Droogte in Nederland: uitdaging voor het waterbeheer

Gepubliceerd: 20 juli 2018

Het is al weken droog in Nederland. Het is lekker zomers weer en we sproeien dagelijks de tuin. Maar we zien ook dat beken droogvallen, dat boeren moeten beregenen, dat er meer gras- en heidebranden ontstaan, en dat drinkwaterbedrijven oproepen tot zuiniger watergebruik. In sommige, hoger gelegen, delen van Nederland geldt zelfs een beregenings- en onttrekkingsverbod. Naar deze hoger gelegen gronden kan geen water vanuit de rivieren worden aangevoerd, en moet water zoveel mogelijk worden vastgehouden om te voorkomen dat het grondwater nog verder uitzakt.

Code geel wat betekent dit ?

Sinds afgelopen woensdag is code geel van kracht: een dreigend watertekort. Wat betekent dit nu precies? Allereerst zal drinkwater nooit in het geding komen: er zijn grote voorraden in de duinen, in het grondwater en in het IJsselmeer. Wel kunnen problemen ontstaan voor natuur, landbouw en scheepvaart. Een groot deel van Nederland kan uit de grote rivieren van water worden voorzien. We spreken van watertekort als de aanvoer vanuit de grote rivieren terugloopt. Tot vorige maand was de basisafvoer in de Rijn relatief hoog omdat afgelopen winter veel sneeuw is gevallen in de Alpen, wat als smeltwater onze kant uit komt. Deze voorraad speelt nu geen rol meer, dus moeten we het hebben van regen in het Rijnstroomgebied. Omdat het in West-Europa de afgelopen maanden ook erg weinig heeft geregend, zal de aanvoer vanuit de grote rivieren verder afnemen de komende weken.

Wanneer wordt het een probleem?

In West-Nederland kunnen problemen gaan ontstaan zodra de afvoer lager wordt dan grofweg 1200 m3/s (huidige afvoer: 1090 m3/s) : dan is er weinig tegendruk om indringing van zout zeewater via de Nieuwe Waterweg tegen te gaan. Als dit lang aanhoudt kunnen inlaatpunten langs de Hollandsche IJssel en de Lek verzilt raken, waardoor het water niet meer bruikbaar is voor drinkwater en landbouw. Bij de Brienenoordbrug is nu al sprake van verhoogde chlorideconcentraties (zout). Om West-Nederland toch nog van zoet water te kunnen voorzien, worden voorbereidingen getroffen voor klimaatbestendige wateraanvoer. Hiermee wordt water vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal aangevoerd in plaats van uit de Hollandsche IJssel.

In het noorden van Nederland ontstaan watertekorten zodra de buffer IJsselmeer/Markermeer leegraakt. Deze voorraad zoet water (zo’n 400 miljard liter) is gereserveerd voor landbouw, peilbeheer en doorspoeling in de noordelijke helft van Nederland. De buffer wordt in stand gehouden door aanvoer vanuit de IJssel. Zodra de aanvoer vanuit de IJssel afneemt, kunnen we interen op de buffervoorraad. Voorlopig zitten we nog niet in de probleemzone (zie figuur). Sinds kort kan Rijkswaterstaat ervoor kiezen om het waterpeil tijdelijk verder te verhogen, zodat een grotere buffer ontstaat, waarmee we langer vooruit kunnen en de probleemzone verder wordt uitgesteld. Vanwege de huidige droogte wordt nu van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Mocht de buffer echt opraken, dan zit er nog voldoende water in het IJsselmeer om Nederland van drinkwater te voorzien.

Figuur: Watertekort in Nederland: combinatie van neerslagtekort en te weinig aanvoer vanuit de Rijn. Elk zwart stipje is een jaar uit het verleden. De blauwe stip is de huidige situatie.

Kan de buffer nog verder vergroot worden?

Om het IJsselmeerpeil te verhogen is voldoende aanvoer vanuit de IJssel nodig en moet op tijd gestopt worden met spuien naar de Waddenzee. De huidige IJsselafvoer bedraagt op dit moment ongeveer 200 m3/s. Dit is genoeg voor 1 cm peilopzet per dag, als er geen verdamping en onttrekkingen zouden zijn. Echter huidige aanvoer vanuit de IJssel is bijna volledig nodig om in de watervraag voor verdamping en van de omliggende gebieden te voorzien. Er blijft dus weinig water over om de buffer te vergroten. Die extra peilopzet is dus een interessante uitdaging voor waterbeheerders: de opzet moet starten als men verwacht dat de extra buffer nodig is, maar wel zo vroeg dat er nog voldoende water uit de IJssel beschikbaar is. Vaak is dan nog niet duidelijk of de droogte aan zal houden en of die extra buffer nodig zal zijn. Recent onderzoek voor het Deltaprogramma Zoetwater heeft laten zien dat het, afhankelijk van de mate van droogte, minimaal twee weken tot soms wel twee maanden duurt voordat het peil met 10 cm extra is opgezet. Dit geeft aan dat een goed voorspelsysteem essentieel is om de IJsselmeerbuffer optimaal te benutten.

In de toekomst is de buffer vaker nodig

In het huidige klimaat en met de huidige watervraag is de volledige buffer zelden nodig. Dit kan echter veranderen als gevolg van klimaatverandering en toename van de watervraag. De vraag voor beregening zal in reactie op klimaatverandering toenemen, maar ook de vestiging van bedrijven, bijvoorbeeld datacenters, vergroten de vraag naar water. Tegelijkertijd zal aanvoer vanuit de Rijn lager worden in geval van extreme klimaatverandering. Dan raakt de buffer sneller leeg en is er vaker sprake van watertekort.