Naar hoofdcontent

Hoe extreem is het laagwater dat wordt gemeten in de Rijn en de Maas?

Op woensdag 15 juli 2026 was de daggemiddelde afvoer van de Rijn bij Lobith gedaald tot 771 m3/s. Daarmee was de afvoer lager dan ooit eerder in juli geregistreerd. Het vorige record dateert uit het ‘record-droogtejaar’ 1976.

Inmiddels is de daggemiddelde Rijnafvoer (dinsdag 4 augustus 2026) zo’n 640 m3/s en zijn het Ministerie van I&W, Rijkswaterstaat en Waterschappen opgeschaald naar de fase “Feitelijk watertekort” (kleurcode oranje). De lage waterstand en de lage aanvoer van water hebben allerlei gevolgen en er worden veel maatregelen genomen om de negatieve effecten daarvan zo veel als mogelijk te reduceren.

De meeste maatregelen zijn bedoeld om onze veiligheid te waarborgen. Zo worden sluizen gesloten om te voorkomen dat schutverliezen de waterstand op boezems en kanalen verder doen afnemen. De met die lage waterstand gepaard gaande afname van waterdruk kan namelijk verzakking en instabiliteit van oevers en dijken veroorzaken.

Ook veroorzaken schutverliezen indringing van relatief zout water in zoetwatersystemen. Dat heeft negatieve gevolgen voor natuur, drink- of ander watergebruik. Om zuinig om te gaan met het zoete oppervlakte water en het grondwater zijn er in sommige regio’s ook onttrekkingsverboden van kracht.

Daggemiddelde afvoer van de Rijn 1901-2026 (zwarte lijn is 2026)
Daggemiddelde afvoer van de Rijn 1901-2026. Zwarte lijn is 2026 - figuur Deltares, Jan Verkade

Hoe komt de waterstand zo vroeg al zo laag?

Dat heeft een aantal oorzaken:

  1. Relatief droog voorjaar: er was weinig regen om de rivier te voeden.
  2. Relatief warm voorjaar: de niet-permanente sneeuw is vroeger dan anders gesmolten. Ook was de verdamping groter dan in andere jaren.
  3. Weinig voeding door gletsjers, omdat veel daarvan is weggesmolten door de opwarming van de aarde.

Kan het nog erger worden? Hoe gaat de komende periode eruitzien?

Hoewel er tijdelijke, bescheiden oplevingen van de Rijnafvoer verwacht worden door regenval, is de verwachting ook dat de afvoer hierna weer zakt.

Wat zijn de gevolgen van laagwater voor burgers?

  • We worden opgeroepen minder drinkwater te gebruiken.
  • We merken effecten op recreatie: bv. stremmingen in de recreatievaart, blauwalgen, zwemverboden.
  • Verergering schade aan funderingen door verzakkingen/ ongelijke zetting als gevolg van droogvallende veen- en kleibodems

Wat zijn de gevolgen voor de drinkwatervoorziening?

Aanhoudende droogte en lage afvoeren kunnen leiden tot beperkingen bij oppervlaktewaterinname door verzilting, verontreinigingen of lage waterstanden. Tijdens warme perioden kan daarnaast de vraag naar drinkwater sterk toenemen, waardoor de leveringszekerheid onder druk komt te staan.

Maar er zijn na de laatste droogteperiodes voldoende maatregelen genomen om ons op korte termijn geen zorgen te hoeven maken over drinkwater.

Wat zijn de mogelijke gevolgen voor de natuur?

Droogte kan leiden tot verdroging van beken, poelen en natuurgebieden, met negatieve gevolgen voor biodiversiteit en ecosystemen. Bij herhaalde of langdurige droogte kunnen sommige effecten langdurig of onomkeerbaar zijn.

Wat zijn mogelijke gevolgen voor de dijken?

Dijken in regio’s waar de waterstand altijd op een hoog peil staat, zoals de boezemkaden in Friesland en Noord- en Zuid-Holland bestaan in belangrijke mate uit klei of veen, Daardoor zijn ze erg gevoelig voor kleine dalingen van de waterstand. Tien centimeter kan al voldoende zijn om ze merkbaar te laten verzakken. Dat is een onomkeerbaar proces. Bij grotere dalingen is zelfs instabiliteit van de dijk mogelijk. Dit speelt in veel mindere mate langs wateren die altijd al sterk van peil wisselen, zoals de grote rivieren.

