Nieuwe inzichten in ecologische effecten van duurzame energie helpen energietransitie vooruit
Duurzame energietechnieken zoals zonnepanelen, aquathermie en bodemenergie beïnvloeden water, bodem en lucht – en daarmee ook de ecosystemen. Onderzoek laat zien dat drijvende zonnepanelen de primaire productie in water kunnen verlagen: het proces waarbij planten en plankton zonlicht omzetten in energie, de basis van vrijwel al het leven in het water. Effecten van ondergrondse warmteopslag en combinaties van zon en wind lijken vooralsnog beperkt of locatieafhankelijk.
Deze inzichten helpen vergunningverleners en initiatiefnemers om beter onderbouwde keuzes te maken en vertraging in de energietransitie te voorkomen.
Onzekerheid belemmert voortgang
Voor veel vormen van duurzame energie ontbreekt nog kennis over de impact op natuur en ecologie. Vergunningverleners, zoals Rijkswaterstaat, provincies en waterschappen, moeten daardoor besluiten nemen terwijl er nog onzekerheid bestaat over mogelijke effecten.
In de praktijk leidt dit regelmatig tot vertraging of afwijzing van vergunningen vanuit het voorzorgsprincipe. Daarmee komt de opschaling van duurzame energie onder druk te staan.
Onderzoek naar effecten in de praktijk
Binnen het programma Kennis van Ecologie voor de Energietransitie (KEEN) onderzoeken Deltares, TNO, WUR en KWR de belangrijkste kennisvragen rond duurzame energie en ecologie. Het onderzoek richt zich op toepassingen op land, in water en in de ondergrond.
De onderzoekers combineren veldmetingen bij bestaande installaties met modellering. Zo ontstaat een beter beeld van de effecten van duurzame energie op water-, bodem- en luchtsystemen. Na één seizoen meten en modelleren zijn al verschillende kennisvragen beantwoord en is de onzekerheid over verwachte effecten kleiner geworden. Langer meten dan een seizoen is echter wel noodzakelijk. Alleen zo krijg je een idee van de totale variatie.

Eerste resultaten: effecten verschillen per toepassing
De eerste resultaten laten zien dat alle onderzochte technieken invloed hebben op hun omgeving. Welke effecten optreden en hoe groot die zijn, verschilt per toepassing en locatie.
- Drijvende zonnepanelen verminderen de hoeveelheid zonlicht in het water. Dit leidt tot een duidelijke afname van de primaire productie – de basis van het aquatische voedselweb – en lagere zuurstofconcentraties onder de panelen. De resultaten onderstrepen het belang van een beperkte bedekkingsgraad om ecologische effecten te beperken.
- Zonnepanelen op land beïnvloeden de verdeling van regenwater in de bodem. Hierdoor ontstaan nattere en drogere zones, een effect dat goed voorspelbaar en stuurbaar is in ontwerp en inrichting.
- Gecombineerde zon- en windparken laten zien dat thermiek boven zonnevelden beperkt is en geen extra risico vormt voor roofvogels. Het combineren van deze technieken biedt juist kansen voor efficiënt ruimtegebruik en ook voor energie-opwekking kan dit een voordeel zijn.
- Ondergrondse energieopslag kan menging van grondwater veroorzaken. Effecten van hogere temperaturen (HTO) op grondwaterkwaliteit zijn vooralsnog beperkt en locatieafhankelijk; menging van grondwater blijkt de dominante factor en vraagt om gerichte monitoring en ontwerpkeuzes.
- Aquathermie (TEO) kan in kleine, stilstaande wateren sterke ecologische effecten veroorzaken, vooral door koeling en in mindere mate door filtratie, wat leidt tot lagere primaire productie en verstoring van het watersysteem. Gerichte ontwerpkeuzes, monitoring en flexibiliteit in gebruik zijn nodig om deze te beperken.
Deze inzichten maken het mogelijk om effecten beter te duiden en gerichte maatregelen of ontwerpkeuzes te ontwikkelen om negatieve impact te beperken.
Direct toepasbaar voor beleid en projecten
De resultaten van KEEN bieden concrete handvatten voor vergunningverlening en het ontwerp van energieprojecten.
De combinatie van monitoring, modellering en samenwerking met praktijkpartners zorgt ervoor dat kennis snel beschikbaar komt en direct toepasbaar is in beleid en praktijk.
Sacha de Rijk, ecoloog Deltares
Met meer inzicht in ecologische effecten kunnen afwegingen transparanter en beter onderbouwd worden gemaakt, bijvoorbeeld in het kader van de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000.
Samen werken aan een verantwoorde energietransitie
Het KEEN-programma is gebaseerd op een kennisagenda met de belangrijkste kennislacunes rond ecologie en energie. Op inititatief van TKI Urban Energy en TKI Offshore Energy en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat onderzoeken Deltares, TNO, WUR en KWR deze vragen. De eerste resultaten zijn gebaseerd op metingen over een beperkte periode en op één of enkele locaties. Verdere monitoring is nodig om langetermijneffecten beter te begrijpen en resterende kennislacunes te vullen.
Rapporten KEEN
-
Aanvaringsrisico’s voor thermiekende roofvogels door zonneparken bij windturbines te plaatsen
-
De verdeling van bodemvocht onder zonnepanelen op zandbodems
-
Impact of floating solar on water quality : results of a case study
-
Ecological impacts of thermal energy from surface water : cooling and filtration effects
-
Effecten hogere temperatuur open bodemenergiesystemen op grondwaterkwaliteit. Huidige kennis, regelgevend kader en handelingsperspectief
-
Evaluatie effecten op grondwatersamenstelling bodemenergiesysteem Koppert Cress
-
KEEN Evaluatie van effecten HTO Middenmeer op grondwaterkwaliteit
-
Webinar Ecologische effecten van de energietransitie: resultaten KEEN