Wel en wee op de Noordzee
De Noordzee is het drukste zee natuurgebied van Europa. Met 250.000 scheepsbewegingen, rond de 2.600 operationele windturbines, honderden Natura 2000 gebieden en duizenden beroepsvissers is deze 570.000 vierkante km zee al best goed bezet. Door verschillende transities die op land worden afgesproken lijkt het er zeker niet rustiger op te worden. Wat betekent dit voor de kennisvragen?
“Bijvoorbeeld bij windparken horen kabels, leidingen, energieknooppunten op vaste of drijvende eilanden of omzetting naar groene waterstof op zee. Dat vraagt om ruimte maar zeker ook om kennis waar dit het beste past. Daarover zijn internationale afspraken en afstemming nodig” zegt Sharon Tatman, mariene ecoloog.
Zij werkt al 25 jaar aan projecten over de Noordzee. Sharon onderzocht de impact van grote en kleinere ingrepen. Ze deed mee aan de ‘vliegveld op zee studie’ eind jaren 1990 en merkte dat het voor grote ontwikkelingen op de Noordzee nodig is kennis te ontwikkelen maar vooral te delen.
Sharon: “Wat mij bezighoudt is hoe je data en kennis zo aanbiedt dat het transparant is en beleidsmakers ondersteunt in hun verhaal. Want hoe dan ook knelt het ruimtegebruik op de Noordzee en er moeten net als op land, keuzes worden gemaakt. Die worden vaak autonoom gemaakt, maar afstemming blijft evident. De Noordzee grenst aan verschillende Europese landen, heeft veel gebruikers maar is één natuurlijk systeem."

Drie jaar geleden zijn we begonnen met een kennisuitwisselingsplatform gebaseerd op data voor het Nederlandse deel van de Noordzee. Nu zijn we dit platform aan het uitbreiden voor alle landen rondom de Noordzee. De landen gebruiken de Noordzee voor bijvoorbeeld wind op zee, voor scheepvaart, visserij en natuur en kritieke infrastructuur. Cybersecurity en defensie worden ook steeds belangrijker”.
Al deze activiteiten beïnvloeden elkaar, gebruiken het natuurlijke systeem en vragen daar om ruimte maar vooral balans. Belangrijk is dat landen bereid zijn data te delen. Het is ook lastig als je van elkaar niet weet waar je ruimte claimt en hoe je daar anderen bij betrekt. Wil je oog hebben voor een gezonde zee dan kun je bijna niet anders”
Deltares levert haar kennis over de Noordzee nu aan het Greater North Sea Basin Initiative (GNSBI), hierin proberen de verantwoordelijke ministeries en instanties van verschillende Noordzeelanden gecoördineerde plannen op de Noordzee af te spreken. Ze kijken daarbij nadrukkelijk ook naar alle sectoren die gebruik maken van deze zee. We visualiseren bijvoorbeeld de data die beschikbaar is.
Sharon: “We hebben de kennis in huis om dataplatformen te maken met verschillende webviewers. Die webviewers geven gerichte toegang aan de gebruikers van dataspecialisten tot beleidsmakers. Voor volgend jaar werken we aan een encyclopedisch deel voor een nog breder publiek. Ook interactiviteit van dit systeem is relevant; een eerste inschatting maken van een ingreep is een wens. Omdat alle informatie bij een organisatie onderbrengen uiteindelijk toch kwetsbaar is, zijn we voor de continuïteit in overleg over een user case bij EDITO. De databestanden over de Noordzee zijn enorm en dat de data op Europese cloud-omgeving bewaart wordt is gezien de huidige geopolitiek ook niet onbelangrijk."
Sharon eindigt: “We vergeten vaak dat het Nederlandse deel van de Noordzee het grootste natuurgebied is dat we hebben. De Nederlandse Noordzee is 1,5 keer zo groot als ons hele land. Ik hoop dat we met een beter inzicht over de consequenties van ons gebruik ook beter op dit gebied kunnen letten. Want uit het laatste OSPAR onderzoek blijkt dat het niet goed gaat met deze natuur.
Dat Noordzee natuurgebied daar knelt het
“Er is nog een belangrijke reden om zuinig te zijn op de gezondheid van de Noordzee” zegt Luca van Duren, mariene ecoloog met 15 jaar ervaring op de Noordzee. “50% van de zuurstof op aarde wordt door de zee geleverd. De Noordzee is geen grote zee, maar wel erg productief. Daarnaast levert de Noordzee ons gezond voedsel, goede en natuurlijke producten. Daar mag wel wat waardering tegenover staan.”
Samen met Wageningen Marien staat ze garant voor de wetenschappelijke kwaliteit van het Natuurherstel programma Noordzee van het Ministerie van LVVN.

