Regio Deal bodemdaling Groene Hart

De aanpak van bodemdaling vraagt om samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen, agrarische sector, bewoners en bedrijfsleven. Binnen de Regio Deal bodemdaling Groene Hart werken al  deze partijen samen om bodemdaling de baas te worden o.a. door innovatieve experimenten en slim samen te werken.

“Met het bodemdalingsonderzoek dat we in de Regio Deal doen geven we een flinke boost aan het meten van bodemdaling in Nederland”, aldus Saskia Hommes, onderzoeker bij Deltares. De informatie, data en kennis uit o.a. de veldmetingen  en monitoring maken een belangrijk onderdeel uit van het totale bodemdalingsonderzoek bij Deltares. Op basis van betrouwbare, transparante en objectieve data en informatie kunnen beleidsmakers afgewogen beslissingen maken. Hierbij gaat het niet alleen om voorspellings- en rekenmodellen waarmee de gevolgen van bodemdaling in beeld brengen, maar ook om effectieve maatregelen die bodemdaling tegen kunnen gaan.  De kennis en ervaringen die worden opgedaan in de Regio Deal  is niet alleen relevant voor het Groene Hart, maar ook toepasbaar op andere plaatsen in Nederland en buitenland.

Deltares is binnen de Regio Deal bodemdaling Groene Hart betrokken bij verschillende experimenten en is trekker van de drie projecten:  Bodemdaling in kaart en kijken in de bodemen, Voorspelling bodemdaling en ondergrondmodel Groene Hart, Groene Hart Regio informatievoorziening bodembeweging. Daarnaast adviseert Deltares gemeenten binnen de Regio Deal bij het inrichten van proefvakken om de bodemdaling te monitoren in een negental projecten waar de gemeenten innovatieve ophoogmaterialen toepassen bij de renovatie van sterk verzakte wegen en fietspaden.

Bodemdaling in kaart en kijken in de bodem

Eén van de bodemdalingmeetlocaties.

Bodemdalingen en -bewegingen exact volgen en de oorzaken ervan kunnen achterhalen is belangrijk. Ook voor het doen van betrouwbare voorspellingen. Dit project bouwt voort op recent ontwikkelde methoden op het gebied van radarsatellietmetingen (InSAR) én extensometers. Met een extensometer wordt de bijdrage van verschillende processen vastgesteld door op verschillende diepten met sensoren de verticale bodembeweging te meten. Het geeft antwoorden op vragen als: waar vindt de bodemdaling plaats, hoe snel gaat het en verloopt het constant in tijd en locatie. Ook wordt duidelijk wat de invloed is van weer en klimaat, van het landgebruik en van verschillen in grondwaterpeilbeheer. Met deze data krijgt men in Het Groene Hart veel meer inzicht in effecten op bodembewegingen en kan er draagvlak gecreëerd worden voor te nemen bestuurlijke maatregelen.

Visualisatie bodemdaling meten met extendometer

Visualisatie van hoe bodemdaling wordt gemeten met een extensometer

 

Voorspelling bodemdaling en ondergrondmodel Groene Hart

In veenweidegebied nemen overheden en beleidsmakers hun besluiten graag met betrouwbare voorspellingen van bodemdaling. Denk aan zettingen bij bouwprojecten, maar ook aan voorspellingen van maaiveldhoogtes over de komende decennia. Deze data is vaak niet beschikbaar.

Dit project wil betere voorspellingen van bodemdaling aanreiken. Voor de regio van het Groene Hart wordt op twee fronten gewerkt aan een verbeteringsslag. Met meer inzicht in de verdeling van slappe bodemlagen in de ondergrond (geologisch model). En via verbetering van de parametrisatie en eventueel de procesbeschrijving van de rekenmodellen.

Ondergrondmodel Groene Hart

Voorbeeld van ondergrondmodel Groene Hart.

 

Groene Hart Regio informatievoorziening bodembeweging

Vanuit regionale overheden, maar ook vanuit het bedrijfsleven en inwoners bestaat er een grote vraag naar informatie rondom beweging van de bodem. Deze informatie is van belang om keuzes te kunnen maken over het al dan niet beperken van bodemdaling op basis van juiste informatie. Of om simpelweg inzicht te krijgen in de omvang van het probleem. Er is op dit moment geen gezamenlijke plek waar de belangrijke bodemdalingsdata vindbaar, herbruikbaar en gedocumenteerd is te vinden. Terwijl er wel steeds meer bodemdalingsdata- en informatie wordt gepubliceerd. Binnen het project Groene Hart Regio Informatievoorziening Bodembeweging werken we aan een centrale plek waar informatie en data over bodembeweging toegankelijk wordt gemaakt.
Onder de naam Groene Hart Regio Informatievoorziening Bodembeweging (GHRIB) werkt een aantal kennisinstellingen en universiteiten (de BIG5) aan een zogenaamd functioneel ontwerp van een informatievoorziening. Hierin staat beschreven wat de ontwikkelaars gaan maken. De BIG5 bestaat uit de Technische Universiteit Delft, Universiteit Utrecht, Deltares, TNO-Geologische Dienst Nederland, Wageningen Environmental Research.

