Derde jaar op rij: kans op lage grondwaterstanden in de zomer

Gepubliceerd: 4 mei 2020

Anderhalve maand geleden stond het water nog op de velden en stroomden de Nederlandse rivieren ver buiten de reguliere oevers. De afgelopen weken waren er veel berichten over een toenemend watertekort voor de natuur en de landbouw. Hoewel we niet weten hoeveel regen de komende weken gaat vallen, kan met het Landelijk Hydrologisch Model wel een prognose worden gemaakt van de grondwaterstanden. Hieruit blijkt dat de kans op (te) lage grondwaterstanden deze zomer aanwezig is, ook als de weersomstandigheden omslaan naar ‘normaal’ voor de tijd van het jaar.

Natte winter, droog voorjaar

De winter van 2019/2020 was erg nat. Vanaf half maart heeft het nauwelijks geregend. Het neerslagtekort sinds 1 april is inmiddels rond de 80 mm, een stuk droger nog dan in voorgaande droge jaren zoals 1976 en 2018. Daarbij was er een erg droge lucht en veel wind. Dit heeft gezorgd voor relatief veel verdamping. De snelle verandering is bijvoorbeeld te zien aan de vochtigheid van de bovenste laag van de Nederlandse bodems die belangrijk zijn voor de groei van planten en gewassen. Deze bodems zijn in een korte periode omgeslagen van nat naar droog (Figuur 1).

De verwachting van het KNMI is dat het in ieder geval voorlopig ook overwegend droog blijft. Of er medio mei voldoende regen gaat vallen, weten we niet. Agrariërs, water- en natuurbeheerders maken zich zorgen over een mogelijk de derde droge zomer op rij.

Figuur 1: Toestand van het bodemvocht begin maart 2020 (links) en half april (rechts). Beide figuren tonen het relatieve vochtgehalte in de bovenste bodemlaag ten opzichte van de periode 2015 t/m 2019 op basis van (SMAP) satellietmetingen. Bron: Pezij, M.

Situatie aan het einde van afgelopen winter

De natte wintermaanden zorgden voor een flinke aanvulling van het ondiepe grondwater (het grondwater dat zich dicht onder het maaiveld bevindt) (Figuur 2).

Figuur 2: Tijdreeks van een grondwatermeetpunt in het Land van Maas en Waal nabij Wamel voor de periode 1 januari 2020 – 15 april 2020 (bron: www.grondwaterstand.nl).

In grote delen van Nederland steeg het ondiepe grondwater op veel plekken tot boven de gebruikelijke waarden voor de tijd van het jaar (Figuur 3, links). In hoger gelegen zandgebieden zoals de Veluwe en de Sallandse Heuvelrug reageren de grondwaterstanden langzaam en zijn daarom nog niet overal hersteld. Ook in het diepe grondwater zijn de effecten van de droge zomers van 2018 en 2019 nog zichtbaar in delen van zuid en oost Nederland (Figuur 3, rechts): in deze gebieden stond de diepe grondwaterstand op 15 maart tot wel een meter lager dan gemiddeld in eenzelfde periode in voorgaande jaren. Dit betekent dat de grondwatervoorraden in deze delen van het land aan het einde van de winter nog niet volledig waren aangevuld.

Figuur 3: Toestand van het grondwater op 15 maart 2020, grondwaterstand ten opzichte van langjarig gemiddelde voor deze datum. Links: ondiepe grondwater; rechts: diepe grondwater. Bron: berekeningen met het Landelijk Hydrologisch Model.

Extreme droogte en erfenis van 2018/19

Door de ongebruikelijk droge start van het voorjaar 2020 zijn de opgebouwde regenwateroverschotten van begin dit jaar dus grotendeels verdampt en de grondwaterstanden in bijna heel Nederland snel gedaald (Figuur 2 en Figuur 4). De ondiepe grondwaterstanden vertonen na de neerslag van de afgelopen week een gevarieerd patroon: in delen van het land zijn de grondwaterstanden rond de normale standen voor de tijd van het jaar. In de zandgebieden zijn de grondwaterstanden echter centimeters tot lokaal meer dan een meter lager dan normaal voor de tijd van het jaar. Op sommige plekken ook lager dan in 2018 rond deze tijd. Naast de extreme droogte dit voorjaar, speelt in delen van zuid en oost Nederland mee dat het diepe grondwater gedurende de winter nog niet geheel is hersteld van de droge jaren 2018/19 (Figuur 3, rechts). Hierdoor sijpelt het ondiepe grondwater sneller dan normaal door naar de diepere grondlagen.

Figuur 4: Prognose ondiepe grondwater situatie op 1 mei 2020. Links: grondwaterstand ten opzichte van langjarig gemiddelde op 1 mei; midden: grondwaterstand opzichte van grondwaterstand op 1 mei 2018; rechts: grondwaterstand opzichte van grondwaterstand op 1 mei 2019. Bron: berekeningen met het Landelijk Hydrologisch Model.

Grondwaterstanden nog lager dan in 2018

Uit onze prognoseberekeningen voor mei en juni blijkt dat, ook als het de komende maanden weer gaat regenen (zoals in een normaal jaar), de grondwaterstanden in sommige delen van het land lager blijven dan gebruikelijk voor de tijd van het jaar (Figuur 5).

Figuur 5: Prognose van het ondiepe grondwater in 2020 ten opzichte van het langjarig gemiddelde bij een gemiddeld neerslagtekort in mei en juni. Links: verschil in grondwaterstand op 1 juni; rechts: verschil in grondwaterstand op 1 juli. Bron: berekeningen met het Landelijk Hydrologisch Model.

In het geval het voorjaar relatief droog blijft, krijgen we deze zomer waarschijnlijk weer te maken met grondwaterstanden die in grote gebieden van Nederland onder de gebruikelijke waarden blijven (Figuur 6). Zonder aanvullende maatregelen kunnen dan watertekorten optreden met als gevolg mogelijke economische schade voor de landbouw, achteruitgang van natuur, droogvallende beken, bodemdaling en verslechtering van de toestand van het diepe grondwater in het zuiden en oosten van Nederland.

Figuur 6: Prognose van het ondiepe grondwater in 2020 ten opzichte van het langjarig gemiddelde bij een hoog neerslagtekort in mei en juni. Links: verschil in grondwaterstand op 1 juni; rechts: verschil in grondwaterstand op 1 juli. Bron: berekeningen met het Landelijk Hydrologisch Model.