheid te verlagen in schaalproeven en in het Twentekanaal is toepassing van ZBM op het ARK kansrijk, maar vanwege verschillen tussen de situatie op het ARK en die in de onderzoeken zijn er nog wel onzekerheden. Dit is een iets positievere inschatting dan wat in Verslag deelproject 1.2 - ARK kanaalbodem erosie en doorlatendheid (Deltares 2024) werd gedacht op basis van destijds verwachte stroomsnelheden. In 2024 was de verwachting dat de scheepsbelasting op het ARK veel zwaarder zou zijn dan in het Twentekanaal, omdat de schepen op het ARK veel groter zijn. Echter, de veldmeting van 2025 op het ARK (Deltares 2025a) heeft aangetoond dat de retourstroming op beide kanalen vergelijkbaar is.
De belangrijkste onzekerheden rondom de toepassing van ZBM op het ARK worden in dit rapport benoemd. Met name de onzekere mate van verspreiding en herverdeling van ZBM over het kanaal door de combinatie van achtergrondstroming en scheepvaart is een aandachtspunt. Dit kan potentieel leiden tot een afname in de werking over de tijd. Een veldpilot en schaalproeven zouden zeer nuttig zijn om de geïdentificeerde onzekerheden rondom toepassing van ZBM op het ARK weg te nemen.