Quick scan Golfremmende vegetatie bij Stroomlijn

Verheij, H. & Sprengers, C. (2012). Quick scan Golfremmende vegetatie bij Stroomlijn. Project Deltares

 

Er zijn plannen om in het kader van het programma Stroomlijn op 887 locaties vegetatie te verwijderen om de doorstroming te bevorderen. In een quick scan is op basis van expertise en ervaring nagegaan of er locaties zijn waar het gewenst is vegetatie te handhaven omdat dit de golfbelasting op de dijk vermindert. Vegetatie heeft namelijk ook een golfdempend effect. Geconcludeerd kan worden dat het op 18 Stroomlijn locaties met een significante golfhoogte groter dan 0,5 m mogelijk zinvol is de vegetatie te handhaven.

De gebruikte criteria bij de quick scan hebben betrekking op ligging van de vegetatie en de dijk ten opzicht van de overheersende windrichting, afstand tot de dijk in verband met de strijklengte, grootte van het complex en de golfhoogte. In een detailstudie zou de golfdemping door de vegetatie voor die 18 locaties nader moeten worden onderbouwd daarbij rekening houdend met het feit dat tijdens de studie is geconstateerd dat op sommige locaties in de stroomluwe delen ook vegetatie aanwezig is die bijdraagt aan de golfdemping.

Meer algemeen wordt aanbevolen voor alle Stroomlijn locaties een inventarisatie uit te voeren naar aanwezige vegetatie in de stroomluwe delen, want de vegetatie daar kan bijdragen aan een reductie van de golfhoogte. Hierbij kunnen hetzelfde criteria worden gehanteerd als voor vegetatie in stroombanen. Een aanvullend criterium is daarbij dat het kruinniveau boven MHW ligt.

Tijdens de aanvullende inventarisatie met Geoweb naar aanwezigheid van vegetatie in de stroomluwe delen is geconstateerd dat op zes locaties extra vegetatie een bijdrage kan leveren aan de golfdemping. Weliswaar geldt buiten de stroombanen een ‘stand-still’  en is bijplanten van ruwe vegetatie niet aan de orde, maar op enkele locaties zou bos tot ontwikkeling kunnen worden gebracht ter compensatie van beschermde bossen uit stroombanen.