Update van het zesde-generatiemodel Overijsselse Vecht model 2024
Auteur(s) |
A. Fujisaki
Publicatie type | Rapport Deltares
In dit rapport is een update beschreven van het zesde-generatiemodel van de Overijsselse Vecht dflowfm2d-ovd-j24_6-v2a, waarbij zowel de kalibratie als validatie opnieuw zijn uitgevoerd.
Er zijn meerdere Baseline-maatregelen doorgevoerd, waaronder het verplaatsen van de benedenstroomse randvoorwaarde naar de Ketelmeerzijde van de Ramspolkering. Het nieuwe model bevat daarnaast drie Ramspolkering-barrières met bijbehorende D-RTC-sturing. Tevens is de PID-regeling voor het gemaal Zedemuden aangepast.
De kalibratie van het v2a-model laat zien dat de onderschatting van de waterstanden met 20–30 cm, zoals aanwezig in v1a, aanzienlijk is verbeterd. Voor de Vecht zijn de resultaten over het algemeen binnen acceptabele marges, al blijft de overgang van zomerbed naar winterbed een aandachtspunt: bij inundatie neemt de foutmarge in de waterstanden toe. Voor de Zwarte Water- en Zwarte Meer-trajecten blijkt de modelprestatie sterk afhankelijk van windcondities en de schematisatie van de Ramspolkering. De resultaten van M1 en M2 tonen redelijke overeenstemming met de metingen, maar in perioden met stormopzet of afwijkende hydrologische omstandigheden is de fout groter. Over het geheel genomen is de kalibratie een duidelijke verbetering ten opzichte van v1a, al blijven specifieke trajecten gevoelig voor forceringen en grensvoorwaarden.
De validatie van het v2a-model toont aan dat het model over het algemeen goed presteert in natte perioden, maar beperkingen heeft bij droge jaren en bij de eerste overstromingen van het seizoen. In die situaties lopen de afwijkingen op tot circa 25 cm bij Vilsteren, 10 cm bij Dalfsen en 10–15 cm bij Vechterweerd. Vooral bij debieten rond 120–180 m³/s, wanneer het zomerbed net overstroomt naar het winterbed, is de nauwkeurigheid beperkt. De resultaten van M2 op het Zwarte Water zijn relatief zwak, maar dit komt mede door een kunstmatige topvervlakking in de afvoerreeks tussen Ommen en Dalfsen; gebruik van gemeten afvoer bij Dalfsen zou de validatie kunnen verbeteren. Ondanks deze beperkingen levert de validatie waardevolle inzichten in de nauwkeurigheid en toepasbaarheid van het model onder verschillende omstandigheden.
De standaardberekeningen met het v2a-model laten zien dat de verschillen ten opzichte van v1a vooral worden bepaald door de herkalibratie van de ruwheid, de implementatie van de Ramspolkering en de aangepaste PID-regeling van het gemaal Zedemuden. De grootste afwijkingen treden op in de scenario’s S0550 en S0800 als gevolg van de gewijzigde kalibratie, terwijl in de windscenario’s (S2500 en S2800) zeer grote verschillen worden waargenomen – oplopend tot circa 16 cm – door de invloed van de Ramspolkering tijdens stormopzet. Voor de overige scenario’s is de prestatie van v2a vergelijkbaar of beter dan v1a, waarbij de waterstanden over het algemeen realistischer aansluiten bij de metingen.