Update toestand en trend MNLSO tot en met 2024 : memo
Auteur(s) |
K. Ouwerkerk
|
K.H.M. Gommans
|
J.C. Rozemeijer
Publicatie type | Rapport Deltares
Deze memo bevat de jaarlijkse update van de meetresultaten, de toestand en de trends t/m 2024 van de concentraties N- en P-totaal op de meetlocaties van het Meetnet Nutriënten Landbouw Specifiek Oppervlaktewater (MNLSO). Een uitgebreide en gedetailleerde rapportage over het meetnet verschijnt eens in de vier jaar, voorafgaand aan het jaar waarin de Nitraatrapportage wordt opgesteld. De meest recente, met de data tot en met 2023, is vorig jaar gepubliceerd: Ouwerkerk et al. (2024).
Uit de resultaten van het MNLSO komt naar voren dat de waterkwaliteit in de landbouw specifieke wateren over het geheel nog aan het verbeteren is, maar dat er in de periode 2021-2024 tussen de 48% en 71% van de meetlocaties nog niet aan de waterschapsnorm voor N-totaal en/of P-totaal wordt voldaan. De resultaten verschillen van jaar tot jaar. In 2022 voldoet voor N-totaal bijvoorbeeld 52% van de meetlocaties aan de waterschapsnorm, terwijl in 2024 slechts 29% voldoet. Voor P-totaal varieert het aantal locaties dat voldoet tussen de 42% (2024) en 51% (2023). Het is gezien deze jaar-tot-jaar variaties waardevol de toestand en trends over meerdere jaren te beschouwen.
De neerwaartse trends in de nutriëntenconcentraties in landbouwgebieden handhaven zich voor N-totaal zowel landelijk als voor alle drie de individuele hoofdgrondsoorten (klei, veen, zand) en vier stroomgebieden (Maas, Rijn-Noord/Nedereems, Rijn-Oost, Rijn-West). Alleen bij het Scheldestroomgebied stagneert de verbetering.
De trend van de P-totaal concentratie blijft neerwaarts op landelijke schaal met uitzondering van de 75-percentiel trendlijn. dat laatste betekent dat de P-totaalconcentraties stijgen op de MNLSO locaties waar de concentraties al relatief hoog zijn. In de stroomgebieden Schelde en Rijn-West is sinds ongeveer 2010 een opwaartse trend zichtbaar, voor de Maas is de opwaartse trend al langer aanwezig. In Rijn-Noord/Nedereems net als in Rijn-Oost houdt de reeds neerwaartse trend aan, al is deze in Rijn-Noord/Nedereems wel minder sterk dan aan het begin van de periode. Als de trends per bodemtype worden beschouwd, zien we dat voor
P-totaal de concentraties in het kleigebied sinds 2010 licht stijgen, terwijl de concentraties P-totaal in het zand gebied blijven dalen. Veen laat een schommelende trend zien.