Naar hoofdcontent

Download de publicatie 'Toekomstbeelden voor de landbouw'

Het College wil met dit rapport het gesprek verbreden: van stikstof, normen en regelingen naar gebiedskwaliteit, boerenvakmanschap en de randvoorwaarden die nodig zijn om verandering samen mogelijk te maken. De publicatie verschijnt op het moment dat de stikstofaanpak in de Kamerbrief Weer ruimte voor boer, natuur en bouw en het Concept Ontwerp-Natuurplan op tafel liggen.

De publicatie schetst een beeld van hoe de waterhuishouding en het waterverbruik zich over een aantal generaties hebben ontwikkeld en welke impact schaalvergroting, ruilverkaveling en intensivering hebben gehad op het watersysteem en het landschap. Maar ook hoe het milieubewustzijn is gegroeid en hoe natuur- en milieubeleid heeft doorgewerkt in de bedrijfsvoering van landbouwbedrijven en de inrichting van het landschap. Richting de toekomst laat het CRa in beelden zien hoe het landschap eruit kan zien wanneer de draagkracht van het natuurlijke water- en bodemsysteem de basis vormt.

Deltares heeft kennis ingebracht over de opgaven voor water en bodem en mogelijke hydrologische strategieë.

Waterkwaliteit en natuur

De eerste horizon is dichtbij. Al in 2027 vraagt de Kaderrichtlijn Water resultaat. Richting 2030 vragen klimaatdoelen, veenweideopgaven, eiwittransitie, groenblauwe dooradering en eerste natuurherstelmaatregelen om zichtbare voortgang. Ook de droge zomer in 2026 laat zien dat niet alles met waterbeheer op te lossen is. Er zullen keuzes moeten worden gemaakt hoe we ons land willen inrichten met goed gebruik van het water- en bodemsysteem.

Water en bodem zijn sturend

Komende jaren zijn volgens het CRa, maar zeker ook voor een gezond water- en bodemsysteem in Nederland, een omslagpunt. We kunnen niet alles tegelijk maar wel moet duidelijk worden welke gebieden met optimalisatie verder kunnen en waar een ander ontwikkeling nodig is. Voor waterkwaliteit is aantoonbare verbetering nodig; de druk op kwetsbare natuur moet omlaag en veenweidegebieden moeten gaan bijdragen aan minder bodemdaling en lagere CO₂-uitstoot. Adaptief werken betekent dus niet afwachten, maar vooraf bepalen wanneer een maatregel onvoldoende werkt en wanneer een volgend pad wordt ingezet.

Zandgebieden

In zandgebieden ligt de korte termijnopgave vooral bij langer water vasthouden, herstel van sponswerking en beekdalen, extensievere ontwatering rond verdroogde natuur, minder grondwateronttrekking, minder uitspoeling van mest en bestrijdingsmiddelen en herstel van bodemleven en andschapselementen. Hier komen de doelen voor waterkwaliteit, natuurherstel en landbouwtransitie scherp samen.

Herstel de sponswerking van het landschap door minder ontwatering en grondwater langer vast te houden. Vernatting in overgangsgebieden rondom verdroogde natuur is al heel effectief en is een eerste overzichtelijke stap die op de middellange termijn gezet kan worden.

Perry de Louw, expert droogte en grondwater Deltares

Klei- en zavelgronden

Op de goede klei- en zavelgronden kan productieve grondgebonden landbouw op langere termijn wel een belangrijke rol blijven spelen. Juist omdat deze gronden geschikt zijn voor voedselproductie, verdienen ze bescherming tegen versnippering en ondoordachte functiewijziging. Productief betekent weliswaar niet doorgaan zoals het is, maar met nieuwe inzichten en nieuwe technologieën is een rendabele bedrijfsvoering prima mogelijk.

Kust- en kleigebieden

De vraag verscherpt in de kust- en kleigebieden: hoe lang blijven zoetwaterafhankelijke teelten houdbaar als verzilting toeneemt en de beschikbaarheid van zoetwater minder vanzelfsprekend wordt? Voor gebieden zoals Zeeland, waar niet overal vanzelfsprekend extra water kan worden aangevoerd, ligt de opgave niet alleen bij efficiënter watergebruik, maar bij een andere water- en teeltstrategie: zoetwater vasthouden wanneer het er is, waterbuffers aanleggen, minder afhankelijkheid van toevoer.

De transitie van het landelijk gebied gaat niet alleen over doelen halen. Het gaat ook over de leefomgeving van mensen: over herkenbaarheid, vakmanschap, landschap en toekomstperspectief.

Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving Noël van Dooren

Toekomst in beeld

In de publicatie worden zes generaties agrariërs tussen 1930 en 2080 geportretteerd. Elk van deze generaties werd of wordt met forse veranderingen geconfronteerd. Het toont dat de Nederlandse landbouw vaker ingrijpend veranderde. Dat ging niet zonder pijn of verlies, maar ook niet zonder ondernemerschap.

In heel Nederland zijn er overal agrarische bedrijven, onderzoeksinstellingen en betrokken burgers bezig om oplossingen voor een duurzame toekomst te ontwikkelen. Deltares is bij veel van die initiatieven en projecten betrokken. In die zin is de toekomst al begonnen. De toekomstbeelden die zijn geschetst kunnen inspireren en richting geven aan de dialoog.

Deze pagina delen.