Supersized veenmonsters voor bodemdalingsvoorspellingen

Gepubliceerd: 18 mei 2020

Om voorspellingen te doen over de mate van bodemdaling door het samendrukken van veen worden supersized grondmonsters gestoken op de veenweidentestlocatie KTC Zegveld (gemeente Woerden).  Met deze monsters met een diameter van 40 cm kunnen de geotechnische eigenschappen van het veen worden bepaald, zoals de samendrukbaarheid,  dichtheid en het organische stof- en koolstofgehalte.

Deze geotechnische eigenschappen van veen worden gebruikt als input voor bodemdalingsmodellen. De hoge samendrukbaarheid van veen is een belangrijke  oorzaak van bodemdaling in gebieden met een venige ondergrond en daarom belangrijk om goed mee te nemen in bodemdalingsvoorspellingen. “Met deze modellen kunnen we voorspellingen maken over hoeveel en hoe snel de veengrond nog kan dalen als gevolg van veensamendrukking, onder verschillende scenario’s van belasting en grondwaterstand”, aldus Sanneke van Asselen, bodemdalingsexpert bij Deltares. Op basis van deze informatie kunnen maatregelen tegen bodemdaling effectiever worden ingezet.

Onverstoorde grondmonsters met de Deltares Large Diameter Sampler

In totaal  worden er vijf monsters gestoken van 40 cm in diameter en een hoogte van 50 cm met de Deltares Large Diameter Sampler (DLDS) in samenwerking met Wiertsema en Partners. De DLDS is speciaal ontwikkeld voor het bemonsteren in veen, een slappe grond met  relatief grote (planten)vezels en een heterogene structuur. Het relatief grote volume is nodig om de veenmonsters zo onverstoord mogelijk te onderzoeken in het geotechnisch laboratorium van Deltares. Met deze bemonstermethode kunnen geotechnische eigenschappen van veen beter bepaald worden dan met de standaard bemonstermethoden. Voor de samendrukbaarheidsbepalingen worden delen van de monsters onder gecontroleerde condities onder druk gezet totdat ze vervormen en de sterkte van het veen kan worden bepaald.

Nationaal monitoringsnetwerk meet bodemdaling structureel en frequent

De testlocatie in Zegveld is één van de vijf meetlocaties van het nationaal monitoringsnetwerk om bodemdaling structureel en frequent te meten. Deze bodemdalingsmeetlocaties zijn onderdeel van het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOVB). In dit programma doet een consortium van verschillende onderzoekspartijen onderzoek naar de huidige uitstoot van broeikasgassen uit veen, welke factoren van invloed zijn op de uitstoot en welke maatregelen kunnen helpen om de uitstoot terug te dringen. Het onderzoek vindt plaats in het in het kader van het Klimaatakkoord. Daarbij wordt ook gemeten aan bodemdaling. Op basis van de bodemdalingsmetingen kunnen de belangrijkste mechanismen worden ontrafeld die leiden tot bodemdaling in veenweidegebieden. Alleen als bekend is welke mechanismen verantwoordelijk zijn voor bodemdaling, kunnen effectieve technische en beleidsmatige maatregelen worden ontworpen. Het structureel meten helpt om de juiste aanpak per gebied te bepalen.