Standaard risicobenadering waterveiligheid lijkt kwetsbare groepen juist te benadelen

Gepubliceerd: 25 april 2017

Wordt de ene inkomensgroep harder in zijn bestaanszekerheid getroffen dan de ander in het geval van een ramp, zoals een overstroming of aanhoudende droogte? En als dat het geval is, nemen we dan wel de juiste maatregelen op de juiste plek? Praktijkonderzoek gefinancierd door Deltares in drie Aziatische wereldsteden wijst erop dat de standaard risicobenadering voor waterveiligheid veelal de meest kwetsbare groepen in de samenleving ten onrechte benadeelt.

Schade wordt niet door iedereen in dezelfde mate geleden. Bijvoorbeeld, een persoon in een sloppenwijk die maandelijks maar 50 euro te besteden heeft, wordt relatief veel zwaarder getroffen door een overstromingsschade van 1000 euro, dan een bewoner van een villawijk die maandelijks over 5000 euro beschikt. Wie een klein inkomen heeft, wordt door een ramp het hardst in zijn bestaanszekerheid getroffen en komt financiële schade relatief moeilijker te boven dan iemand die hoger inkomen heeft. Dit rechtvaardigt dat schade in minder welvarende gebieden relatief zwaarder wordt gewogen en dat deze gebieden daarmee beter beschermd worden tegen natuurrampen dan nu het geval is.

Colombo Sri Lanka kanaalTegenovergestelde conclusie

Maar in de praktijk komen rekenmodellen die hulporganisaties en overheden momenteel hanteren, vaak juist tot precies de tegenovergestelde conclusie. Reden is dat elke euro schade gelijk gewogen wordt, ongeacht het welvaartsniveau van de inwoners. Loopt in die benadering een relatief rijke buurt met relatief dure huizen onder water, dan is de financiële schade groter dan wanneer een sloppenwijk overstroomt. In die modellen loont het het meest om te investeren in maatregelen die schade in de relatief rijke buurt beperken.

Het verschil tussen de financiële en sociale welvaartswaarde van schade is de kern van de paper ‘Accounting for risk aversion, income distribution and social welfare in cost-benefit analysis for flood risk management’ van econoom Jarl Kind van Deltares, die hiermee eind vorig jaar de standaard risicobenadering van investeringen in waterveiligheid aan de kaak stelde. De paper werd gepubliceerd in WIREs Climate Change.

Toetsing in de praktijk

Nu brengt Deltares het onderzoek een stap verder door de sociale risicobenadering van Kind in de praktijk te toetsen. In het Sri Lankaanse Colombo en het Vietnamese Ho Chi Minh stad- wordt gekeken of er –rekening houdend met de inkomensverschillen per wijk- op andere plekken waterveiligheidsmaatregelen genomen zouden worden dan nu het geval is. De eerste resultaten wijzen inderdaad in de richting dat voor welvarender gebieden betere en meer beschermingsmaatregelen lijken te worden getroffen dan wijken waar meer kwetsbare groepen leven.

In het Filipijnse Cebu spitst het onderzoek zich toe op kwetsbare groepen die juist geen of weinig toegang hebben tot water. Wat als additionele watervolumes beschikbaar worden gesteld voor groepen die nu bijvoorbeeld hun water nog uit de rivier halen? Leidt deze additionele waterbeschikbaarheid voor kwetsbare groepen tot meer sociale welvaart dan wanneer dezelfde extra volumes water beschikbaar zouden komen voor groepen die het relatief beter hebben.

Cebu bridgeSustainable Development Goals

“Door in beeld te brengen hoe verdeling van rijkdom het rendement van bepaalde maatregelen voor waterveiligheid beïnvloedt, kunnen maatregelen worden genomen op die plekken waar de schade relatief het meest wordt gevoeld,” zegt Kind. Het is de eerste keer dat sociale welvaart als parameter wordt meegenomen voor het rendement van maatregelen voor waterveiligheid. Met het onderzoek hoopt Deltares een bijdrage te leveren aan het werk van de UN, financiële instellingen zoals de Wereldbank en lokale en nationale overheden om de Sustainable Development Goals zo snel mogelijk te realiseren.