Tom Buijse: buitengewoon hoogleraar met een missie voor gezond zoet water
Tom Buijse werkt al 18 jaar bij Deltares als specialist in de gezondheid en het herstel van zoetwaterecosystemen. Sinds 6 jaar werkt hij naast zijn werk bij Deltares ook een dag in de week als buitengewoon hoogleraar zoetwatervis ecologie bij Wageningen University & Research. Wat maakt zijn gedeelde positie bij twee kennisinstellingen zo bijzonder?
Achtergrond
Sinds 2008 is Tom Buijse werkzaam bij Deltares. Van oorsprong is hij bioloog, gepromoveerd in de visserijbiologie en vanuit die achtergrond is hij terechtgekomen in het herstel van zoetwaterecosystemen en de Europese Kaderrichtlijn Water. Met dit werk is hij al meer dan twintig jaar betrokken bij Europese projecten die bijdragen aan de implementatie van die richtlijn en aan het herstel van binnenwateren. Bij deze projecten kijkt hij naar de omstandigheden die nodig zijn om ecologisch herstel mogelijk te maken.
Naast zijn werk bij Deltares is hij sinds 2020 ook buitengewoon hoogleraar geworden aan Wageningen University & Research. Dit doet hij een dag per week naast zijn werk bij Deltares en is gezamenlijk gefinancieerd door Deltares en de Sportvisunie (voorheen Sportvisserij Nederland).
In Wageningen richt hij zich op zoetwatervisecologie, een onderwerp dat nauw aansluit op zijn werk bij Deltares. Vissen zijn namelijk een van de biologische kwaliteitselementen binnen de Kaderrichtlijn Water. Voor de beoordeling van waterkwaliteit kijken we niet alleen naar chemische aspecten, maar ook naar ecologische aspecten zoals algen, waterplanten, macrofauna en vissen.
Bij vissen is dat bijvoorbeeld afhankelijk van de levensfase waarin ze verkeren, legt Tom uit: “Je hebt de eieren. Die moeten op een plek zitten waar er voldoende zuurstof bij komt. Vervolgens heb je de hele kleine larven, die willen juist weer naar plekken toe waar het minder hard stroomt omdat ze anders meegevoerd worden door de stroming. Die moeten dus op een plekje zitten waar ze voedsel kunnen zoeken, maar waar ze ook kunnen schuilen. Als ze dan weer groter worden zie je ook dat hun natuurlijke vijanden veranderen. In eerste instantie zijn dat organismen die in het water zitten, maar dat verschuift bijvoorbeeld naar vogels. Al deze fasen stellen eisen aan de leefomgeving. De leefomgeving moet voldoende variatie hebben. Dit noemen we habitat diversiteit”.
The proof of the pudding
Bij Deltares kijkt Tom vooral naar het herstel van zoetwatersystemen. Denk bijvoorbeeld aan vragen zoals: is er voldoende habitat variatie? Zijn leefgebieden goed verbonden en welke herstelmaatregelen zijn nodig?
Om te onderzoeken of deze maatregelen daadwerkelijk effect hebben is veldonderzoek nodig. Dat onderzoek wordt vaak gedaan door promovendi vanuit Wageningen, begeleid door Tom. “Het grote voordeel hiervan is dat de universiteit de ruimte en mogelijkheid biedt om vier jaar lang diepgaand onderzoek te doen naar een onderwerp”, vertelt Tom “Die ruimte hebben wij binnen projecten vaak niet. Daarom vullen beide werelden elkaar goed aan. Wageningen biedt specialistische kennis en diepgaand onderzoek. Deltares systeemkennis, praktijkervaring en interdisciplinair werken samen”.
“Deltares is geen instituut dat gespecialiseerd is in vissen. Wij richten ons vooral op het creëren van de juiste abiotische omstandigheden. Het creëren van de omstandigheden zodat ecologisch herstel kan plaatsvinden. Maar daarvoor hebben we samenwerking met andere partijen nodig waar meer ecologische kennis zit. In Wageningen zit die kennis. Deels bij de universiteit en deels ook bij Wageningen Marine Research, waar ik ook heel nauw mee samenwerk in dit kader. “
Tom legt het uit met het Engelse spreekwoord “the proof of the pudding is not in the making, but in the eating”: “De ‘making’ is bijvoorbeeld: we leggen nevengeulen en de ‘eating’ is dat je kijkt: maken de vissen er ook gebruik van, zien we daar een herstel optreden?”