Op het gebied van de natuur knelt het, dat moeten we ons persoonlijk aantrekken, maar daarnaast is er ook EU wetgeving waar we als Nederland afspraken over hebben. Tot een aantal jaren werd 99,6% van het Nederlandse continentaal plat minstens één keer per jaar omgeploegd door boomkorvisserij. Dat gebeurde ook in gebieden die onder Natura2000 richtlijnen waren aangewezen als natuurgebieden.
Elk land kon deze richtlijnen zelf invullen. In Nederland koos men er voor geen nieuwe activiteiten in deze gebieden toe te staan (zoals windparken) maar mocht alle ‘bestaand gebruik’ zoals visserij, gewoon doorgaan. In sommige andere landen mochten in deze gebieden wel windparken gebouwd worden, maar werd visserij aan banden gelegd.
Volgens de nieuwe Natuurherstelwet moet in 2030 minstens 30% van de zeebodem beschermd worden, waarvan een derde strikte bescherming. Die 10% van het NCP moet echt natuurgebied zijn, en mag dus ook geen windpark of zeewierboerderij bevatten.
Die andere 20% moet ook gevrijwaard zijn van boomkorvisserij, zandwinning en andere zaken die de bodem aantasten, maar dat mag wat vrijer worden ingevuld. Deze wetgeving biedt dus kansen voor de natuur, zeker voor soorten die een belangrijke functie hebben in het ecosysteem, maar verdwenen zijn door visserij, zoals de platte oester.
Windparken kunnen daar ook een rol in spelen, deels omdat die niet bevist worden met boomkorren. Daarnaast is er mogelijk winst te behalen door die windparken “natuur-inclusief” te bouwen. Je kunt bijvoorbeeld proberen om vestiging van oesters te stimuleren binnen windparken, of de steenbestorting zo te ontwerpen dat krabben, kreeften en vissen er meer schuilplaatsen vinden.
Natuurinclusief bouwen is echter geen vervanging voor het instellen van natuurgebieden. Eigenlijk moet je voor natuurherstel vooral de natuur de kans geven zelf haar gang te gaan. De natuur is erg weerbaar. In veel gevallen geldt: als je de menselijke activiteiten achterwege laat, volgt herstel vanzelf.
Als je mij vraagt welke kennis we nu echt verder moeten ontwikkelen voor natuurbescherming dan is dat de kennis over het voedselweb en de effecten op de beschermde diersoorten. Plankton is de basis van het voedselweb. Uiteindelijk zijn alle soorten daarvan afhankelijk. Hoe werken effecten op plankton door op beschermde soorten? We weten dat alle activiteiten op de Noordzee consequenties hebben voor het plankton. Daarover hebben we steeds meer informatie uit onderzoeksprogramma’s.
Maar wat hiervan de gevolgen zijn voor bijvoorbeeld de kabeljauw, de zeehond of de Jan-van-Gent, dat is erg moeilijk vast te stellen. Wat betreft nieuwe kennis verwacht ik veel van waarnemingstechnologie zoals onderwaterdrones, en de informatietechnologie. Interdisciplinair werken is leerzaam maar ook noodzakelijk met de complexe vragen die er zijn.

Digitale Noordzee confronteert met vragen en keuzes
Arjen Luijendijk is kustwaterbouwkundige bij Deltares. “Voor de kustveiligheid is zand belangrijk en dat komt uit het ‘ondiepe’ deel van de Noordzee van Nederland. In het potentiële winningsgebied vragen ook andere activiteiten ruimte, windmolenparken bijvoorbeeld. Wat betekent dit op den duur voor de zandwinning? Ik werk veel met data en modellen en het is voor de praktische toepassing van waarde als je beleidsmakers en beslissers voedt met relevante informatie.
De Virtual Climate Lab (VCL) is daarvoor bij uitstek geschikt. Op een 3D maquette worden met kleuren diverse informatielagen gepresenteerd waardoor vragen, knelpunten en keuzes zichtbaar worden gemaakt. Die lagen gaan bijvoorbeeld over bodemprofiel, golven, stroming, ecologie, veiligheid, ruimtelijke ordening, eigenlijk alles wat belangrijk is in die bepaalde fysieke omgeving. Voorwaarde is wel dat je over data beschikt. Op een bijbehorend scherm presenteren we de verdiepende gegevens.
De informele setting van zo’n tafel blijkt heel goed te werken. In gesprek met elkaar wordt al gauw meer praktische kennis en ervaringen gedeeld. We hebben dit nu gemaakt voor de Noordzee en dit is al beproefd met de GNSBI. Het is wel belangrijk dat organisaties en landen hun data willen delen, en een goede moderator is belangrijk.
Iemand met verstand van zaken die vooraf kan inschatten waar de complexe vragen liggen en diverse scenario’s kan begeleiden. Zoals gezegd als EDITO interesse heeft dan dragen we het Noordzee deel aan hen over zodat het voor alle Europese Noordzeelanden beschikbaar is.”
Lorinc Meszaros, expert digitale informatievoorziening kust en zee bij Deltares en projectleider EDITO: "Het Noordzee Kennismanagement platform als initiatief van GNSBI, ook wel het Compendium, is de digitale versie van de Noordzee VCL. Deze Noordzee VCL wordt overgezet naar het European Digital Twin Ocean (EDITO) platform. Het is daarom een win-winsituatie voor zowel het Noordzee Compendium als EDITO."
"Het Noordzee Compendium krijgt daarmee een continue en kosteloos hostplatform met een krachtig digitaal ecosysteem eromheen, en EDITO krijgt een van de eerste digitale toepassingen die gezamenlijk is ontwikkeld en verkend met hooggeplaatste beleidsmakers uit de Noordzeelanden. In een recent toegekend Horizon Europe project, genaamd OCEANITY, gaan we werken aan een interactieve digitale twin van de Noordzee. Hierin kun je niet alleen vooraf berekende scenario’s (datalagen) visualiseren, maar ook direct what-if scenario’s genereren. Dat vereist meerdere simulatie enginecomponenten en rekenkracht en die is beschikbaar binnen EDITO.
De VCL-technologie is bij Deltares ook al in andere omgevingen toegepast onder andere voor zoetwaterbeschikbaarheid op Terschelling en stedelijke ondergrond. Op dit moment wordt er voor de Maas delta gewerkt aan meer interactiviteit op de tafel voor een ruimtelijke planning waarin men graag wil zien wat de effecten zullen zijn van bepaalde aanpassingen.