Vervangingsopgave kunstwerken

Innovatieve aanpak sluizen, stuwen en stormvloedkeringen

Nederland, waterland. Vooral tijdens de vorige eeuw hebben we heel veel natte infrastructuur aangelegd om heel letterlijk het water in goede banen te leiden, onze voeten droog te houden en vlot en veilig transport mogelijk te maken. Sluizen, stuwen, stormvloedkeringen en gemalen – ook wel natte kunstwerken genoemd – zijn de regelkranen in het watersysteem. Daarmee is het mogelijk om de verschillende functies van ons watersysteem te combineren. Een groot deel van de natte kunstwerken ligt er al tientallen jaren. Door enerzijds veroudering van de gebruikte materialen, en anderzijds veranderingen in het klimaat, de gebruiksfuncties en de regelgeving zijn deze kunstwerken dringend toe aan vervanging, verbetering of renovatie.

Schakel in een netwerk

renovatie Prinses Beatrixsluis, bron RWSDaar komt bij dat de natte kunstwerken een schakel vormen in het netwerk. Valt één kunstwerk uit dan heeft dat direct gevolgen verderop in de hele keten. Het moment van vervanging is dus ook de perfecte gelegenheid om alle kunstwerken in hun samenhang te bekijken en vanuit de functies van het watersysteem te optimaliseren. Hierbij kijken we circa 50 tot 100 jaar vooruit, waardoor bijvoorbeeld ook de gevolgen van klimaatverandering mee worden gewogen.

Vervangingsopgave

Uit onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) blijkt dat tot 2030 in totaal € 250 miljard nodig is voor de vervanging van rijkswegen, spoorwegen, gemeentelijke infrastructuur, waterveiligheid en ondergrondse infrastructuur. Voor de zogenoemde natte infrastructuur, infrastructuur in de waterbouw, gaat EIB uit van circa € 20 miljard in de periode tot 2030. Voor de periode na 2030 worden zullen verder investeringen nodig zijn.

Om zo goed mogelijk te kunnen adviseren bij deze grote vervangingsopgave, doet Deltares onderzoek naar:

  • De (functionele) relatie tussen het kunstwerk dat aan vervanging toe is en het netwerk waar het deel van uitmaakt. Dit geeft inzicht welke kunstwerken een kritische functie hebben in het grotere geheel.
  • De (technische) slijtage en veroudering (degradatie) van het kunstwerk. Hoe lang kan een sluis, stuw of stormvloedkering nog mee? Welke krachten en processen bepalen de veroudering en welke invloed kunnen we daar (nog) op uitoefenen?
  • Wat heeft prioriteit? Dit maakt het mogelijk om een tijdspad op te stellen, welke vervanging wanneer noodzakelijk is. Wat is haalbaar en – niet onbelangrijk – wat is betaalbaar cq. waar kunnen we besparingen realiseren?