Orde in de chaos van zeespiegelprojecties

Gepubliceerd: 19 april 2022

Om beleidsmakers inzicht te bieden in de gevolgen van klimaatverandering, brengen klimaatonderzoekers van NIOZ, Deltares en de UU in een nieuwe overzichtsstudie in het wetenschappelijke tijdschrift Earth’s Future orde aan in de enorme hoeveelheid zeespiegelprojecties, de vertaling van klimaatmodellen naar de verwachte zeespiegelstijging. “Deze resultaten bieden handvatten om beleid te maken voor de kortere én langere termijn.”

Aimée Slangen is klimaatwetenschapper bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en auteur van het IPCC klimaatrapport. Samen met experts op het gebied van klimaatadaptatie Marjolijn Haasnoot en Gundula Winter van Deltares en de Universiteit Utrecht, beide ook IPCC-auteurs, onderzocht Slangen de overeenkomsten en verschillen tussen de vele zeespiegelprojecties die de afgelopen jaren zijn gepubliceerd.

Acht families

“De ruim 80 verschillende projecties blijken terug te brengen te zijn tot acht ‘families’”, zegt Slangen. “Binnen iedere nu vastgestelde familie van projecties gebruikten onderzoekers de afgelopen jaren veelal dezelfde gegevens, maar legden ze verschillende accenten. Daarmee kwam steeds weer een andere verwachte zeespiegelstijging in het nieuws, soms voor de kortere en soms voor de langere termijn, soms meer rekening houdend met de enorme bijdrage die het eventueel versneld smelten van de Antarctische ijskap op termijn met zich mee kan brengen, en soms minder.”

Accenten zijn voor wetenschappers interessant, maar komen het overzicht voor gebruikers niet ten goede. Slangen: “Zeker niet als je als overheid moet beslissen wat je gaat doen om je kusten te beschermen tegen de stijgende zeespiegel. Ambtenaren kunnen niet met iedere nieuwe publicatie het beleid aanpassen.”

Halve meter stijging voor het eind van de eeuw

Die twijfel hopen de onderzoekers weg te nemen, want alle families schetsen een vergelijkbaar beeld voor de eerste 50 cm zeespiegelstijging. Slangen: “De eerste halve meter stijging bereiken we vóór het einde van deze eeuw, ook als we grootschalig de uitstoot van broeikasgassen gaan verminderen. Voor deze termijn maakt het dan ook weinig uit welke familie je gebruikt voor zeespiegelprojecties.”

Dat betekent volgens adaptatie-expert Haasnoot dan ook dat we ons nu al kunnen gaan aanpassen aan de gevolgen van zeespiegelstijging. “Beleidsmakers die de klimaatbestendige beslissingen moeten maken, kunnen echt al aan de slag. Het is dan van belang om rekening te houden met de onzekerheid van de verdere toekomst. Als je slim plant, kun je wat je nu aanpast voor een halve meter zeespiegelstijging, later aanpassen voor een meter. Dat scheelt geld en moeite.”

Modellen en emissiescenario’s

Want voor nog verdere stijging van de zeespiegel lopen de acht families wel meer uiteen. Slangen: “Van 75 cm tot een meter zeespiegelstijging is meer van belang welke modelaanpak je gebruikt en worden ook de klimaatscenario’s steeds belangrijker voor de timing van de zeespiegelhoogtes. Die hogere waarden worden pas op de lange termijn overschreden, maar daar moet je al wel rekening mee houden bij adaptatie voor de middellange termijn. Elke familie is waardevol voor een specifieke situatie en op welk moment bepaalde drempelwaardes worden overschreden.”

Haasnoot: “In een kwetsbaar gebied kun je bijvoorbeeld kiezen voor een familie met een grote versnelling in de bijdrage van de smelt op Antarctica. Veel grote wereldsteden, zoals Londen, New Orleans en Rotterdam, liggen in kwetsbaar gebied. In zulke mega-delta’s gaat de relatieve zeespiegelstijging nog sneller door de bodemdaling die ontstaat doordat mensen er grondwater onttrekken.”

Stroomschema

In hun publicatie presenteren de auteurs een stroomschema die beleidsmakers kunnen gebruiken bij beslissingen over wanneer en hoe aan te passen, rekening houdend met de bandbreedte van de onzekerheid in de zeespiegelprojecties. “Zo is de timing van deze zeespiegelwaarden te gebruiken om in te schatten tot wanneer een maatregel voldoende werkzaam blijft”, vertelt Haasnoot. Maar ook andersom: gegeven een gewenste levensduur kun je deze waarden gebruiken voor het ontwerpen van een maatregel.

Slangen: “Voor de eerste 25 centimeter stijging is de bandbreedte in de timing klein: de projecties laten zien dat dit gaat gebeuren voor 2060, en een halve meter stijging voor het eind van de eeuw. Voor de verdere stijging wordt de onzekerheid steeds groter. Afhankelijk van de familie kunnen we een stijging zien van 1,5 tot 2 meter in het jaar 2100, maar het kan ook 2200 of later zijn.”