Onderzoek naar zoet en zout grondwater in Vlaams kust- en poldergebied

Gepubliceerd: 28 juni 2017

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) karteert het zoutgehalte van het grondwater in het kust- en poldergebied. Voor de metingen wordt in de zomer van 2017 een helicopter met een electromagnetische, hoepelvormige sonde ingezet. Deltares, SkyTEM, Universiteit Gent, TNO, Inagro en De Watergroep voeren dit onderzoek uit. Zij zullen de in het Zeeuwse FRESHEM opgedane ervaring om de metingen te vertalen naar 3D zoet-brak-zout verdeling van het grondwater, doorontwikkelen.

In het grondwater in het Vlaamse kust- poldergebied tref je zowel zoet, brak als zout grondwater aan. De metingen en FRESHEM aanpak laten straks zien waar het grondwater zoet is, waar het brak is en waar zout. Vervolgens kunnen maatregelen ontworpen worden om het ondiepe zoete grondwater duurzaam te gebruiken. Bijvoorbeeld door het neerslagoverschot van de winter op te slaan in de ondergrond en dit water in het droge seizoen te gebruiken voor irrigatie van landbouwgewassen.

Droogte

Kennis over de verziltingsgraad van het grondwater is niet alleen voor het toekomstige project relevant, ook nu al is het een groot issue, bijvoorbeeld voor de drinkwatervoorziening, getuige de krantenkop in het Vlaams Nieuwsblad op 16 juni jl.: ‘Grootste droogte in Vlaanderen in halve eeuw: Gebruik drinkwater alleen waarvoor het dient’. En: ‘Het is extreem droog in Vlaanderen’, zegt een nieuw droogterapport. De grondwaterstand is historisch laag omdat er al maanden veel te weinig neerslag valt. De metingen uitvoeren in deze droge periode is echter wel representatief: de beschikbaarheid van zoet water is kleiner, maar de diepte van de zoet-zout grensvlakken in het grondwater is redelijk constant gedurende het jaar.

De verdeling tussen zoet, brak en zout water werd al eens in kaart gebracht in de jaren 1960 en 1970 met behulp van vele puntmetingen vanaf de grond. Het Vlaamse poldergebied maakte intussen heel wat ontwikkelingen door die verdeling beïnvloed kunnen hebben. Met de helikopter kunnen de metingen gebiedsdekkend worden uitgevoerd.

Hoe meten?

Een helikopter vliegt systematisch langs lijnen op 250 m afstand van elkaar. Onderaan de helikopter hangt een hoepelvormige meetsonde van 30 op 11 meter. De helikopter vliegt op lage hoogte (65 meter) zodat de meetsonde 30 meter boven de grond hangt. De snelheid is 30 tot 60 km/u. Door het uitzenden van een elektromagnetisch veld over het geleidend vermogen van de ondergrond, worden gegevens verzameld van het kust- en poldergebied vanaf de Franse grens tot het Boudewijnkanaal, het noorden van het Meetjesland en Linkerscheldeoever. Hieruit wordt de verziltingsgraad van het grondwater afgeleid.

Driedimensionale verdeling

Deltares-onderzoeker Esther van Baaren: ‘We maken hier gebruik van de methode die we samen met TNO en BGR hebben ontwikkeld binnen het Zeeuwse project FRESHEM Zeeland. De helikoptermetingen, in het Vlaamse project uitgevoerd door SkyTEM, vertalen we naar zoet, brak en zout grondwater. Deze methode gaan we doorontwikkelen in Vlaanderen door het te combineren met de hydrogeologische kennis en bestaande databanken van de Universiteit Gent en De Watergroep. Dat zal een driedimensionale verdeling opleveren van de zoet-brak-zout verdeling van het grondwater.’
Professor Kristine Walraevens van de Universiteit Gent: ‘Om de elektromagnetische metingen naar zoet/brak/zout grondwater te kunnen vertalen, moet de lithologie van de ondergrond in rekening gebracht worden. Daarvoor is het nodig te weten waar er zand, leem en kleilagen voorkomen en hoe deze in de diepte verdeeld liggen. Daartoe zullen kaarten worden opgesteld van het kustgebied die steunen op beschrijvingen van boringen en geofysische boorgatmetingen die de uitbreiding en diepte van de verschillende lagen weergeven.
Inagro-onderzoeker Dominique Huits: ‘De informatie over het zoutgehalte van het grondwater is de basis voor het inventariseren van mogelijke maatregen om de zoetwaterbeschikbaarheid voor landbouw te vergroten.’

Weerbaarheid klimaatverandering

De zoetwatervoorraden in het kustgebied worden in het kader van het Europese project TOPSOIL in kaart gebracht. Binnen dit Europese project werken verschillende landen samen rond een betere weerbaarheid tegen klimaatverandering. Op Linkerscheldeoever werkt VMM samen met MOW-afdeling Maritieme Toegang, het Havenbedrijf Antwerpen, Maatschappij Linkerscheldeoever en het Agentschap voor Natuur en Bos. De metingen worden uitgevoerd door een consortium onder leiding van Deltares bestaande uit SkyTEM, Universiteit Gent, TNO, Inagro en De Watergroep.

Wanneer meten?

De vluchten zijn gepland vanaf 27 juni 2017 en zullen een 3-tal weken duren. Er kan alleen gevlogen worden als de weersomstandigheden dat toelaten. Er mag dus geen mist, sterke wind, onweer of te lage bewolking zijn.  Je kan volgen op welke dagen en in welke zones er wordt gevlogen: www.vmm.be/water/projecten/topsoil-brengt-verzilting-in-kust-en-poldergebied-in-kaart.