Wat zijn mogelijke gevolgen voor de scheepvaart?

Lage rivierafvoeren kunnen de beladingsgraad van schepen beperken, waardoor transport duurder en minder efficiënt wordt. Bij langdurig laagwater kunnen verstoringen in logistieke ketens en de bevoorrading van bedrijven optreden. Wachttijden bij sluizen worden bijvoorbeeld langer, zoals bij Terneuzen en IJmuiden. Door zuiniger te schutten komt er minder zout water binnen. Uiteindelijk kunnen vaarwegen ook worden gestremd.

Wat zijn mogelijke gevolgen voor de landbouw?

Droogte kan leiden tot extra beregeningsbehoefte en lokaal tot lagere opbrengsten wanneer onvoldoende zoet water beschikbaar is. De gevolgen verschillen sterk per regio, gewas en mogelijkheden om water vast te houden of aan te voeren.

Wat is “verzilting” en waarom is dat nu extra relevant?

Verzilting is het proces waarbij zout zeewater via het oppervlaktewater of het grondwater landinwaarts trekt. Bij lage rivierafvoeren kan zout zeewater verder landinwaarts doordringen, waardoor minder zoet water beschikbaar is voor mens, natuur en landbouw. Dit kan leiden tot beperkingen bij drinkwaterinname, voor de landbouw en industrie. Daarnaast zijn er extra maatregelen nodig in het waterbeheer en betekent verzilting een verslechtering van de waterkwaliteit. Verzilting treedt op verschillende plekken op, bijvoorbeeld als er een open verbinding naar zee is zoals via de Nieuwe Waterweg. Door de lage rivierafvoer, dringt het zout verder stroomopwaarts en zijn maatregelen nodig om waterinname op de Hollandse IJssel en Lek zo veel mogelijk zoet te houden (onder andere de Klimaatbestendige Wateraanvoer). Daarnaast kan zoutindringing ook optreden bij kanalen en meren: Daar komt het zout vaak via schutsluizen het kanaal of meer in. Door de droogte staat de afvoer ook hier onder druk, waardoor verzilting langzaam kan opbouwen. In het Noordzeekanaal bij IJmuiden is nu een Zoutscherm of Selectieve Onttrekking gebouwd om specifiek het zoute water naar zee te spuien. Voor grondwaterverzilting geldt dat dit door onttrekkingen en lage waterstanden in de kanalen en sloten in diepe polders kan toenemen. Doordat er weinig water is om door te spoelen, neemt tijdens droogte hier ook de verzilting toe.

Wat zijn de gevolgen voor de kwaliteit van ons rivierwater?

Lage afvoeren en hoge watertemperaturen kunnen leiden tot hogere concentraties verontreinigingen, algenbloei en zuurstoftekorten. Dit kan gevolgen hebben voor natuur, drinkwaterproductie, recreatie en industriële watergebruikers.

Komen bedrijven nog aan voldoende water?

Lage afvoeren kunnen de beschikbaarheid van proces- en koelwater verminderen en de aanvoer van grondstoffen bemoeilijken. Industrieën die afhankelijk zijn van binnenvaart of oppervlaktewater zijn daarbij het meest kwetsbaar.

Meer informatie droogte analyse 2022

Hoe ziet de toekomst eruit. Gaat deze situatie zich vaker voordoen?

Ja dat zien we terug in alle klimaatscenario's. De opwarming van de aarde resulteert in toenemende verdamping, minder sneeuw, eerdere sneeuwsmelt, minder gletsjerwater en veranderende neerslagpatronen, er is minder neerslag in de zomer. Per saldo gaan droogte en laagwater vaker voorkomen en heftiger zijn.

In hoeverre speelt klimaatverandering een rol?

Klimaatverandering is een van de belangrijkste oorzaken van de toenemende kans op laagwater. Uit Klimaatscenario's voor het Rijngebied blijkt dat de afvoerregimes van de rivier veranderen. Hogere temperaturen leiden tot meer verdamping en tot minder opslag van water in sneeuw en gletsjers. Daardoor komt er in de zomer minder water tot afvoer in de rivieren.

