Hoogwater aan de Maas nu nog uitzonderlijk, straks steeds vaker

Gepubliceerd: 15 juli 2021

De Maas heeft deze week een afvoerniveau bereikt van meer dan 3.000 m3/s (3 miljoen liter per seconde). Ter vergelijking: een olympisch zwembad heeft een inhoud van 2500 m3; met deze Maasafvoer kan dus elke seconde een Olympisch  zwembad gevuld worden. Een afvoer van meer dan 3.000 m3/s is slechts twee keer eerder voorgekomen sinds in 1911 is begonnen met afvoermeting in de Maas: rond de jaarwisseling van 1925/1926 en tijdens de kerstperiode in 1993.

Wat het huidige hoogwater van de Maas extra bijzonder maakt is dat het in de zomer plaats vindt. Over het algemeen komen dergelijke hoogwaters in de winter voor. In de winter treden vaker langdurige depressies op die over een periode van meerdere dagen veel neerslag over een groot gebied brengen. De zomer kenmerkt zich juist als een periode waarin hevige intensieve buien kunnen vallen die vooral lokaal voor overlast zorgen, maar over het algemeen te kleinschalig zijn om tot hoogwaters in de grote rivieren (Rijn en Maas) te leiden. Tot dusver was de hoogst gemeten zomerafvoer in de Maas gelijk aan 2100 m3/s (in 1980). Dat geeft wel aan hoe uitzonderlijk dit hoogwater is, zowel qua hoogte van de afvoer als het moment van optreden (in de zomer).

 

Top5 van hoge afvoeren aan de Maas in de afgelopen 120 jaar:

1 jan 1925                                   3175 m3/s

22 december 1993                    3039 m3/s

30 januari 1995                         2746 m3/s

3 januari 2003                          2548 m3/s

14 februari 2002                       2327 m3/s

 

In de toekomst kan een afvoer van ~3000 m3/s als gevolg van klimaatverandering vaker voorkomen. In 2050 zal dit ongeveer eens in de 30 jaar zijn. En dat loopt op tot eens in 15 jaar in 2100.

De dijken langs de bedijkte Maas zijn ontworpen om een afvoer van 3850 m3/s aan te kunnen. Met het Deltaprogramma wordt gepland om de dijken verder aan te passen en de rivieren de ruimte geven zodat we in de toekomst een hogere afvoer aan kunnen zonder dat er overstromingen plaatsvinden. Op  basis van de meest recent klimaatscenario’s van het KNMI kan de gemiddelde afvoer van de maas rond 2050 ongeveer 320 m3/s zijn en de eens in de 1000 jaar afvoer ongeveer 3900 m3/s. Bij een hoge opwarming van de aarde kan dit oplopen tot respectievelijk 330 m3/s  en 4500 m3/s in 2100. Als klimaatverandering beperkt blijft dan neemt de eens in de 1000 jaar afvoer minder toe tot zo’n 4000 m3/s in 2100

Meer informatie over effecten van klimaatverandering op rivierafvoeren van de Rijn en de Maas: Sperna Weiland, F., Hegnauer, M., Bouaziz, L. and J. Beersma.
Implications of the KNMI’14 climate scenarios for the discharge of the Rhine and Meuse.