Promotie Arjen Luijendijk: inzicht in dynamiek zandige stranden

Gepubliceerd: 3 december 2019

Zand is wereldwijd de tweede meest gebruikte grondstof na water en de vraag zal sterk blijven toenemen in de komende decennia. Een van de redenen hiervoor is dat zand op wereldschaal in toenemende mate wordt toegepast voor het tegengaan van erosie van zandige stranden. Op woensdagmiddag 4 december verdedigt kustexpert Arjen Luijendijk (Deltares / TU Delft) zijn proefschrift, waarin hij ingaat op nieuwe technieken in aardobservatie en numerieke rekenmodellen om de wereld in staat te stellen de dynamiek van zandige stranden beter te begrijpen en nauwkeuriger te voorspellen.

In zijn onderzoek ‘Crossing borders in coastal morphodynamic modelling’ verkent Arjen het overschrijden van drie type grenzen. Allereerst zijn internationale grenzen overschreden in een studie naar de dynamiek alle zandige stranden wereldwijd gebruikmakend van satellietbeelden sinds 1984. Analyse van meer dan 2 miljoen beelden laat zien dat maar liefst 70,000 km zandig strand erodeert. Ten tweede zijn de grenzen in morfologische modellen tussen tijdschalen – van een storm tot decennia – opgelost door middel van een nieuwe morfologische versnellingstechniek. De nieuwe lange-termijn voorspellingen van de Zandmotor laten een levensduur langer dan 40 jaar zien, wat veel langer is dan de oorspronkelijk verwachte levensduur van 20 jaar. Tenslotte, biedt een nieuwe gekoppelde modelleeraanpak de mogelijkheid om de zanduitwisseling tussen water en land uit te rekenen. Modelresultaten laten zien dat het naadloos gekoppelde model de interacties tussen het natte en droge strand en duingroei efficiënt en realistisch kan berekenen; zowel de grootte als de variaties in ruimte en tijd.

Met dit onderzoek is een eerste stap gezet in de ontwikkeling van een kustlandschapsmodel dat het toekomstig gedrag van zandige stranden in een veranderend klimaat nauwkeuriger en sneller kan voorspellen.

Download het proefschrift ‘Crossing borders in coastal morphodynamic modelling’ via de website van de TU Delft.