Beide werelden vullen elkaar goed aan. Wageningen biedt specialistische kennis en diepgaand onderzoek. Deltares systeemkennis, praktijkervaring en interdisciplinair werken samen.
Tom Buijse
Haringvlietsluizen
Een voorbeeld van deze samenwerking is het project rond de Haringvlietsluizen. Die dam met sluizen is aangelegd om Nederland te beschermen tegen stormen vanuit zee en overtollig rivierafvoer te spuien. Door deze sluizen veranderde het Haringvliet van een estuarium (een overgangsgebied waar rivieren uitmonden in zee) naar een zoetwaterreservoir. Ze vormen hierdoor ook een barrière voor trekvissen die vanuit zee de Rijn en Maas willen optrekken.
In 2018 is experimenteel onderzoek een nieuwe beheerstrategie gestart: het “Lerend implementeren Kierbesluit Haringvliet. Daarbij speelden twee vragen:
- Hoe kunnen we gecontroleerd zout water toelaten in het Haringvliet zonder problemen voor de zoetwatervoorziening?
- Profiteren trekvissen daadwerkelijk van het aangepaste beheer?
Voor het onderzoek zijn twee expertgroepen door Rijkswaterstaat geïnitieerd. Een onderzoekt de gevolgen door de zoutindringing door het inlaten van water en in welke mate dit beheersbaar blijft zonder de zoetwatervoorziening vanuit het Haringvliet in gevaar te brengen (verzilting). De andere of en hoe trekvissen hiervan profiteren (natuur). Een of twee keer per jaar komen beide groepen samen om hun ervaringen en voortschrijdend inzicht te delen, die de basis vormen om het beheer voor beide vraagstukken te optimaliseren. Vanuit Deltares zit Tom in de expertgroep Natuur. Collega Wouter Kranenburg zit in de expertgroep Verzilting.
Daarnaast doet Melanie Meijer zu Schlochtern een promotieonderzoek in Wageningen waarbij trekvissen (Atlantische zalm, zeeprik, Noordzeehouting, zeeforel) worden uitgerust met akoestische zenders. Door deze zenders in vissen en ontvangers aan de boeien van Rijkswaterstaat zowel in het Haringvliet als in de voordelta te bevestigen, kunnen we volgen wanneer en onder welke omstandigheden de vissen het Haringvliet binnenkomen. Zo wordt onderzocht of het aangepaste beheer daadwerkelijk bijdraagt aan vismigratie.

Trekvissen in de Donau
Een ander belangrijk voorbeeld is het Europese project Danube Lifelines. Dit project richt zich op het herstel van trekvissen in het stroomgebied van de Donau. Het doel van dit project is onder andere om barrières voor vismigratie weg te nemen, de connectiviteit van het watersysteem te verbeteren en leefgebieden te herstellen.
Tom werkt vanuit dit project samen met Wageningen University & Research. Een van de onderzoekers, Panos Panagiotopoulos, die hij eerder als promovendus heeft begeleid en meewerkt aan dit project, werkt inmiddels deels bij Deltares en deels bij de universiteit. Daardoor kan hij gebruikmaken van zowel de ecologische expertise van Wageningen als de kennis van Deltares op het gebied van habitat modellering en rivierbeheer.
Voordelen voor beide partijen
Zo’n samenwerking tussen twee kennisinstituten biedt kansen, kennis en mogelijkheden voor beide partijen. Tom: “Bij Wageningen kan ik dingen doen die binnen Deltares moeilijker zijn. Promovendi krijgen vier jaar de tijd om zich volledig in een onderwerp te verdiepen. Dat levert kennis op die wij later weer kunnen gebruiken in onze projecten en modellen. Daarnaast vormt die groep promovendi ook een potentiële bron van toekomstige collega's.
