Naar hoofdcontent

Lage waterafvoer en hinder

Het jaar 2018 staat nog bij veel binnenvaartondernemers in het geheugen. In 2018, toen het vanaf medio juli ook uitzonderlijk droog was, hield de laagwaterperiode aanzienlijk langer aan dan in de andere droogteperiode van 2022. In 2018 was de laagste afvoer bij Lobith 732 m3/s.

De lagere waterafvoer van 2026 levert veel hinder op voor de scheepvaart. Bij een vaardiepte van 1.25 m (dinsdag gemeten Minst Gepeilde Diepte tussen Spijk en het Maas-Waalkanaal), kunnen schepen maar weinig lading vervoeren of soms zelfs helemaal niet varen.

Voor het eerst is besloten om op de IJssel, tussen Arnhem en Zutphen, eenrichtingsverkeer in te stellen. Zo kan de smalle en bochtige vaargeul nog veilig gebruikt worden. Dat heeft consequenties voor de bedrijven die afhankelijk zijn van de aanvoer, afvoer of doorvoer van goederen.

Laagst gemeten zomerafvoer

De laagst gemeten zomerafvoer (7-daags gemiddelde) laat een dalende trend zien over de afgelopen 46 jaar. Dit komt niet alleen door klimaatverandering maar ook door veranderingen in het stroomgebied zoals in land- en watergebruik.

Alle klimaatscenario’s laten zien dat het droger wordt. Deze snelheid van de gemeten verandering past bij de droge scenario’s met snelle klimaatverandering. Dat wil zeggen dat we rekening moeten houden met een verdere afname van zomerafvoeren en een steeds grotere kans op extremen zoals dit jaar.

Laagst gemeten zomerafvoer 1980-2026
Laagst gemeten zomerafvoer afgelopen 46 jaar - bron Deltares

Gevolgen voor de industrie

Voor de industrie aan het Twentekanaal bijvoorbeeld heeft dit grote gevolgen. Een schip dat vanuit Duitsland naar het Twentekanaal wil, moet via de Waal, het Amsterdam-Rijnkanaal en het IJsselmeer varen. Dat is een omvaarroute van ongeveer 200 kilometer.

Dat er minder wordt vervoerd werkt kostenverhogend en alternatief vervoer is niet altijd beschikbaar of is langer onderweg. Gebruikmaken van het spoor of de weg levert ook nog eens extra drukte op de toch al vaak zwaar belaste infrastructuur.

Betrouwbaarheid vaarwegen onder druk

Het betekent ook dat de betrouwbaarheid van vaarwegen verder onder druk komt te staan. Onze ambitie als Nederland is om meer vervoer over water te laten plaatsvinden om onze EU-duurzaamheidsdoelstelling te verwezenlijken. Echter, als dat vervoer voor langere tijd niet mogelijk is dan wijkt de verzender uit naar andere transportmodaliteiten.

Het CBS heeft al becijferd dat het goederenvervoer via binnenvaart, uitgedrukt in tonnen vervoerde vracht, in augustus bijna 19 % lager lag dan in het voorgaande jaar. Het aantal gemaakte reizen om toch zoveel mogelijk te blijven vervoeren, nam toe. Ook nam het vervoerd gewicht van en naar Duitsland af.

Afwegingen tussen veiligheid, drinkwater, landbouw en scheepvaart

Doordat bij een lage rivierafvoer ook het zoute water verder het land binnen kan komen, zijn er in ons land ook schutbeperkingen afgevaardigd. Dit wordt gedaan om voldoende zoet water binnen te houden voor bijvoorbeeld drinkwaterwinning, industrie en de landbouw.

De sluizen op de routes van schepen blijven dan langer dicht en daardoor ontstaan er vertragingen. Het Twentekanaal werd zelfs geheel afgesloten, omdat de veiligheid van kades en dijken in het geding was. Op de Maas wordt minder geschut omdat er te weinig wateraanvoer voor het schutproces is.

Dergelijke maatregelen worden na afweging en overleg genomen, waarbij bijvoorbeeld ook het moment in het jaar (beregeningsseizoen) een overweging is. Voor de binnenvaart, en industrie die afhankelijk is van het vervoer over water, kan de schade enorm oplopen.

Zo werd ingeschat door de Twente Board dat de sluiting van het Twentekanaal voor de bedrijven in de regio wel tonnen per dag kan kosten.

Rekening houden met lage rivierafvoeren

Transport over water moet een betrouwbare keuze blijven, omdat de weg de goederenstromen niet kan opvangen en de maatschappelijke kosten hiervan hoger liggen. We zullen ons dus snel moeten aanpassen.

Deze pagina delen.