Het project beoogt uiteindelijk de oprichting van een centrale plek met informatie en data over beweging van de bodem voor het Groene Hart. In de Groene Hart Regio Informatievoorziening Bodembeweging is er plaats voor al ontwikkelde data en informatie. Ook is er nadrukkelijk plaats voor de resultaten die worden verkregen bij de uitvoering van de Regio Deal bodemdaling Groene Hart. Op deze manier worden data en informatie voor een brede groep gebruikers aangeboden. De GHRIB moet transparant, open, objectief en goed bruikbaar worden. Het wordt een publieke voorziening en de informatie moet herkenbaar zijn door de hoge kwaliteit. De informatie zal steeds weer worden geactualiseerd. In de eerste fase van het project wordt het functioneel ontwerp van de informatievoorziening gemaakt en de informatiebehoefte in kaart gebracht. Daarnaast zal een test worden gedaan voor een specifieke praktijksituatie om de werking van de informatievoorziening te laten zien. Het functioneel ontwerp kan in fase 2 gevuld worden met bestaande data en informatie, die vaak al aanwezig is bij de (regionale) overheden in het Groene Hart.

Uitbreiding monitoring proefvakken infrastructuur

De gemeentes in het Groene Hart ervaren dat het beheer en onderhoud van infrastructuur op slappe bodem twee keer zo duur is als infrastructuur op vaste grond. Tevens heeft dit intensieve beheer en onderhoud een mindere kwaliteit van de openbare ruimte met veel overlast voor inwoners en ondernemers tot gevolg. Voor gemeenten is de korte levensduur van projecten op slappe bodem een enorme last op de ambtelijke organisatie en de gemeentelijke financiën. Een oplossing is het verlengen van de levensduur van deze infrastructuur door gebruik te maken van innovatieve licht gewicht ophoogtechnieken om infrastructuur te funderen.
Op dit moment is er onvoldoende kennis en data om het gedrag van deze innovatieve ophoogtechnieken betrouwbaar te voorspellen. Als gevolg hiervan ontstaat er onzekerheid over de toepassing van innovatieve ophoogtechnieken. Op haar beurt leidt dit weer tot een beperkte toepassing van deze technieken, terwijl de verwachting is dat die op de langere termijn significante kostenreducties opleveren in beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Daarnaast zal ook de kwaliteit van de openbare ruimte aanzienlijk verbeteren, met minder hinder voor bewoners en bedrijven.

In het regiodeal project ‘Uitbreiding en monitoring van proefvakken’  staat het genereren van nieuwe kennis en ervaringen de onzekerheden over innovaties ophoogmaterialen voor wegen en fietspaden zoveel mogelijk wegnemen. Het omvat de aanleg van zeven proefvakken met testmethoden bij de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk. Deltares adviseert gemeenten bij het inrichten van proefvakken om de bodemdaling te monitoren in een negental projecten waar innovatieve ophoogmaterialen worden toegepast bij de renovatie van sterk verzakte wegen en fietspaden. Met een extensometer wordt de bijdrage van verschillende processen vastgesteld door op verschillende diepten met sensoren de verticale bodembeweging te meten. Het geeft antwoorden op vragen als: waar vindt de bodemdaling plaats, hoe snel gaat het en verloopt het constant in tijd en locatie. Met deze data krijgt wordt meer inzicht verkregen in de mogelijkheden om innovatieve ophoogtechnieken toe te passen en kan er draagvlak gecreëerd worden voor de toepassing van deze technieken. Proefvakken worden gerealiseerd in de gemeenten Boskoop (4), Krimpen aan den IJssel, Krimpenerwaard, Reeuwijk en Stichtse Vecht en Woerden.

Bij de renovatie van de Lecksdijk in Reeuwijk, één van de proefvakken, zijn wilgentakken gebruikt voor de ophoging. Hierbij is teruggegrepen op technieken die die eerder door de Romeinen zijn toegepast.