Invloed van klimaatvariaties en grondwaterstanden op gebouwschade

Klimaatvariaties kunnen niet ‘op eigen kracht’ hebben geleid tot recente gebouwschade door uitzonderlijk lage grondwaterstanden, blijkt uit onderzoek van Deltares. “Wel is het mogelijk dat deze variaties in combinatie met andere invloedsfactoren, zoals veranderingen in landgebruik, drainage of peilbeheer hebben gezorgd voor uitzonderlijke lage grondwaterstanden”, volgens Jelle Buma, specialist stedelijk grondwater bij Deltares.

In opdracht van de Technische Commissie Bodembeweging (Tcbb) heeft Deltares gekeken naar fluctuaties en trends in de grondwaterstanden als gevolg van klimaatvariaties in de periode 1950-2014, in relatie tot het optreden van gebouwschade in Nederland. Op basis van dit rapport kan de Tcbb bepalen of de effecten van klimaatvariaties wel of niet meegenomen moeten worden in de beoordeling van schadegevallen.

Het kaartje laat zien in welk jaar de laagste grondwaterstanden werden berekend, alleen uitgaande van het historische verloop van neerslag en verdamping tussen 1950 en 2014. Het blijkt dat we in grote delen van Nederland ver terug moeten in de tijd.

Verschillen in hoe grondwater reageert op droge en natte perioden

Het klimaat beïnvloedt via neerslag en verdamping de grondwaterstand. Een droge periode leidt tot lage grondwaterstanden, een natte periode tot hoge grondwaterstanden. Dit klinkt trivialer dan het is. Een voorjaarsdroogte heeft een ander effect dan een droogte in de nazomer. Ook zijn er grote verschillen binnen Nederland. De Veluwe heeft bijvoorbeeld een lang ‘grondwatergeheugen’. Eén droge zomer heeft daar minder invloed op het grondwater dan in een polder, waar zelfs dagelijkse variaties effect kunnen hebben.

Aanpak met Nederlands Hydrologisch Instrumentarium

De doorwerking van het klimaat naar grondwaterstanden hebben we berekend met de landelijke toepassing van het Nederlandse Hydrologische Instrumentarium ((NHI). Daarin zijn de ondergrond en het watersysteem van heel Nederland geschematiseerd. In het model houden we rekening met onder meer de snelheid waarmee water wordt afgevoerd door drainagebuizen, greppels en sloten. Voor de periode 1950 tot 2014 is uitgerekend in welke jaren uitzonderlijk hoge of lage grondwaterstanden optraden. Daarbij zijn wij uitgegaan van het historische verloop van neerslag en verdamping, maar zijn aspecten als landgebruik, peilbeheer en grondwateronttrekkingen constant gehouden, overeenkomend met de huidige situatie. Op deze wijze kan de invloed van klimaat op de grondwaterstand eenduidig worden bepaald, zonder dat verschillende effecten door elkaar lopen.

Stijgende grondwaterstanden onder invloed van klimaatvariaties

Er is niet alleen naar lage maar ook naar hoge grondwaterstanden gekeken. Op lange termijn is er in grote delen van Nederland sprake van stijgende grondwaterstanden onder invloed van klimaatvariaties. Dit kan in de laatste 20 tot 30 jaar hebben geleid tot uitzonderlijk hoge grondwaterstanden. Verhoogde grondwaterstanden als gevolg van klimaatvariaties kunnen daarom een (mede-)oorzaak zijn van gebouwschade in de laatste decennia.  Overigens leiden uitzonderlijk hoge of lage grondwaterstanden niet per se tot gebouwschade. Dit hangt ook af van de funderingswijze en kenmerken van het gebouw. Het is dan ook niet mogelijk om alleen op basis van dit rapport de oorzaken van individuele schadegevallen vast te stellen.