De gevolgen worden versterkt doordat de vraag naar water in droge perioden juist stijgt. Daarom kijkt Deltares niet alleen naar klimaat, maar ook naar de wisselwerking tussen klimaat, economie, landbouw, energievoorziening, natuur en watergebruik. Dat gebeurt onder meer binnen het Europese STARS4Water-project onder het EU Horizon onderzoeksprogramma en de CHR-studies voor het Rijnstroomgebied.

Speelt toekomstig watergebruik een rol in waterbeschikbaarheid?

Waterbeschikbaarheid gaat over de vraag of er voldoende bruikbaar water beschikbaar is op het moment dat mensen, natuur en economie dat nodig hebben. Lage afvoeren zijn daarbij belangrijk, maar ook waterkwaliteit, verzilting en de omvang van de watervraag spelen een grote rol. Onderzoek laat zien dat menselijk watergebruik de Rijn-afvoer beïnvloedt: lage afvoeren kunnen verder dalen door verbruik.

Vooral landbouw en industrie kunnen de watervraag bovenstrooms vergroten, terwijl in Nederland extra zoet water nodig is tegen verzilting, bodemdaling en peilproblemen. Klimaatverandering en de toenemende watervraag versterken elkaar, waardoor tijdelijke tekorten eerder kunnen ontstaan.

Watergebruik en Watervraag Rijn (Deltares 2026)
Watergebruik en Watervraag Rijn (Deltares 2026)


Meer lezen watervraag en watergebruik Rijn

Technische oplossingen of natuurgebaseerde oplossingen die we zouden moeten onderzoeken

Er bestaat waarschijnlijk geen wondermiddel dat het probleem van laagwater oplost. De oplossing ligt eerder in een slimme combinatie van maatregelen verspreid over het hele stroomgebied van bron tot zee.

Voorbeelden van technische maatregelen zijn het optimaliseren van reservoirbeheer, verbetering van waterdistributie, vergroten van zoetwaterbuffers en efficiënter watergebruik door landbouw, industrie en drinkwaterbedrijven. Daarnaast wordt gekeken naar mogelijkheden om water beter vast te houden tijdens natte perioden.

Natuurgebaseerde oplossingen zijn minstens zo belangrijk. Denk aan herstel van wetlands, beekdalen en uiterwaarden, het verbeteren van sponswerking van landschappen en het vergroten van waterberging in natuurgebieden. Zulke maatregelen kunnen bijdragen aan droogtebestendigheid, biodiversiteit, waterkwaliteit tegelijk.

Voor Deltares is daarbij één inzicht belangrijk: de Rijn en Maas zijn internationale systemen en trekken zich niets aan van landgrenzen. Effectieve oplossingen vragen daarom niet alleen maatregelen in Nederland, maar samenwerking in het hele stroomgebied.

Afhankelijkheid en samenwerking met bovenstroomse landen

Nederland is voor een belangrijk deel afhankelijk van water dat via internationale stroomgebieden zoals de Rijn en de Maas ons land binnenkomt. Daarom is samenwerking met bovenstroomse landen essentieel.

Samenwerking in en met riviercommisies

Landen in het Rijn- en Maasstroomgebied werken al tientallen jaren samen via internationale riviercommissies. Voor de Rijn zijn dat onder andere de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn (ICBR/ICPR), de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR/CCNR) en de Internationale Commissie voor de Hydrologie van het Rijngebied (CHR). Waterbeheerders, kennisinstituten en overheden wisselen gegevens uit, maken gezamenlijke analyses en werken samen aan strategieën voor droogte, hoogwater, waterkwaliteit en klimaatadaptatie.

