Nieuwe aanpak voor met creosoot vervuilde bodems getest

Gepubliceerd: 14 augustus 2014

Voor grote creosootverontreinigingen in de bodem moet een saneringsoplossing gezocht worden. In het geochemisch en microbiologisch laboratorium van Deltares is onderzoek uitgevoerd of het toepassen van een hogere temperatuur een zinvolle techniek is om de sanering beter en efficiënter te laten verlopen.

Op basis van de resultaten is een veldpilot opgezet om de resultaten uit het laboratorium te verifiëren om de techniek te optimaliseren te maken voor de toekomstige sanering.

Naast het station van Amersfoort, op het spoorwegemplacement van de Nederlandse Spoorwegen, heeft in het verleden een vetgasfabriek gestaan. Hier werd lichtgas geproduceerd voor de verlichting van (de) treinen. In gasovens werd gasolie verhit en gekraakt. Hierbij werd naast lichtgas ook afval geproduceerd in de vorm van creosootolie. Deze creosootolie werd opgeslagen in bassins. Door lekkage van de bassins is ruim 8.000 ton creosootolie in de grond en het grondwater terecht gekomen. Hierdoor is een grote verontreiniging in het eerste watervoerend pakket ontstaan.

Zo efficiënt en kosteneffectief mogelijk saneren

De Stichting Bodemsanering NS heeft de opdracht deze verontreiniging te saneren. Om een sanering zo efficiënt en kosteneffectief mogelijk uit te kunnen voeren is het zinvol om voorafgaand aan de sanering te onderzoeken wat de beste aanpak is. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van laboratoriumexperimenten en een pilottest in het veld.

Voor de locatie in Amersfoort wordt gedacht aan saneren bij hogere temperaturen om het saneringsrendement te vergroten. Om te onderzoeken of dat ook echt werkt zijn in het laboratorium van Deltares experimenten uit gevoerd om goed in te kunnen schatten wat effecten van deze techniek zijn.

Verder onderzoek in een veldpilot

Uit de analyse van de data is naar voren gekomen dat een hogere temperatuur geen invloed heeft op de samenstelling van de creosoot. De creosoot stroomt bij hogere temperatuur wel sneller uit de kolom, maar uiteindelijk blijkt dat minder creosoot wordt verwijderd.

Door deze laboratoriumresultaten is het mogelijk gerichter en efficiënter een veldpilot uit te voeren. Hierbij wordt nu met intervallen pure creosoot op gepompt, en wordt de temperatuur verhoogd om de resultaten uit het lab te verifiëren met de veldsituatie. Deze gegevens zullen in toekomst gebruikt kunnen worden voor optimalere sanering van vergelijkbare verontreinigingslocaties.

De proeven zijn vastgelegd in een film.