Test

Veenweidestrategieën

Breed is ook de bestuurlijke betrokkenheid bij het onderzoek, dat voortkomt uit de Klimaattafel Veenweiden. Chris van Naarden, die namens het ministerie van LNV het onderzoek begeleidt, spreekt van een ‘unieke, interbestuurlijke regiegroep’, met verschillende overheden, maar ook boeren- en natuurorganisaties. Het onderzoek moet richting geven aan gebiedsprocessen, waarin de maatregelen in praktijk worden gebracht. Van Naarden: ‘Onder leiding van de provincies worden veenweidestrategieën opgesteld. De provincies maken samen met de partijen in het gebied – waterschappen, gemeenten, boeren, natuurorganisaties – plannen voor maatregelen voor het reduceren van uitstoot van broeikasgassen.’ Daar is vooralsnog honderd miljoen euro voor uitgetrokken. Want, zo benadrukt Van Naarden, draagvlak is nodig voor de grote aanpassingen in het watersysteem die straks moeten plaatsvinden in de Nederlandse polders om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Of dat haalbaar is en of polderende ‘gebiedsprocessen’ zullen volstaan of dat er een centrale regie van de overheid moet worden ontwikkeld, daar laat de LNV-ambtenaar zich liever niet over uit: ‘Dat is een politiek-bestuurlijke keuze.’

 

Cranberries

Van belangentegenstellingen is nog weinig te merken, zegt Pui Mee Chan. Chan is programmaleider namens STOWA van het NOBV en haar taak is om het onderzoek aan te sturen en te figureren als intermediair tussen de onderzoekers en de Regiegroep Veenweiden. ‘Eigenlijk weten we nog niet zoveel, dus iedereen is enthousiast en nieuwsgiering. Ook de agrarische sector, want die wil weten of er in de toekomst nog wel een boterham te verdienen valt.’

Zij legt uit dat het onderzoek dynamisch is, wat betekent dat onderzoeksvragen regelmatig worden aangepast of toegevoegd: ‘We onderzoeken nu vooral maatregelen die al worden toegepast, zoals onderwaterdrainage. Het is bekend dat het verhogen van het grondwater een goede maatregel is, al weten we nog niet wat dat onder verschillende omstandigheden precies oplevert aan CO2-recuctie. Ik zou dan willen weten wat de effecten zijn op bijvoorbeeld de uitspoeling van nutriënten of op de mogelijkheden van alternatieve teelten. En we denken dat bij hogere grondwaterstanden het bodemleven actiever wordt. Maar ook daar weten we het fijne nog niet van.’

 

Dag- en nachtritme

Terug naar de Vlisterpolder waar een hoosbui het einde van de droge zomer lijkt aan te kondigen. Gilles Erkens legt uit wat er onder onze voeten gebeurt: ‘In de uitstoot van broeikasgassen zit een dag- en nachtritme, maar tevens seizoensverschillen. Ook bodemdaling is geen lineair proces. Als het echt nat wordt zie je de hele bodem omhoog komen, doordat het veen zich volzuigt en het grondwater stijgt. Het is net eb en vloed.’ De analogie met de zeespiegel geldt ook de lange termijn, want de dagelijkse fluctuaties verhullen niet dat – zoals de zeespiegel stijgt – de hele veenweidebodem over een langere periode inklinkt en daalt, met gemiddeld een centimeter per jaar[GE1] .

Als we in de kantine van de lokale schaatsvereniging verder praten, wil Gilles Erkens nog eens benadrukken hoe belangrijk dit onderzoek is: ‘In de veenweide komen verschillende opgaven samen: het stikstofprobleem, kringlooplandbouw, bodemdaling, de broeikasgasuitstoot, verlies van biodiversiteit, belasting van het grondwater met nutriënten – het speelt allemaal in het veenweidegebied. Dat maakt het een groot en integraal vraagstuk.’

 

1 megaton CO2-reductie

Tegelijk is de benadering naar zijn zin beleidsmatig nog niet integraal genoeg. Zo schreef hij mee aan het onlangs verschenen rapport van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) met de weinig verhullende titel ‘Stop bodemdaling in de veenweidegebieden’. Lid van de raad André van der Zande noemde de bodemdaling in het radioprogramma Vroege Vogels ‘onhoudbaar’.

De vraag is waar die alarmerende oproep [GE2] vandaan komt. Gilles Erkens: ‘Voor broeikasgasuitstoot ligt er een doelstelling van één megaton [GE3] CO2-reductie in 2030 (op een jaarlijkse uitstoot van naar schatting 5 tot 7 miljoen ton, red). Dat ligt vast in de Klimaatwet. De precieze uitwerking is er nog niet, maar er ligt een pad.[GE4]  Het rapport van de RLI zegt: voor bodemdaling moet er iets soortgelijks komen. Het is onhoudbaar zoals het nu gaat. Nederland moet met goede doelstellingen komen en die moet je niet los zien van de klimaatdoelstellingen. Nu kan het gebeuren dat je maatregelen optimaliseert voor broeikasgassen terwijl je met een kleine aanpassing ook nog veel bodemdaling had kunnen besparen. Die kans dreigen we nu te missen, want omdat er geen doelstelling is, ontbreekt de beleidsmatige kant.’

 

Centrale sturing

Het RLI-rapport gaat nog een stap verder: ‘Het is zo geformuleerd dat het een gezamenlijke opgave is. Maar het RLI zegt wel dat het een probleem is dat niet kan worden opgelost zonder een stevige rol van de overheid.’

Voor de hele veenweideproblematiek ligt centrale sturing voorlopig niet in de lijn der verwachting. Daar zit een risico aan, vindt ook Pui Mee Chan: ‘Wat willen we op lange termijn met het veenweidegebied? Er zitten zoveel kanten aan: agrarisch, natuur, biodiversiteit, bodemdaling, erfgoed, recreatie, economie… Het is lang niet alleen een CO2-probleem. Daar moet je goed over nadenken. Nu moet het van onderop komen. Maar wat als dat onvoldoende oplevert?’

 

 

In samenwerking met