Omgekeerd kan ik vanuit mijn ervaring bij Deltares promovendi helpen om hun onderzoek in een bredere context te plaatsen. Binnen Deltares werken we integraal en interdisciplinair. Daardoor kan ik helpen onderzoeksresultaten te verbinden aan maatschappelijke opgaven en praktijkvragen.
Voor Wageningen brengt Deltares vooral systeemkennis en modelkennis in. Een voorbeeld daarvan is onderzoek naar de leefomstandigheden van jonge steuren in de Rijn, waarbij we modellen gebruikten om het traject van Keulen tot de Noordzee door te rekenen.”
Begeleiden van promovendi
Een van de dingen waar Tom veel plezier uit haalt is het begeleiden van promovendi. “Sinds 2020 begeleid ik er elf. Drie daarvan zijn inmiddels gepromoveerd en één staat op het punt zijn proefschrift in te leveren.”
Zijn aanstelling als hoogleraar is vorig jaar verlengd. Dat verliep zonder discussie, zowel bij Deltares als aan de kant van de universiteit: “Dat zie ik als een bevestiging dat de samenwerking goed werkt”.
De band die hij opbouwt met zijn promovendi door de jaren heen, is iets waar Tom veel voldoening uithaalt: “Het begeleiden van promovendi gaat veel verder dan alleen inhoudelijke begeleiding. Je begeleidt iemand vier jaar lang. Daarbij hoort ook een coachende rol. De beloningen van wetenschappelijk onderzoek liggen vaak ver in de toekomst. Een eerste wetenschappelijke publicatie kan soms pas na twee of zelfs tweeënhalf jaar verschijnen.”
Hoe hij zijn rol invult? “Ik probeer een open en laagdrempelige relatie op te bouwen met de promovendi. Ik ben vooral een supporter, een ondersteunende rol om hen te helpen om zo te groeien in zo'n promotietraject. Tot nu toe is niemand gestopt. Sommige mensen doen er wat langer over, maar over het algemeen verloopt het goed.”

Van elkaar leren
Tom mag dan wel de begeleider zijn, zelf leert hij ook nog genoeg van zijn promovendi: “Promovendi hebben mijn kennis enorm verrijkt. Ze werken bijvoorbeeld met nieuwe analysetechnieken, AI-toepassingen en onderzoeksmethoden waar ik zelf niet dagelijks mee bezig ben. Ook leer ik veel van nieuwe technieken, zoals het gebruik van akoestische zenders om vissen te volgen. Door jarenlang betrokken te zijn bij zulke onderzoeken leer je veel meer dan wanneer je alleen een presentatie over de resultaten krijgt. We proberen onderzoek bewust niet volledig dicht te timmeren. Er moet ruimte zijn voor nieuwe inzichten en innovatie”.
Kennis toepassen in de praktijk
“Een belangrijke persoonlijke drijfveer is dat onderzoeksresultaten daadwerkelijk gebruikt worden. Dat was al zo tijdens mijn eigen promotieonderzoek in de visserijbiologie en dat geldt nog steeds. De projecten waar ik aan werk moeten bijdragen aan beter waterbeheer, natuurbeheer en visserijbeheer. We willen weten welke herstelmaatregelen goed werken en welke maatregelen nog verbeterd moeten worden. Die kennis is belangrijk voor de Kaderrichtlijn Water, maar ook voor de Europese natuurherstelverordening.”
“Dat is met de projecten die we bij de Deltares doen het geval, maar ook met de promotieonderzoeken die ik begeleid. Die hebben als doel om het waterbeheer en het natuurbeheer en ook het visserijbeheer te dienen met nieuwe kennis.”
Een project is volgens Tom dus pas geslaagd wanneer kennis daadwerkelijk gebruikt wordt. “Daarom werken we binnen promotieonderzoeken ook nadrukkelijk samen met waterbeheerders zoals Rijkswaterstaat en waterschappen. Je merkt dat zij de nieuwe inzichten waarderen en daadwerkelijk gebruiken. Dat maakt het werk waardevol.”