Het regent weer, zijn alle droogteperikelen nu voorbij?
Het regent weer en het is minder warm, dus verdampt er ook minder water. Maar komt er nu ook een einde aan de droogte en kunnen we weer over naar ‘normaal’? Helaas niet, inmiddels missen we iets van 300 mm regenval dus de 70 mm die de komende twee weken gemiddeld valt, is niet genoeg. Wat gebeurt er de komende tijd met de Rijn en Maas en onder onze voeten met het grondwater?
Wat betekent de recente regen voor de Nederlandse rivieren en waterverdeling?
De laagste afvoeren van de Rijn bij Lobith waren maandag 17 augustus en dinsdag 18 augustus rond de 560 m3/s.
Als gevolg van de regen die bovenstrooms – met name in de Alpen valt – zal de afvoer bij Lobith de komende twee weken stijgen, mogelijk al richting de 700 m3/s (Rijkswaterstaat afvoerprognose van 17 augustus). Dat is een flinke toename, maar de afvoer blijft nog ver onder het Landelijk Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) criterium voor deze maand van 1100 m3/s. Dit betekent dat de droogteproblemen met de huidige regenval nog niet zijn opgelost.
Wat betekent dit voor de scheepvaart?
Het belangrijkste knelpunt voor de scheepvaart richting Zwitserland is op dit moment Kaub in Duitsland, de waterstanden waren hier te laag voor schepen om door te varen. Met deze geringe afvoertoename zijn de problemen nog niet opgelost. Waarschijnlijk is het vanaf het weekend voor veel schepen wel weer mogelijk om voorbij Kaub te varen met gereduceerde belading. De situatie verder benedenstrooms zal pas enkele dagen later verbeteren.

Wat zijn de vooruitzichten in Europa ?
Voor de komende twee weken wordt voor het Alpengebied in het Rijnstroomgebied zo'n 70 tot 100 mm verwacht (bron KNMI), dat is meer dan het langjarig gemiddelde voor de maand augustus, en zal bijdrage aan bovenstaande stijging van de Rijn afvoer. Ook voor Duitsland wordt neerslag verwacht, het gaat om hoeveelheden van 50 – 70 mm. Zowel in het Rijnstroomgebied als in Nederland is daarmee het neerslagtekort nog lang niet teniet gedaan.
De Rijn als regenrivier
In september 1998 schreef onze collega Frans Klijn het rapport de Rijn op Termijn. Het onderzoek richtte zich op de vraag hoe het Rijngebied zich op de lange termijn kan aanpassen aan ontwikkelingen zoals hogere rivierafvoeren, zeespiegelstijging, bodemdaling en toenemende ruimtedruk. Een veerkrachtige Rijn kan beter omgaan met onverwachte veranderingen en extremen zoals hoog- en laagwater.
Inmiddels is duidelijk dat de Rijn zich ontwikkelt als een regenrivier. Door de stijgende temperaturen zal gedurende de winter een groter deel van de neerslag vallen als regen en niet worden opgeslagen als sneeuw. Dit zorgt ervoor dat de afvoer in de winter toeneemt en de bijdrage van smeltwater aan de afvoer in de zomer afneemt. Hierdoor zal de afvoer in de zomermaanden lager zijn.
Nu en de komende jaren smelten er nog gletsjers, maar de gletsjers nemen steeds verder in omtrek en volume af. Over enkele decennia, zal deze bijdrage aan de late zomer afvoer zeer gering worden.
Frederiek Sperna Weiland, adviseur waterbeschikbaarheid bij Deltares
Download de publicatie over de Rijn
Wat zijn de verwachtingen voor de Maas?
Ook de afvoer voor de Maas is laag voor deze tijd van het jaar. We zitten nu al enkele dagen beneden het LCW criterium (3-daagse gemiddelde afvoer <25 m/3). Als gevolg van de regen die nu valt en de regen die in de verwachtingen zit, zal deze komende week ook gaan stijgen en komen 3-daagse gemiddelde waarden van 25 of 30 m3/s weer in beeld (RWS afvoerprognose 17 augustus 2026).
