Bevaarbaarheid Port Brazaville langs de Congo rivier

De Congo Rivier is de op één na grootste rivier in de wereld met een gemiddelde afvoer van 44,000 m3/s. Deze rivier vormt de grens tussen Congo en de Democratische Republiek Congo. Deltares heeft recentelijk de hydrodynamische en morfodynamische effecten bestudeerd van voorgenomen werken voor het verbeteren van de bevaarbaarheid van de Congo rivier nabij Brazzaville. Hieronder vielen ook het evalueren en afwegen van verschillende alternatieve maatregelen.

Onderzoek Congo rivier

Figuur 1: Congo rivier nabij Brazaville en Kinhasa (bron: Google earth).

Bevaarbaarheid van de rechter tak van de rivier

In het bestudeerde gebied (Figuur 1) splitst de rivier zich in twee riviertakken. De linker tak is de grootste met ca. 75% van de totale rivierafvoer. Manoeuvreerbaarheid is hier daarom geen probleem. Echter, de afvoer in de rechter tak is veel minder hoog, waardoor er daar een complexe morfodynamica is ontstaan met vlechtende riviergeulen. Dit resulteert in onvoorspelbare systeemontwikkelingen in die riviertak en leidt tot problemen met sedimentatie in de vaarweg, in het bijzonder nabij Brazaville port. Hierdoor is onderhoud van de rechter riviertak lastiger geworden. Er is een duurzame oplossing voor dit probleem benodigd.

Maatregelen om bevaarbaarheid te vergroten

Deltares heeft een analyse uitgevoerd van het hydrodynamisch en morfodynamisch gedrag van de rechter riviertak nabij Brazaville, met focus op de stromingsverdeling op het splitsingspunt van de rivier. Met numerieke modellering (Delft3D) en op basis van satellietbeelden heeft Deltares eerst de korte-termijn ontwikkeling van het morfologische system voorspeld. Deze numerieke analyses maakte het mogelijk om de afvoerverdeling en de bijbehorende morfologische effecten in beide riviertakken te berekenen. Het model reproduceerde de huidige waargenomen stromingsverdeling op een correcte manier.

Vervolgens hebben we het numerieke model gebruikt voor het beoordelen van de effectiviteit van verschillende mogelijke maatregelen om de bevaarbaarheid van de linker riviertak te vergroten. Deze maatregelen waren constructief (strekdammen, overlaten, verticale platen in de bodem) of niet constructief (terugkomend, bijvoorbeeld slim baggeren en lossen van bodemmateriaal). Deze analyses lieten zien dat constructieve maatregelen, die doorgaans het meest ingrijpend zijn, waarschijnlijk niet benodigd zullen zijn. De modellen lieten zien dat het beter is om gebruik te maken van een verwachte autonome trend van toenemende afvoer door de linker tak als gevolg van morfologische ontwikkelingen meer stroomopwaarts op de rivier. Zo lang als deze autonome ontwikkelingen niet leiden tot negatieve effecten, dan zal deze natuurlijke ontwikkeling de bevaarbaarheid in de linker riviertak uit zichzelf gaan verbeteren. Dit bespaart niet alleen veel geld ten opzichte van actief ingrijpen met constructies, maar het is ook nog eens een zeer duurzame manier van gebruik maken van natuurlijke processen om een door de mens gewenste systeemconditie te bereiken.