Wateroverlast en kritieke infrastructuur : van blootstelling naar maatschappelijke impact
Auteur(s) |
S.E. Juch
|
L.G. Meijer
|
T.J. Bles
Publicatie type | Rapport Deltares
Naar aanleiding van het hoogwater in Limburg in 2021 zijn er verschillende beleidsaanbevelingen gedaan om de impact van extreme weersomstandigheden te beperken. Een van de belangrijkste aanbevelingen (aanbeveling 12) is gericht op het opstellen van gevolgbeperkende normering voor vitale en kwetsbare infrastructurele functies.
Om een normering voor gevolgbeperking tegen schade of uitval van belangrijke infrastructurele functies te bepalen, is het essentieel om te begrijpen hoe deze objecten functioneren binnen hun netwerk. Zonder dit inzicht is het onmogelijk om effectieve normen te stellen. Dit kennisgat werd duidelijk in het Discussiestuk "Normering Gevolgen voor Vitale en Kwetsbare Functies" (Deltares, 2024). Uit dit onderzoek blijkt ook dat het vaststellen van normen voor vitale en kwetsbare functies complex is vanwege de verschillende eindgebruikers en de afhankelijkheden tussen deze functies (Deltares, 2024). Bovendien is er onduidelijkheid over de gevolgen van de uitval van een object op gebiedsniveau, een cruciale vraag om te beantwoorden om te begrijpen hoe normstellingen invloed kunnen hebben op infrastructurele netwerken.
In deze rapportage staat de volgende hoofdvraag centraal: "Hoe leidt de uitval van een infrastructureel object tot het falen van een functie en welke impact heeft dit op een gebied?" Het doel van deze studie is om te begrijpen en te kwantificeren hoe het falen van een infrastructureel object door wateroverlast zich kan vertalen in maatschappelijke impact. Dit draagt bij aan een beter inzicht in de gevolgen van het uitvallen van vitale infrastructurele functies voor onze maatschappij. De directe schade aan de infrastructuur valt buiten de scope van deze studie.
Om gedegen antwoord te geven op de hoofdvraag, volgen we een risico-gestuurde aanpak die het mogelijk maakt om van blootstellingsinformatie (exposure) toe te werken naar een inschatting van maatschappelijke impact. Deze methode passen we toe op een complexe situatie met een sterke verwevenheid van vele objecten. De aanpak bestaat uit vijf hoofdcomponenten:
1. Opstellen van impactpaden: Het opstellen van impactpaden om de belangrijkste faaloorzaken kwalitatief in beeld te krijgen.
2. Dataverzameling: Het verzamelen van gedetailleerde informatie over vitale infrastructuur, waterbeelden en gebruikersdata.
3. Blootstellings- en uitvalanalyse: Het analyseren van hoe wateroverlast kritieke infrastructuurobjecten beïnvloedt en leidt tot functieverlies.
4. Gevolgbepaling: Het kwantificeren van de maatschappelijke impact van uitval door middel van impactpaden, formules voor functiehersteltijd en economische schade.
5. Ketenafhankelijkheden: Het meenemen van cascade-effecten door middel van verhaallijnen.
De ontwikkelde impactanalyse-aanpak maakt het mogelijk om, ondanks de complexe samenhang van infrastructuurcomponenten, een inschatting te maken van de maatschappelijke impact van het uitvallen van een vitale functie. De uitkomsten bieden inzicht in de componenten die infrastructuur gevoelig maken voor wateroverlast en de factoren die maatschappelijke impact of hinder veroorzaken. Het toepassen van deze aanpak helpt zowel beheerders als beleidsmakers om beter voorbereid te zijn op toekomstig extreem weer. Met deze aanpak kunnen kwantitatieve inschattingen worden gemaakt, maar wanneer dit niet mogelijk is, kan het opstellen van kwalitatieve impactpaden ook veel inzicht geven in de onderlinge samenhang van objecten in het netwerk en mogelijke knelpunten. Het opstellen van verhaallijnen en impactpaden is een waardevolle methodiek voor het inschatten van cascade-effecten. Door middel van kwantitatieve formules voor gevolgbepaling is het mogelijk om kwantitatief in te schatten wat de maatschappelijke gevolgen zijn van het uitvallen van een vitale functie.
In dit rapport passen we bovenstaande methode toe op de vitale functie ‘spoor’. De methode is getoetst voor een casus rondom het spoorwegennet, waarbij de wateroverlast die op 29 juni 2021 plaatsvond rondom Bunde en Eygelshoven in Limburg als uitgangspunt dient. Daarbij worden afhankelijkheden van andere vitale functies elektriciteit, telecom en het wegennet ook meegenomen in de analyse. Toepassing van deze methodiek op de casus Bunde laat zien dat wateroverlast significant kan bijdragen aan de uitval van spoorobjecten, wat leidt tot substantiële maatschappelijke impact. Voor de wateroverlast bij Bunde, een event van ongeveer 30 uur, resulteerde dit in ongeveer 34.000 getroffen reizigers en een maatschappelijke schade van tussen de 140.000 en 290.000 euro. Elke tien minuten extra omreistijd leidt daarbij tot een toename van ongeveer 57.700 euro schade.
Op basis van onze bevindingen bevelen we aan om de voorgestelde methode toe te passen op andere vitale infrastructurele functies en deze te valideren door historische gebeurtenissen door te rekenen. In vervolgonderzoeken is het belangrijk om te identificeren waar de belangrijkste 'drivers' van maatschappelijke impact liggen. Met andere woorden: welke componenten zijn bepalend voor de maatschappelijke impact bij het uitvallen van een functie? Voor een goede inschatting van maatschappelijke gevolgen adviseren we om representatieve data van de belangrijkste assets, gebruikersdata en hazard data te verzamelen, maar detailanalyses alleen toe te passen wanneer noodzakelijk. Daarnaast bevelen we aan om verschillende schaalniveaus te betrekken bij de implementatie, van objectniveau tot systeemniveau, zodat de aanpak breed gedragen wordt en de benodigde kennis van de verschillende onderdelen van het systeem kan worden benut.
Dit rapport is opgesteld mede op basis van informatie aangeleverd door deskundigen werkzaam bij ProRail. Wij bedanken ProRail voor de bijdragen en deelname aan expert-werksessies. De aanpak en bevindingen zijn door ProRail voorafgaand aan de publicatie voorgelegd en akkoord bevonden (28 februari 2025).