Trots en spijt in de waterbouw: een verkennend onderzoek van Deltares

Gepubliceerd: 25 juli 2022

In het Deltaprogramma, maar ook breder in het nationaal beleid voor water en ruimte, bij Rijkswaterstaat, bij waterschappen en bij provincies en gemeenten is veel aandacht voor het voorkomen of minimaliseren van spijt. Maar wat wordt precies met no-regret bedoeld en hoe kun je dat in de praktijk realiseren? Tegen die achtergrond is Deltares een verkennend onderzoek gestart, waarvan de eerste resultaten deze week zijn uitgebracht. 

Twee doelen

Het onderzoek heeft twee doelen. Het eerste doel is om vast te stellen wat spijt precies inhoudt en welke interpretaties er bestaan en het tweede doel is om te achterhalen hoe spijt in de praktijk voorkomen kan worden .

Wat leidt in de praktijk tot spijt?

Het rapport van Deltares bestaat uit een zestal interviews met personen die kunnen terugkijken op een zeer ruime ervaring in de weg- en waterbouw, infrastructuurplanning en/of ruimtelijke planning. Hen is gevraagd op welke ‘(kunst)werken’ ze trots zijn – of waar ze juist spijt van hebben – en ook waar dat dan precies aan ligt en hoe spijt te voorkomen is. Het gaat daarbij nadrukkelijk om wat fysiek is nagelaten en om de consequenties voor die maatschappij (en de volgende generaties). Spijt hebben de geïnterviewden vooral van:

  • een te smalle inhoudelijke scope van het project, c.q. monofunctionele oplossingen ontwerpen;
  • onvoldoende oog voor onderhoud (uitgestelde kosten) en lange-termijn maatschappelijke kosten/ consequenties (incl. schade aan natuur en milieu);
  • onvoldoende oog voor de kwaliteit van de publieke ruimte en de beleving daarvan;
  • weinig gehoor geven aan zorgen van direct betrokkenen.

Wat leidt tot trots?

De geïnterviewden geven aan trots te zijn als ze vooral gelijktijdig aan alle drie criteria voor een goed ontwerp volgens de Romeinse bouwmeester Vitruvius hebben voldaan, namelijk:

  • wanneer ‘nut’ niet alleen voor het beoogde gebruik (doeltreffendheid) is maar óók voor alle (mede)gebruik van dezelfde ruimte (utilitas);
  • wanneer ‘duurzaamheid’ in de simpele betekenis van stevig overeind blijft en ook in een veranderde toekomst blijft functioneren (firmitas);
  • wanneer het ontwerp ‘aantrekkelijk’ is, dat wil zeggen passend in het landschap en er goed uitziet (venustas).

Maar men is ook trots als het planproces goed is gelopen en – uiteindelijk – bijna iedereen tevreden is. Als succesfactoren daarvoor noemen de geïnterviewden heldere kaders aan het begin, permanente betrokkenheid, begrip voor de betrokkenen en een goed plan voor onderhoud en beheer na oplevering.

Anoek de Jonge (onderzoeker / hoofdauteur Deltares): “Met de resultaten van dit onderzoek krijgen we inzicht in wat een project meer of minder geslaagd maakt. De resultaten van dit onderzoek zijn wijze lessen, waarvoor je anders misschien wel een hele carrière nodig hebt om ze te leren. Laten we niet allemaal het wiel zelf uitvinden, maar voortbouwen op deze ervaringskennis.”

Degenen die voor dit onderzoek waren geïnterviewd zijn:
Tjalle de Haan, Bas de Bruijn, Jean Buskens, Hendrik Havinga, Ingwer de Boer en Cor Beekmans.