Wat betekent de regenval van dit moment voor het grondwater?
Eerst moet de regen het bodemvocht aanvullen. Willen we ook resultaten zien in de grondwaterstand, dan is er veel meer regen nodig. Dat het bodemvocht als eerste wordt aangevuld, is gunstig voor de landbouwgewassen die op het land groeien en voor de tuintjes van mensen waar het gras na deze week met regen er weer wat groener gaat uitzien. Maar het herstel van de grondwatervoorraad duurt langer en dan zijn er ook nog grote verschillen in Nederland. In de polders zal de grondwaterstand sneller zijn hersteld dan op de hogergelegen zandgronden waar de grondwaterstanden dieper zijn weggezakt. Herstel van de afvoer van beken komt pas weer als de grondwaterstanden zijn gestegen.
Download publicatie over zandgebieden van Nederland
Wat is het effect van droogte op het grondwater?
Tijdens droogte is er weinig water beschikbaar maar wel veel vraag naar oppervlaktewater en grondwater. Landbouwers gaan dan over tot beregening van hun gewassen wat soms ten koste gaat van de natuur. Je ziet daarom dat bijna elk waterschap verboden heeft ingesteld om te onttrekken uit het oppervlaktewater. Dat is logisch want als er te weinig water in de beek of sloot staat, heeft dat direct gevolgen voor het leven in de beek zoals voor vissen. Minder bekend is dat het onttrekken van grondwater ook effect heeft op de afvoer in sloten en beken. Daarnaast dalen de grondwaterstanden door het onttrekken van grondwater met gevolgen voor natuur die afhankelijk is grondwater. Verboden voor het onttrekken uit grondwater worden echter mondjesmaat afgekondigd en vaak later dan eigenlijk nodig is.
De buffer die ons grondwater vormt, zou slimmer gebruikt kunnen worden. Hoe we dit slimmer kunnen doen met oog voor zowel landbouw als natuur vergt onderzoek.
Perry de Louw, specialist grondwater en droogte bij Deltares
Het lijkt in ieder geval nodig om afhankelijk van de toestand van het (grond)watersysteem onttrekkingsplafonds in ruimte en tijd per gebied vast te stellen. Zo kan schade aan de natuur worden voorkomen terwijl er toch nog beregening mogelijk blijft. Het opbouwen van een extra grondwatervoorraad in tijden dat er voldoende water is, zorgt voor een buffer. Je zou ondernemers die zo’n buffer aanleggen langer kunnen toestaan grondwater te onttrekken.
Nog steeds is ons watersysteem van slootjes en waterlopen erop gericht om het water zo snel mogelijk af te voeren. Dat is historisch zo ontstaan voor de landbouw die al in februari en maart het land wil bewerken. Maar daardoor kun je ons landschap zien als een vergiet waardoor het water makkelijk weg stroomt.

Herstel de natuurlijke sponswerking van het landschap
Als we het grondwater zo lang mogelijk kunnen vasthouden, hebben we een voordeel in de zomerperiode. Dit helpt om de effecten van droogte te verzachten. Die eerdergenoemde vergiet moet eigenlijk een spons worden die het water opneemt en geleidelijk afgeeft. Dit leidt ook tot hogere grondwaterstanden en sterkere kwelstromen dat helpt om de structureel verdroogde natuur te herstellen.
Dat betekent wel een structurele verandering van het watersysteem. Een die omvangrijk en grootschalig moet worden doorgevoerd in het hele landschap wil het effect hebben. Het effect is dan dat grondwaterstanden structureel omhooggaan en kwelstromen richting natuurgebieden sterker worden. De keerzijde is een groter risico op wateroverlast, immers een gevulde spons zit eens vol. Waar dit tot problemen leidt, moeten we extra maatregelen treffen. Om voor nu natuurgebieden te behouden, is het al heel effectief om dit te doen in zones rondom natte natuurgebieden en beekdalen. Het is een belangrijke stap tegen de structurele verdroging van natuurgebieden.
Download publicatie sponswerking van landschappen in Nederland