Herstel na overstromingen in Europa vergt betere voorbereiding
Overstromingen door extreme en langdurige regenval komen in Europa steeds vaker voor. Hoe landen daarna herstellen, verschilt sterk. Juist die verschillen bieden waardevolle lessen. Daarom komen, onder de vlag van het programma JCAR ATRACE, beleidsmakers, experts en praktijkprofessionals uit een aantal Europese landen van 14 tot en met 16 april bijeen tijdens een workshop om ervaringen uit te wisselen.
Herstel: allesbehalve eenvoudig
Herstel wordt internationaal erkend als een zeer belangrijke fase binnen overstromingsrisicobeheer, naast preventie, voorbereiding en noodhulp. Ook de Europese Unie onderstreept dit belang. De praktijk laat zien dat grootschalig herstel allesbehalve eenvoudig is. De overstromingen in juli 2021 in Duitsland, België en Nederland, en recent in 2024 in onder meer Valencia en Hauts-de-France, maakten duidelijk hoe groot de technische, juridische, bestuurlijke en maatschappelijke uitdagingen na een overstroming zijn. Vragen over regie, financiering en perspectief voor bewoners en ondernemers spelen daarbij een centrale rol.
Ferdinand Diermanse, overstromingsexpert Deltares: “Door ervaringen uit verschillende landen naast elkaar te leggen, ontstaan inzichten die direct toepasbaar zijn. Die vertalen we naar aanbevelingen waar Europese regio’s echt mee verder kunnen.”
Sneller herstellen of structureel verbeteren?
Een terugkerend dilemma is de spanning tussen snel herstel en structurele verbetering. De wens om zo snel mogelijk terug te keren naar de oude situatie is groot, maar het besef groeit dat simpelweg herbouwen zoals het was niet altijd de beste keuze is. ‘Build back better’, sterker en slimmer herbouwen, vraagt om andere keuzes, terwijl verzekeringen, regelgeving en bouwvoorschriften daar nog niet altijd op zijn ingericht.
Door ervaringen uit verschillende landen naast elkaar te leggen, ontstaan inzichten die direct toepasbaar zijn.
Ferdinand Diermanse, overstromingsexpert Deltares
Van praktijkervaring naar beleid
Tijdens de workshop, die wordt georganiseerd door Deltares, RWTH Aachen, VU Amsterdam en Universiteit van Luik, delen deelnemers uit onder meer Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en Spanje hun ervaringen. Door deze naast elkaar te leggen, wordt zichtbaar waar herstelprocessen vastlopen én wat juist goed werkt. De uitkomst is een lijst van aanbevelingen die Europese landen ondersteunt bij:
- het sneller en efficiënter organiseren van herstel,
- het maken van betere lange termijn keuzes,
- en het vergroten van weerbaarheid.
Over de workshop
De driedaagse workshop, die plaatsvindt in Verviers (België) en Bad Neuenahr (Duitsland), bestaat uit presentaties, paneldiscussies, workshops en excursies. De bijeenkomst wordt geopend door hooggeplaatste bestuurlijke vertegenwoordigers uit verschillende Europese landen, onder wie Anne‑Catherine Dalcq, minister van Landbouw en Plattelandsgebieden van Wallonië (België), Erwin Manz, staatssecretaris bij het ministerie voor Klimaatbescherming, Milieu, Energie en Mobiliteit van Rijnland‑Palts (Duitsland), Jaap Slootmaker, directeur‑generaal Water en Bodem van het Nederlandse ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en Tom Koeller, plaatsvervangend secretaris‑generaal van de Benelux Unie.
Daarnaast bezoeken de deelnemers de in 2021 zwaar getroffen gebieden in het Vesderdal (België) en het Ahrdal (Duitsland). De workshop wordt afgesloten met het gezamenlijk opstellen van aanbevelingen. Deze zullen na de workshop worden vastgelegd in een korte beleidsnota, gevolgd door een bijeenkomst in Brussel om een bredere groep Europese beleidsmakers te betrekken.
Voor meer informatie over de workshop zie het volledige programma op de website van JCAR ATRACE.
Over JCAR ATRACE
JCAR ATRACE is een samenwerkingsprogramma voor onderzoek naar het beheer van overstromingen en droogte in regionale stroomgebieden in Europa. Het programma richt zich op het ondersteunen van regionale overheden bij een betere voorbereiding op extreme klimaatgebeurtenissen. Deltares is coördinator van het programma en werkt hierbij samen met diverse onderzoeksinstituten uit Nederland, België, Duitsland en Luxemburg: RWTH Aachen Universiteit, VU Amsterdam, Universiteit van Twente, TU Delft, GFZ Helmholtz Centrum Potsdam, Liège Universiteit, Instituut van Science en Technology Luxemburg en KU Leuven.