Deltares is zelf officieel lid van de CHR (en vormt samen met Rijkswaterstaat de Nederlandse delegatie) en ondersteunt de ICPR en CCNR met kennis over water en ondergrond en op watergerelateerde thema’s zoals sedimenttransport, waterkwaliteit en -temperatuur, ecologie, scheepvaartbewegingen, gebruik van water, etc. We denken daarbij vanuit een holistiche aanpak – we integreren alle facetten - zoals ecologie, landbouw, industrie, drinkwater en sociaal-economische ontwikkelingen en klimaattrends - tot één samenhangend systeem om duurzaamheid en veerkracht te waarborgen

Samenwerking in EU STARS4Water

De Rijn- en Maasstroomgebieden zijn niet de enige waarin onderzoekers, nationale overheden en riviercommissies en andere belanghebbenden samenwerken aan waterzekerheid en veerkracht en hoe ze om kunnen gaan met allerlei veranderingen. Ook binnen STARS4Water – waar de Rijn een van de focus gebieden is - werken onderzoekers, riviercommissies en andere belanghebbenden uit verschillende landen nauw samen aan nieuwe scenario's, datadiensten en model instrumentaria om toekomstige watertekorten beter te begrijpen en erop te anticiperen.

In de Donau – die door 10 landen stroomt en waarbij dus door nog meer landen onderling moet worden samengewerkt - wordt daarbij gebruik gemaakt van wflow en Ribasim modelsoftware pakketten die door Deltares zijn ontwikkeld, soortgelijk aan die ook in Nederland specifiek voor Maas en Rijn in gebruik zijn.

Ook met de Messara (Griekenland) en het Drammen stroomgebied (Noorwegen) wordt op dit gebied samengewerkt. Co-creatie van deze modellen draagt bij aan het bouwen van gezamenlijke database en transparantie en vertrouwen in de analyses die politieke besluitvorming over de landen heen moet onderbouwen.

Samenwerking in JCAR ATRACE

In het grensoverstijgende kennisprogramma JCAR ATRACE, geleid door Deltares, ontwikkelen we met gerenommeerde internationale kennisinstuten toegepaste kennis over hoe we onze landen beter voorbereiden. Op extreme droogte en laagwater maar ook overstromingen in de gedeelde stroomgebieden van kleinere rivieren zoals de Overijsselse Vecht, Oude Ijssel, Roer en de Aa of Weerijs.

Hierover is veel minder bekend dan over de grote rivieren. Met grensoverstijgende stresstesten over droogte en overstromingen krijgen we gezamenlijk een beeld hoe afhankelijk we zijn van onze buren en welke gemeenschappelijk maatregelen (bijv. retentie, sturing, bescherming of early warning) effectief zijn.

Houden de bovenstroomse landen ook water vast voor eigen gebruik?

Een veelgestelde vraag tijdens droge perioden is of bovenstroomse landen water achterhouden waardoor er minder water Nederland bereikt. In de praktijk ligt dit genuanceerd.

Landen treffen maatregelen om hun eigen bevolking, economie en natuur te beschermen tegen droogte. Dat kan bijvoorbeeld via reservoirs, waterbesparing of aangepaste waterverdeling. Deze maatregelen zijn meestal niet gericht op het onthouden van water aan benedenstroomse landen, maar kunnen wel invloed hebben op de hoeveelheid water die later beschikbaar komt.

Juist daarom wordt binnen internationale samenwerkingsverbanden steeds meer onderzoek gedaan naar de veranderingen in het hydrologisch afvoer regime omdat de Rijn verandert van gletsjersmelt- naar regenrivier, effecten van watergebruik, reservoirbeheer en waterallocatie in het gehele stroomgebied. De recente CHR-studie laat zien dat toekomstige waterbeschikbaarheid niet alleen afhangt van klimaatverandering, maar ook steeds sterker van keuzes die mensen maken over watergebruik en verdeling van water.

Kunnen we geen bindende afspraken maken over een minimum hoeveelheid water?

Internationale rivieren zoals de Rijn worden al beheerd binnen verdragen en samenwerkingsafspraken. Er bestaan afspraken, formeel dan wel informeel, over waterkwaliteit, informatie-uitwisseling, monitoring en gezamenlijke voorbereiding op extreme situaties.

Een gegarandeerde minimumafvoer vastleggen is complex. Tijdens langdurige droogte kan er simpelweg onvoldoende water beschikbaar zijn om overal aan vaste hoeveelheden te voldoen. Bovendien verschillen de belangen van drinkwater, natuur, landbouw, industrie en scheepvaart per land en per regio.

De CHR SES-studie signaleert dat waterallocatie en prioritering van watergebruik een steeds belangrijker onderwerp wordt. De studie concludeert dat hier in de toekomst meer internationaal overleg en gezamenlijke afspraken voor nodig zijn.

Deze pagina delen.