Naar hoofdcontent

Onze experts brachten met andere onderzoeksinstituten en partners de gevolgen van de droogte van 2022 in kaart. Dat onderzoek liet ons zien dat we veel van de droogte van 2018 hadden geleerd en dat zorgde ervoor dat we in 2022 beter voorbereid waren. Ook in 2026 waren we gelukkig paraat met extra IJsselmeerwater, de Klimaatbestendige Water Aanvoer (KWA) en creatieve oplossingen zoals de noodaanvoer naar het Brielse Meer.

Het onderzoek over 2022 liet echter ook zien dat veel gevolgen van droogte nog zijn onderbelicht. Niet alles is op te vangen met wateraanvoer uit de grote rivieren en een andere waterverdeling. Denk aan schade aan landbouw en natuur in Zeeland en op de Hoge Zandgronden.

Ook in veengebieden in laag-Nederland zijn grondwaterstanden ondanks de wateraanvoer ver uitgezakt. Pas over een paar maanden zal duidelijk worden hoeveel extra CO2 is uitgestoten en in hoeverre de bodemdaling onomkeerbaar is.

vergelijking droogte inicatoren 2018,2022 en 2026 t/m aug

Een eerste indruk van de maatschappelijke gevolgen

Hoewel het droogteseizoen nog niet ten einde is, kunnen we een eerste indruk geven van de mogelijke gevolgen van deze droogte. Dit doen we door de droogteindicatoren van de drie droogtes van 2018, 2022 en 2026 onderling te vergelijken.

  • Het landelijk gemiddelde neerslagtekort was dit jaar op het hoogste punt 310 mm, en daarmee vergelijkbaar met de andere droge jaren.
  • Overal waren de grondwaterstanden minimaal zo laag of lager vergeleken met in 2018/ 2022.
  • De Rijnafvoer daalde dit jaar dik een maand eerder onder de 1000 m3/s en daalde historisch laag naar 565 m3/s. [zie figuur]
  • Het buffergebruik van het IJsselmeer en Markermeer was groter dan andere jaren, mede door de tijdige opzet van het peil.

Voor scheepvaart is de duur van lage afvoeren van belang. In 2018 bleef de afvoer 125 dagen onder de kritieke grens van 1020 m3/s, waardoor bedrijven op voorraden moest interen. In 2022 duurde de kritische laagwaterperiode 60 dagen en waren de gevolgen voor scheepvaart en industrie minder groot.

Momenteel duurt de lage-afvoersituatie al 68 dagen, maar de voorspellingen geven aan dat de afvoer voorlopig nog ruim onder de 1000 m3/s zal blijven. Daarnaast leidde de extreem lage afvoeren dit jaar tot de sluiting van de Twentekanalen met volgens de Nederlandse Vereniging voor Binnenhavens grote schade voor de industrie in Twente.

Gemeten dagafvoeren bij Lobith (m3/s) voor de drie recente droge jaren. Bron data: Rijkswaterstaat
Gemeten dagafvoeren bij Lobith (m3/s) voor de drie recente droge jaren. Bron data: Rijkswaterstaat

Het met 2022 vergelijkbare neerslagtekort en extreme daling van grondwaterstanden geeft al een eerste indicatie voor opbrengstderving in de landbouw, schade aan grondwaterafhankelijke natuur, en bodemdaling. In 2018 en 2022 was vooral de impact op natuur, bodemdaling en funderingsschade hierdoor waarschijnlijk groot.

Het effect van de droge zomers op natuur in de zandgebieden (onder andere door droogval van beken en vennen) wordt versterkt door structurele verdroging in deze gebieden als gevolg van de intensieve ontwatering en grondwateronttrekkingen.

In 2026 waren er op grotere schaal onttrekkingsverboden uit grond- en oppervlaktewater om schade aan dijken en natuur te voorkomen. Zo werden in het hoogheemraadschap van Delfland glastuinders niet uitgezonderd van een sproeiverbod, maar ook openbaar groen werd geraakt.

Drinkwaterbedrijven ondervonden, net als in 2022, geen grote problemen. Het was wel spannend voor de innamepunten langs de Lek en het IJsselmeer. Daar was maximale inzet nodig van waterbeheerders om verzilting tegen te gaan.

Tot slot vraagt een droogte veel van de crisisorganisatie van Rijkswaterstaat en de Waterschappen, omdat de droogte zo lang aanhoudt, er veel noodmaatregelen worden getroffen en in de nasleep herstel- en opruimwerkzaamheden verricht moeten worden. Dit zagen we ook in 2018 en 2022. De Maatschappelijke kosten van crisisbeheer bij droogte zijn tot nu toe onderbelicht.

Betere monitoring van droogtegevolgen is nodig

Dit overzicht geeft een eerste indicatie van de mogelijke gevolgen van de droogte van 2026. De 2022 droogteanalyse liet al zien dat de potentiële gevolgen van droogte groot kunnen zijn en deels onherstelbaar. Ook zijn veel gevolgen niet te verminderen met een andere waterverdeling. De vraag overstijgt de hoeveelheid die beschikbaar is uit de rivieren, of de aanvoercapaciteit is niet toereikend.

Maar nog belangrijker is dat een groot deel van de gevolgen niet met extra aanvoer is geholpen. Met schade aan grondwaterafhankelijke natuur, landbouw, scheepvaart, funderingsschade, extra CO2 uitstoot, bodemdaling, en schade aan dijken tot gevolg. Om deze schade te voorkomen is een andere inrichting nodig van het watersysteem en het landgebruik.

Op hoofdlijnen zijn de directe economische gevolgen van droogte bekend, maar de brede maatschappelijke gevolgen en de lange-termijn doorwerking zijn nog niet goed in beeld en moeilijk te kwantificeren. Dit is wel nodig voor het formuleren van maatregelen en onderbouwing van beleid. Er is deels al data en informatie beschikbaar op verschillende platforms, maar dit wordt nog niet centraal bijgehouden en geanalyseerd.

Het ontbreekt aan een centrale database met meteorologische en hydrologische en maatschappelijke droogte-indicatoren om de ernst en frequentie van droogte door de jaren heen (langjarig, gestructureerd) bij te houden en de veranderingen daarin te kunnen duiden. Deltares werkt hiervoor samen met o.a. PBL en CAS aan de Nationale Monitoring Klimaatadaptatie.

De komende maanden voert Deltares een quickscan uit om de gevolgen van de 2026 droogte verder in kaart te brengen en de data centraal te verzamelen.

Deze pagina delen.